Leider Rode Khmer heeft 'spijt' van doden

Nuon Chea, de nummer twee van de Cambodjaanse Rode Khmer, heeft te elfder ure spijt betuigd over de dood van 1,7 miljoen mensen onder het schrikbewind van zijn organisatie in de jaren ’70 en zijn verantwoordelijkheid voor de wreedheden voor het eerst erkend.

„Ik heb veel spijt van de gebeurtenissen die zich bedoeld en onbedoeld hebben voorgedaan. Ik ben er moreel verantwoordelijk voor”, zei Nuon Chea, bijgenaamd Broeder Nummer Twee, vanmorgen tijdens een zitting van het tribunaal, waar hij en nog één andere verdachte terecht staan.

Het betekende een opmerkelijke ommekeer. Tot dusverre hadden zowel Chea als Khieu Samphan, het voormalige staatshoofd, steeds ontkend dat ze verantwoordelijk waren voor de massale moordpartijen van destijds. Ze ontkenden soms zelfs ervan te hebben geweten.

Khieu Samphan volhardt overigens in deze bewering. Hij zei slechts in naam staatshoofd te zijn geweest. „Ik wist niet van het grote lijden van de bevolking” zei hij tegen de rechters van het tribunaal.

De Rode Khmer was aan het bewind in Cambodja van 1975 tot 1979, toen Vietnam het revolutionaire bewind onder de voet liep. Het beleid van de Rode Khmer, dat vrijwel alle stadsbewoners naar het platteland verbande, wordt algemeen verantwoordelijk gesteld voor de ontijdige dood van 1,7 miljoen Cambodjanen.

Het huidige tribunaal, dat onder supervisie van Cambodja maar met geld uit het buitenland wordt gehouden, heeft tot dusverre slechts een veroordeling op zijn naam staan: Kaing Guek Eav, bekend als ‘kameraad Duch’, commandant van de S-21-gevangenis in Phnom Penh.

Van de 14.000 gevangenen daar overleefde maar een handjevol de Rode Khmer-jaren. Hij kreeg 19 jaar celstraf. Eén andere verdachte overleed, een ander werd dement verklaard.

Veel buitenlandse advocaten bij het proces klagen dat de Cambodjaanse regering zich voortdurend op ontoelaatbare wijze bemoeit met de processen. (Reuters, AP, BBC)