Onzekere vrede in Birma

Slachtoffer van het geweld tussen boeddhisten en moslims. Deze boeddhistische vrouw uit Lashio werd in brand gestoken. Foto AP

De nieuwe gewelddadige uitbarstingen in het noordoosten van Birma van deze week roepen steeds nadrukkelijker de vraag op of de regering van president Thein Sein de spanningen tussen boeddhisten en de islamitische minderheid wel onder controle kan en wil houden.

Ooggetuigen van de jongste onlusten in de stad Lashio, niet ver van de Chinese grens, meldden dat de politie zich nauwelijks inspande om de moslims te beschermen tegen jonge boeddhistische mannen die op bromfietsen en gewapend met machetes en metalen buizen naar moslimwijken trokken. Daar tuigden ze mensen af en staken gebouwen in brand, waaronder een moskee en een weeshuis. Ook tientallen boeddhistische monniken zouden in de voorste linie hebben meegedaan aan het geweld tegen moslims.

Pas na twee dagen greep het leger woensdag in en werd de rust enigszins hersteld. Bij de ongeregeldheden vielen een dode en vier gewonden. Honderden moslims verblijven inmiddels in een klooster aan de rand van de stad, waar ze onder bescherming staan van politie en militairen.

Eerder kwam het ook elders in het land tot gewelddadigheden tegen moslims, in de westelijke provincie Rakhine, maar ook in het midden van Birma. Tot dusverre zijn er echter nog opvallend weinig boeddhistische relschoppers gearresteerd en berecht, hetgeen vragen oproept omtrent de onpartijdigheid van de rechtspraak in Birma.

Desondanks lijkt de Birmese regering wel degelijk doordrongen van het belang om tot een vergelijk te komen met de talrijke etnische en religieuze minderheden in het land , die alles bijeen zeker een derde deel van de bevolking uitmaken.

Gisteren werden vertegenwoordigers van de regering en opstandelingen van de etnische minderheid van de Kachin in het noordoosten van het land het eens over de weg naar vrede. Een plan van zeven punten, waarover zij in aanwezigheid van een waarnemer van de Verenigde Naties en Chinese diplomaten onderhandelden, moet er toe leiden dat er eerst een wapenstilstand komt, gevolgd door nader overleg over een meer duurzame politieke regeling. De Organisatie voor Onafhankelijkheid van Kachin (KIO), die al 50 jaar actief is, streeft naar een vergaande vorm van autonomie.

De partijen hebben al anderhalf jaar periodiek overleg gehad. Tegelijk zijn de gevechten echter dikwijls hard doorgegaan. De regering kreeg eind vorig jaar veel kritiek te te verduren, toen ze vliegtuigen inzette om stellingen van de opstandelingen te bombarderen. Als gevolg van sporadische gevechten zijn tienduizenden Kachin van huis en haard verdreven.