‘Kunstgras? Nee, gravel is de basis’

Jan Siemerink volgt op Roland Garros de verrichtingen van de Nederlandse tennissers. „Echte gravelspecialisten die heersen in Parijs bestaan bijna niet meer.”

Roland Garros kende gisteren weer een grotendeels verregende dag. Foto Reuters

Jan Siemerink had altijd een broertje dood aan gravel. De 43-jarige oud-tennisser reikte zelf op Roland Garros nooit verder dan de derde ronde. Maar als ‘directeur sportief’ van de KNLTB en als Davis-Cupcaptain beseft hij wel dat jonge tennissers op gravel de basis leggen voor hun toekomst. In de playerslounge van de Open Franse Tenniskampioenschappen praat Siemerink over het belang van graveltennis. De voormalige servicevolleyspecialist luidt ook de noodklok. „Je ziet de laatste jaren dat veel tennisclubs in Nederland overschakelen op kunstgras. Daar ben ik absoluut geen voorstander van. Dat is misschien in het economische belang van recreanten die dan het hele jaar kunnen spelen. Maar voor het toptennis is deze ontwikkeling funest.”

Waarom is het spelen op gravel zo belangrijk voor de ontwikkeling van tennissers?

„Als je wilt dat Nederlandse tennissers in de toekomst blijven meedoen op Roland Garros, dan moet je de jeugd op gravel leren spelen. Daar leg je de basis voor later. Gravelbanen zijn niet zo snel. De bal stuit wat hoger op zodat er vaker rally’s worden gespeeld. Zo leren tennissers de bal sturen en krijgen ze een beter tactisch inzicht. Maar ook de manier van bewegen op gravel moet je leren. Het glijden naar een bal. Dat kun je niet leren op andere baansoorten. Pas op latere leeftijd ga je kijken op welke ondergrond een speler het beste tot zijn recht komt. Dat kan je nog niet zeggen bij een talent van pakweg twaalf jaar oud.”

Bent u zelf ook op gravel groot geworden. En hoezeer is het tennis sindsdien veranderd?

„Ik speelde zes maanden per jaar buiten op gravel en zes maanden indoor. In mijn tijd speelden we nog met houten rackets. Nu tennissen kinderen met rackets van graphite. Daar slaan ze veel harder mee. Spelers zitten nu qua spelstijl veel dichter bij elkaar. De echte gravelspecialisten die heersen in Parijs bestaan bijna niet meer. De verschillen tussen de baansoorten waren in het verleden groot. Nu is alles min of meer dezelfde snelheid. Kijk maar naar de winnaars van Roland Garros, Wimbledon en de US Open. Het gaat steeds tussen Rafael Nadal, Roger Federer, Andy Murray en Novak Djokovic. Die laatste kan ook op het gravel van Parijs winnen. In het verleden had je heel weinig spelers die op alle ondergronden zegevierden. Er was altijd wel een ondergrond waar je niet op kon winnen.”

Met welk gevoel begon u aan Roland Garros. Hoopte u dat het gravelseizoen snel voorbij ging?

„Nee, zo extreem was het ook weer niet. Maar het was wel duidelijk dat ik mijn speelschema niet om de graveltoernooien heen bouwde. Dat zou in mijn geval stom zijn geweest. Ik was als topspeler verplicht bepaalde graveltoernooien te spelen dus besloot ik me zo goed mogelijk voor te bereiden. Je gaat natuurlijk niet lopen kloten. Neemt niet weg dat ik me als aanvaller meer thuis voelde op snelle banen. Tussen je veertiende en je zeventiende vorm je je spel. Gaandeweg kom je er dan achter wat je het beste ligt. Daar moet je je dan op toeleggen.”

Worden in Nederland nog tennissers van ‘het type Siemerink’ opgeleid?

„Zo werkt dat niet. Tennissers krijgen een basis mee en daarna volgt maatwerk in de opleiding. Ze bepalen zelf de manier van spelen. Het is ook niet zo dat we voor Roland Garros alleen maar baseliners moeten opleiden. Kijk maar Martin Verkerk en Richard Krajicek. Die hebben het in Parijs met aanvallend spel ook goed gedaan. Nederlanders zijn doorgaans langer dan gemiddeld. Je zou kunnen zeggen dat een aanvallende stijl het beste bij ons past.”

De Nederlandse tennissers staan niet bekend als gravelspecialisten. Waarom heeft u voor het Davis-Cupduel in september tegen Oostenrijk voor gravel als ondergrond gekozen?

„Dat is een beslissing die ik in overleg met de spelers heb genomen. Dan kijk je allereerst naar de verschillende kwaliteiten van je eigen spelers. Ik vond gravel indoor de beste optie.”

Igor Sijsling, de huidige kopman, denkt daar anders over.

„Er zijn altijd wel tennissers die het anders hadden gewild. In aanloop naar de Davis Cup gebeurt er altijd wel wat. Ik ben er nu niet zeker van of Sijsling kan spelen. Maar ik heb al meerdere malen tegen hem gezegd dat hij op gravel prima kan spelen. Sijsling won vorig jaar niet voor niets de challenger in Alphen aan den Rijn. Hij deed het vorige week goed in Düsseldorf. En hier op Roland Garros versloeg hij Jürgen Melzer in de eerste ronde.”

Zou Nederland ooit een echt graveltennisland kunnen worden?

„Dat is toch meer voorbestemd voor landen als Spanje of Argentinië. Ze kunnen daar het hele jaar op gravel spelen. Die klimatologische omstandigheden hebben wij niet. En daar kunnen we weinig aan veranderen. Er zijn talloze tennisscholen in Nederland, maar de vijver van talenten die aan toptennis doen is klein. We moeten er daarom bij de opleiding voor zorgen dat iedereen dezelfde richting uit denkt. Daar ontbreekt het nog wel eens aan.”