Naar de berg van de titaantjes

Op zoek naar verloren jeugd en liefde beklimt een groep vrienden nog één keer de Mont Ventoux in de roman van Bert Wagendorp.

Of de film er zal komen, is nog niet helemaal zeker. Maar het scenario ligt er. Dat van een groepje vrienden en de Mont Ventoux. Een verhaal van nostalgie, liefde en jaloezie. Van bedrog ook, en verdriet. Van omgaan met de consequenties van keuzes uit het verleden. Maar bovenal een optimistisch, en soms een tikkeltje sentimenteel verhaal over vriendschap.

Wie beter had het scenario kunnen schrijven dan Bert Wagendorp, journalist en columnist bij de Volkskrant en sedert jaren in de ban van wat de mooiste sport ter wereld moet zijn: de wielersport.

Wagendorp deed dat op verzoek van filmproducent Hans de Wolf, die intussen bij Nicole van Kilsdonk aanklopte om de film te regisseren. En straks spelen Wilfried de Jong, Gijs Scholten van Aschat, Leopold Witte en Wim Opbrouck de hoofdrollen. Maar mocht de film er onverhoopt toch niet komen, dan ligt nu alvast de roman, Ventoux, in de boekhandel.

Voor de lezers die jammerlijk niet op de hoogte zijn van wielersport: de Mont Ventoux is de legendarische berg in de Provence waar Tom Simpson in 1967 bezweek aan een dodelijke cocktail van amfetamine, alcohol en hitte. Het is ook de berg waar titanen als Louis Bobet, Raymond Poulidor, Jan Janssen en Eddy Merckx overwinningen behaalden in de Ronde van Frankrijk. Maar het is vooral de berg waar elk jaar talloze wielerliefhebbers zichzelf overtreffen op weg naar die schijnbaar onbereikbare top, 21,5 kilometer ver, op 1.912 meter hoogte. En voor lezers bekend met middeleeuwse literatuur is het natuurlijk de berg die de Italiaanse humanist Petrarca (1304-1374) besteeg ‘enkel uit begeerte om zijn bijzondere hoogte in ogenschouw te nemen’.

Deze berg speelt een cruciale rol in het leven van groepje Nederlandse jongens die opgroeien in de Achterhoek en in 1982 gaan kamperen en fietsen. Dat doen ze samen met een beeldschoon meisje op wie ze allen verliefd zijn, en die niet toevallig luistert naar de naam Laura, de muze die Petrarca’s sonnetten inspireerde. Dertig jaar later keren ze – een misdaadjournalist bij de Volkskrant, een net niet veroordeelde drugsdealer, een met zijn onderzoeksresultaten knoeiende hoogleraar en een Surinamer die in Zutphen bleef hangen – terug naar de Provence om de klim over te doen en zichzelf in de spiegel van hun verleden te bekijken.

Liefde

Die terugblik wordt ingekleurd met hun liefde voor de fiets. ‘Op de fiets denk je dat de tijd stilstaat, of op zijn minst dat hij geen enkele bedreiging vormt. De fiets beschermt je tegen wanhoop’, schrijft Wagendorp. En: ‘Ik legde mijn handen op het stuur en heel even op het geluk.’ Of: ‘Fietsen is concreet en hanteerbaar. Een fiets, een weg, een man: simpeler kan het niet.’

In dat opzicht doet het boek denken aan De Renner van Tim Krabbé. Diens citaat ‘Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me’, kent elke rechtgeaarde wieler- en literatuurliefhebber van middelbare leeftijd, net iets te zwaar, die op zondag op zijn net iets te dure fiets stapt.

Wagendorp kruidt de roman met speelse bedenkingen over wielrennen en over doping. ‘Er wordt te weinig geslikt tegenwoordig. Vroeger gooiden ze er wat in en trokken ze ten aanval, maar dat mag tegenwoordig niet meer. Gelukkig hoeft mijn vader dit niet meer mee te maken.’ Eén keer steekt ook een vrolijke krantenman de kop op. ‘Hij had ook de krant meegenomen, hoewel overal in huis iPhones en iPads lagen op te laden. Voor zo’n iPad maakt het niet uit waar hij is. Die haalt overal moeiteloos de krant op, ook al zit je op de Zuidpool. Ik vind dat waardeloos. Wifi maakt verplaatsing zinloos. Ik heb liever de papieren krant van gisteren. Dat geeft je het gevoel van vertraging dat je soms nodig hebt.’

De confrontatie met het verleden is voor de vrienden op de Ventoux behoorlijk heftig. Want dertig jaar later wordt duidelijk wat er nu exact is gebeurd aan de voet van de Mont Ventoux in 1982 en hoe hun vriend van destijds, de veelbelovende dichter Peter, eigenlijk een gruwelijk spel speelde met hen en hun gevoelens. Wat begon op een camping aan de Mont Ventoux in 1982 eindigt rond het zwembad van een dure villa aan diezelfde Mont Ventoux in 2002. De beklimming van de berg in 1982 kende een dramatische afloop. De beklimming in 2002 neemt een verrassende én een helende wending.

Maar gelukkig wint de soms hilarische humor het van de dodelijke ernst. Dus blijf je op het einde van de spannende rit achter met een feelgood-boek. Om straks op vakantie in de Provence te lezen. Laat ons hopen dat de film er komt. Dan kan die op het schap naast Four Weddings and a Funeral.

Overigens is Bert Wagendorp niet alleen aan de Volkskrant verbonden. Sinds jaar en dag is hij hoofdredacteur van het onvolprezen wielertijdschrift De Muur, dat al tien jaar lang bewijst dat literatuur en wielrennen als een verliefd paar hand in hand kunnen gaan.

Uitgeverij De Muur voegt nu met Amigo!, Wielermail 2009-2012 een mooi boekje toe aan de bibliotheek van de Nederlandse wielerverslaggeving. Het betreft de mailwisseling tussen de Spaanse wielrenner én filosoof Pedro Horrillo (die onder meer voor het Belgische Mapei en de Nederlandse Raboploeg reed) en zijn vriend, de Nederlandse sportjournalist Nando Boers.

Ravijn

De briefwisseling begint op 16 februari 2009, drie maanden voordat Horrillo – 34 jaar, getrouwd en vader van twee zoontjes – in de Giro een bocht miste en tachtig meter diep in een ravijn stort. Hij overleefde het, maar het betekende het einde van zijn carrière. De briefwisseling eindigt eind 2012, het jaar waarin voor de hele wereld duidelijk werd hoe verziekt de professionele wielersport was (of nog is?).

Horrillo en Boers treuren in hun mails over de dood van de jonge Belg Wouter Weylandt in de Giro, maken zich boos over de auto die Juan Antonio Flecha en Johnny Hoogerland aanreed in de Tour, filosoferen over de verlegenheid waarin het wielrennen werd gebracht door Alexander Vinokoerov, die op oneerbare wijze het goud veroverde op de Olympische Spelen in Londen.

Maar het nieuwsgierigst ben je als lezer natuurlijk naar de vraag of Horrillo weet had van de alom aanwezige doping bij de Raboploeg, waarover de jongste maanden zoveel nieuws uitlekte.

‘Ik kan je vertellen dat ik in geen van de ploegen waarin ik gereden heb structureel dopinggebruik heb gezien’, schrijft hij daarover. Om wat dubbelzinnig te vervolgen: ‘Ik moet echter wel nuanceren dat het idee over wat doping was en waar de grens lag die niet overschreden mocht worden, nogal veranderlijk is geweest in de loop van al die jaren. [...] Dat er renners waren die op persoonlijk niveau om doping vroegen, daar ben ik van overtuigd. [...] Als ik die jaren iets merkwaardigs zag bij Rabobank, gaf ik er de voorkeur aan de andere kant op te kijken en me te concentreren op overleven. Natuurlijk heb ik vreemde dingen gezien.’

Horrillo vat samen: ‘Of ik in het verleden wel of niet fouten gemaakt heb, daar maak ik mij helemaal niet druk over. Dat is verleden tijd en ik kijk niet graag achterom.’ Jammer toch, want dit soort boeken lees je nou net ook omdat mensen erin achterom kijken.

    • Peter Vandermeersch