Op straat bewoog alleen nog bloed

Laat je in de Maand van het Spannende boek, die vandaag is begonnen, meeslepen door Annejet van der Zijls bundel met ‘studies naar slechtheid’. Literaire ‘true crime’ van de bovenste plank.

Nederland, Groningen, 09-01-'13; Dinsdagnacht is een dode prostituee aangetroffen in een pand aan de Vishoek, in de rosse buurt van Groningen, ze is door geweld om het leven gebracht. Op straat voor het pand is een mes gevonden. Of dit mes verband houdt met de moord wordt onderzocht. Foto: Kees van de Veen Kees van de Veen

Hoe beland je als een in principe normale burger plotseling aan de verkeerde kant van de lijn tussen goed en kwaad – als slachtoffer of als dader? Die fascinerende vraag wordt door historicus Annejet van der Zijl onderzocht in Moord in de Bloedstraat, een selectie uit haar artikelen voor HP/De Tijd, het tijdschrift waarvoor zij in de jaren negentig vijf jaar als misdaadverslaggever werkte.

Van der Zijl, die het afgelopen decennium met Sonny Boy en haar biografieën van Annie M.G. Schmidt en prins Bernhard de ‘ongekroonde koningin van de literaire non-fictie’ werd, liet zich als misdaadverslaggever inspireren door het Amerikaanse New Journalism. Net als Truman Capote, Norman Mailer en Tom Wolfe ging Van der Zijl op zoek naar de menselijke verhalen achter kleine krantenberichten.

Een uit de hand gelopen burenruzie, een bollenkweker die zijn vrouw probeert te vergiftigen, een cafébaas die op een dag het getreiter van een klant zat is – het hadden ook de uitgangspunten voor de doorzonthrillers van René Appel kunnen zijn.

Maar al verschijnt Moord in de Bloedstraat vast niet toevallig vlak voor de Maand van het Spannende Boek, het boek zal volgend jaar niet meedingen naar De Gouden Strop, de prijs voor de beste Nederlandse misdaadroman. Van der Zijl beschrijft true crime, maar wel op een wijze waar menige ‘literaire thrillerschrijver’ een voorbeeld aan kan nemen.

Zelden vertelt Van der Zijl een geschiedenis lineair en ze doet erg haar best om in het hoofd van de daders en slachtoffers te kruipen. Door die literaire stijl sleept Van der Zijl de lezer mee en vergeet je soms dat je non-fictie in handen hebt, iets waar je je schuldig over kunt voelen als het besef doordringt dat voor dit leesplezier echt bloed heeft gevloeid.

Voor haar reconstructies sprak Van der Zijl met rechercheurs, advocaten en cipiers en met de gewone mensen die op enigerlei wijze bij het beschreven geweldsmisdrijf betrokken waren. Tien van die ‘studies naar slechtheid’ heeft zij, in enigszins bewerkte vorm, gebundeld. Stuk voor stuk zijn het huiveringwekkende verhalen die, al zijn ze soms meer dan twintig jaar oud, nog steeds actueel zijn.

Eerwraak

Neem de tragische geschiedenis van de 29-jarige Fatma Güler, moeder van drie kinderen en begin jaren negentig een van de mooiste en zelfstandigste vrouwen van Turkse afkomst in Dordrecht. Voor agenten en hulpverleners die met eerwraak als motief te maken kunnen krijgen, lijkt het me verplichte leerstof.

Nadat haar gearrangeerde huwelijk in een scheiding is geëindigd, begint Fatma in 1991 een verhouding met Ali, een twintig jaar oudere, tamelijk sullige Turkse huisvader met zeven kinderen. Deze onwaarschijnlijke relatie moet geheim blijven. Want al is Fatma officieel gescheiden, in Turkse ogen blijft ze tot haar dood het bezit van haar ex-man, die met zijn familie diverse cafés in de Dordtse binnenstad uitbaat. Met haar affaire zet ze de familie-eer van haar ex op het spel. Haar minnaar probeert zijn ongeletterde echtgenote Çander tot geheimhouding te dwingen. Hij houdt haar voor dat hij volgens de islam meer vrouwen mag hebben, mits zij daarmee instemt.

Met oog voor detail beschrijft Van der Zijl hoe de gebruiken van het Turkse platteland botsen met de westerse normen en waarden en hoe het gezin door die tegenstelling ontwricht raakt. Tekenend is hoe de wanhopige echtgenote, die het huis vóór die tijd zelden verliet, zich bij het politiebureau meldt. De vrouw veronderstelt dat de agenten net als hun Turkse collega’s bij machte zijn om haar overspelige man, desnoods hardhandig, tot de orde te roepen.

Agenten beseffen dat de situatie gaat escaleren en waarschuwen Fatma en Ali zelfs dat hun affaire slecht zal aflopen. De twee verliefden houden zich echter doof voor de adviezen. Als de ex-echtgenoot van Fatma anonieme brieven ontvangt over haar relatie met ‘een andere man’ en er ook nog cassettebandjes opduiken waarop te horen is hoe het verliefde stel de liefde bedrijft, besluit haar ex de familie-eer te wreken. Hoe dat besluit in familieverband wordt genomen, heeft Van der Zijl met behulp van telefoongesprekken die door de politie waren afgeluisterd, knap en gedetailleerd kunnen reconstrueren.

Een fanatieke moslim die illegaal in Dordrecht verblijft, blijkt bereid het klusje te klaren. In haar kenmerkende empathische stijl beschrijft Van der Zijl hoe de man de moord voorbereidt en ten slotte het complete magazijn van zijn pistool op het hoofd van Fatima leeg schiet. Een scène die in literaire stijl eindigt: ‘Fatama’s bloed gutst over de straatstenen, maar dat is het enige aan haar wat dan nog beweegt. Het is zeventien minuten over zes, op een nog steeds stralende Hemelvaartsdag.’

Verborgen werelden

Hiermee is de eerwraakzaak niet af. In een volgend verhaal beschrijft Van der Zijl in wat voor hel de kinderen en vrouw van de overspelige Ali na de moord terechtkomen. Een sequel die nauwelijks minder bloedig en treurig eindigt.

Alle verhalen uit Moord in de bloedstraat geven inkijkjes in verborgen werelden. De geschiedenis van Rosa, de Braziliaanse die haar drie kinderen een toekomst wil bieden door in lingerie en met hoge laklaarzen achter het raam te gaan zitten in de Amsterdamse rosse buurt, staat vast symbool voor de dromen van heel veel Zuid-Amerikaanse prostituees. Net zo leerzaam zijn de achtergronden van de eerste racistische moord in Nederland en het levensverhaal van de keurig opgevoede Algerijnse gelukszoeker Houari Belhadji.

Met haar inlevingsvermogen slaagt Annejet van der Zijl er in om verloren levens betekenis te geven. Het verontrustende van haar verhalen is dat ze keer op keer duidelijk maakt hoe weinig er nodig is om aan de verkeerde kant van de scheidslijn tussen goed en kwaad verzeild te raken.