Kan het wel, met een miljard minder?

Nederland moet veiliger, maar er moet ook fors worden bezuinigd. Het OM slaat alarm, maar volgens hoogleraar Otte kan het best met minder.

Optreden tegen criminele jeugdbendes. Drugscriminaliteit tegengaan. Financieel-economische fraude aanpakken. Minder criminelen hun straf laten ontlopen.

Minister Opstelten en staatssecretaris Teeven (VVD) hebben de ambitie om Nederland veiliger maken. Maar dan wel met een miljard euro minder dan nu. De bezuinigingen op het gevangeniswezen, al veel bekritiseerd, maken ongeveer een derde uit van dat miljard. De rest van de bezuinigingen is niet evenredig verdeeld over wat tegenwoordig de ‘strafrechtketen’ is gaan heten. Het Openbaar Ministerie (OM) moet relatief het meest gaan bezuinigen.

Pas vorige week kwam de eerste kritiek uit het veld over die onevenredige verdeling. Maria van de Schepop, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) uitte in tv-programma Nieuwsuur haar zorgen. „Opstelten zegt zelf dat te lang op je recht wachten, als onrecht voelt. Dat is precies wat er gebeurt als je de dienst afbreekt die vervolging van criminelen moet waarmaken”, zegt ze.

De bezuinigingen op het OM gaan dit jaar in en lopen op tot 110 miljoen in 2018. Dat is een vijfde, op een budget van jaarlijks ongeveer 570 miljoen euro. De rechtspraak moet vanaf 2016 gaan bezuinigen. Hoeveel is nog niet bekend. De politie krijgt er juist geld bij: 105 miljoen euro, vooral bedoeld voor recherchewerk.

Volgens Van de Schepop kan het Openbaar Ministerie extra zaken die de politie zal aanbrengen, niet aan. Gevolg zou zijn dat criminelen hun straf later krijgen, of zelfs ontlopen: „Officieren van justitie zullen vaker besluiten te seponeren. Of het dossier strandt in de stapel op hun bureau. Dan komt er een prop in die strafrechtketen te zitten.” Of officieren van justitie gaan fouten maken. „Ik zie de koppen in de krant over gerechtelijke dwalingen al voor me.”

Is dit een waarschijnlijk scenario? Rechter en bijzonder hoogleraar Organisatie van de Rechtspleging Rinus Otte „wil de bezuinigingen niet wegrelativeren”, zegt hij. Maar: de strafrechtelijke wereld zou ook pragmatisch kunnen redeneren, en de bezuinigingen als kans beschouwen om nog eens goed naar de efficiëntie en onderlinge samenwerking binnen de strafrechtketen te kijken. Openbaar Ministerie, advocaten en rechters werken nog te vaak langs elkaar heen, zegt hij. „Ze doen zoveel administratief werk dubbel. Kopiëren, dossiers in orde maken, plannen van zaken. Van digitale aansluiting is binnen de rechtspraak zelf niet eens sprake, laat staan tussen alle strafrechtelijke organisaties onderling.”

Als illustratie van wat gemakkelijk beter en efficiënter zou kunnen, geeft Otte het hoge percentage zaken dat strafrechters moeten aanhouden, omdat het strafproces niet optimaal is georganiseerd. Per rechtbank verschilt dat percentage, maar het schommelt tussen de 20 en 60 procent van alle strafzaken. „Dan moet er ineens een extra getuige komen, of een tolk. Stel dat je 5 procent zaken minder zou aanhouden door betere voorbereiding. Dat scheelt tientallen zittingen per jaar, en is dus een enorme verlichting van de werkdruk.”

De cijfers geven Otte gelijk: er valt binnen de keten nog een hoop te verbeteren. De Algemene Rekenkamer kwam vorig jaar met een zeer kritisch rapport over het samenwerken van politie, OM en rechtspraak. Eén op de twintig meldingen bij de politie leidt slechts tot een veroordeling. Zaken waarin vervolging wel nodig was, kregen dat niet.

Dat nog zoveel beter moet, is juist reden géén geld weg te halen, zegt Van de Schepop van de NVvR. „Bij het Openbaar Ministerie werkt alles momenteel al houtje-touwtje. Het toverwoord is steeds digitalisering, maar het systeem waar het OM mee moet werken, is hopeloos verouderd. De officieren werken nu al enorm hard, en balen zelf geregeld dat ze hun dossiers niet op tijd aanleveren omdat het systeem er weer uit lag.”

In februari kwam de Algemene Rekenkamer met een update. Het was nog te vroeg om algemene conclusies te trekken, vond de Rekenkamer. Eén punt was wel duidelijk: het OM bemoeit zich nog steeds amper met het opsporingsproces van de politie. Alleen bij zaken waar gelijk een verdachte is, is het OM wél betrokken. „Van die ketengedachte is nog weinig terechtgekomen”, vat hoogleraar Otte samen.

Otte denkt dat het wel zal meevallen met de groeiende stapel dossiers bij het OM, als de bezuinigingen doorgaan. Het OM kan zonder de rompslomp van een rechtszaak sancties opleggen, van stadionverboden tot schadevergoedingen of taakstraffen. Otte: „Daarbij zie je dat het OM die zaken steeds lager in de organisatie afdoet. Formeel neemt de officier van justitie het besluit, maar eigenlijk beslist een parketsecretaris of een administratief medewerker. Daar zit de lucht voor de organisatie.”

Deze ontwikkeling kan een spanning opleveren met het rechtsgevoel van burgers, erkent Otte. „Een openbaar vonnis van een strafrechter heeft een meer afschrikkend en normdemonstrerend effect dan het OM de zaak binnenskamers laten afdoen. Dat is een politieke keuze.”