Justitie: rechters logen uit angst

Het hof in Arnhem behandelde gisteren de zaak tegen oud-rechters Kalbfleisch en Westenberg. Het OM beticht hen van meineed.

De voormalige Haagse rechters Hans Westenberg (67) en Pieter Kalbfleisch (66) hebben onder ede gelogen over hun onderlinge vriendschappelijke betrekkingen. Ze hebben zich volgens Paul Frielink, advocaat-generaal bij het hof in Arnhem, schuldig gemaakt aan meineed. Het Openbaar Ministerie (OM) eiste gisteren 240 uur werkstraf tegen hen en vier respectievelijk twee maanden voorwaardelijke celstraf.

De magistraten hebben volgens de aanklager de integriteit van de rechtspleging geschaad. „Rechters weten als geen ander hoe zwaar binnen de rechterlijke macht wordt getild aan het afleggen van meinedige verklaringen”, zei Frielink. Hij wees erop dat op meineed volgens rechterlijke richtlijnen twaalf weken cel staat, onvoorwaardelijk. Toch matigde hij zijn eis, omdat het maatschappelijk aanzien van beide verdachten door de publiciteit al stevig is geschaad.

De vervolging gebeurt op instigatie van vader en zoon Poot, van projectontwikkelaar Chipshol. Zij menen rechterlijke procedures over ontwikkeling van grond rondom Schiphol te hebben verloren door samenspanning van beide rechters. Vorig jaar sprak de rechtbank in Utrecht beide verdachten vrij.

Van de oorspronkelijke aantijgingen is in hoger beroep alleen het verwijt van meineed overgebleven. De ex-rechters hadden verklaard elkaar hooguit één of twee keer te hebben bezocht. Het OM gelooft dat niet. Als belangrijkste bewijs schermde Frielink met verklaringen van de ex-echtgenote van Kalbfleisch, mevrouw Becking. Zij verklaarde in 2011 bij de rijksrecherche niet te snappen waarom haar ex zei dat Westenberg hooguit „één of twee keer” bij hem thuis was geweest. „Echt onzin”, aldus Becking. „Die man [Westenberg] zat altijd bij ons thuis te eten.”

Later heeft Becking die beweringen afgezwakt. Volgens het OM omdat ze de vader van haar kinderen wilde helpen. De politie luisterde vorig jaar haar telefoon af. Toen zei ze tegen een vriendin: „Ik moet natuurlijk iets zeggen wat voor Pieter wel uitkomt, maar dat kan ik niet doen, want Pieter liegt namelijk gewoon.”

Op verzoek van de verdediging is vorige week bij de rechter-commissaris de dochter van Kalbfleisch en Becking, Fleur, gehoord. Zij zegt dat haar vader de feiten juist heeft geschetst. Het OM acht Fleur „onvoldoende betrouwbaar”. Frielink sprak van een „ingestudeerd toneelstukje”. De dochter zou haar verklaring alleen hebben afgelegd om haar vader te helpen. Fleur had immers ook laten weten een slechte relatie met haar moeder te hebben.

Frielink ziet ook in andere getuigenverklaringen voldoende steunbewijs. Hij speculeerde over de motieven van de verdachten. Volgens hem is geen sprake van „ontoelaatbare belangenverstrengeling in de Chipsholzaak”. Beide ex-rechters zouden alleen „uit angst voor een civiele aansprakelijkheidsstelling [door de familie Poot] de weg van de ontkenning zijn ingeslagen”. Tegen Westenberg eist hij twee maanden voorwaardelijke celstraf extra, omdat hij ook zou hebben gelogen over het telefoneren met een advocaat.

De advocaat van Kalbfleisch, Roel Kerckhoffs, bepleitte vrijspraak. Becking deugt volgens Kerckhoffs niet als getuige. Hij noemde de vrouw „manisch rancuneus” tegenover Kalbfleisch. „Ze wenst hem een heleboel narigheid toe.”

De advocaat van Westenberg, Stijn Franken, meent dat zijn cliënt slachtoffer is van een gemene campagne van vader en zoon Poot die ter onderbouwing van een schadeclaim en met hulp van bevriende journalisten en via advertenties niet aflatend de indruk wekken dat „de rechtspraak verloedert” door toedoen van „een complot van machtige pedofielen”.

Franken vroeg vrijspraak. Westenberg heeft volgens hem naar eer en geweten verklaringen afgelegd. „Er is in het dossier niets te vinden dat er op wijst dat hij bewust onwaarheden heeft verteld.”

Uitspraak 13 juni.