Je hoort seks maar je hebt het niet

Festivals zijn niet voor iedereen Marcel van Roosmalen zul je er niet snel zien Hij werd op Pinkpop wakker gehouden door seksgeluiden En ontwikkelde op Oerol een hekel aan ‘het grote genieten’

Keuze gemaakt? Sla om en kies je favoriete festivals

columnist nrc.next

Ook mijn eerste festival ooit was Pinkpop in negentienhonderdzoveel. Van de artiesten herinner ik me eigenlijk alleen Lou Reed. We zagen een stip in de verte die weigerde te zingen, het waarom was onduidelijk. Het had iets met ons, het publiek, te maken, dat wel. Lou prevelde een paar keer ‘vicious’ en beende na de eerste fluitconcerten woedend van het podium. In mijn herinnering schold hij ons nog uit voor fuckers. Ik vond dat toen nogal een statement, maar Lou had een punt.

We waren ook fuckers.

Letterlijk, want uit die tenten op die festivalcamping daar klonken de hele nacht seksgeluiden. Zelf had ik geen seks.

In tegendeel zou ik haast zeggen: ik ging ten onder aan het groepsgebeuren, mijn seksuele uitstraling was nul. We zaten de hele dag op het gras, ver weg van het podium. Ik zoog aan iedere joint die passeerde. Ik kreeg het koud, had een paniekaanval en kotste ’s nachts in de bungalowtent. Het deed mijn populariteit geen goed.

Daarna kwam Oerol. Gedwongen door omstandigheden – de ex-vriendin was betrokken bij een landschapstheatergezelschap – bezocht ik dat festival een paar keer. Tien dagen cultuur, dans, zang en (straat)theater in de natuur op Terschelling. Ik sliep in een tent op camping ‘De Kooi’, een weiland tussen de dorpjes Midsland en West-Terschelling.

Ik heb daar wat aan overgehouden en schreef later woeste stukjes waarin ik ageerde tegen het onverwoestbare optimisme, het grote genieten en de overweldigende naastenliefde van de Oerolbezoeker. Mensen die, nadat je zeiknat geregend bent, naar boven kijken en zeggen dat er een streepje blauwe lucht aankomt. Mensen die in regenplassen een dansje doen. Mensen die klappertandend zeggen dat ze het niet koud hebben omdat ze van binnen warm zijn. Mensen die muggen lief vinden en Afrikaanse kraaltjes vechten in elkaars haar of baard.

En dan had ik de theatermensen waarmee ik was nog buiten beschouwing gelaten.

Ik herinner me een jongen die een solovoorstelling speelde in een duinpan. Er kwamen gemiddeld vijf mensen naar zo’n optreden. Vijf bekenden. Daar kon hij heel euforisch van worden. Dan zei hij de hele avond: „Ik vind dat ik lekker gespeeld heb.”

Maar toen kende ik de Lowlandsmens nog niet.

Ja, van televisie.

Ieder jaar zag ik de vertrouwde beelden van de gezellige chaos op het festivalterrein. De optredens van de bandjes – altijd met een gitaar en een ongeschoren zanger – in tenten waar iedereen, inclusief de verslaggever van dienst, altijd uit zijn dak ging.

De interviews met muzikanten na afloop van zo’n optreden waren voorspelbaarder dan met voetballers. Het was altijd ‘te gek’, tot tevredenheid van de verslaggever, in de popjournalistiek is het niet vreemd om een interview te beginnen met ‘Wow!’.

Een paar jaar geleden kon ik er opeens naar toe, ik kreeg vrijkaarten. Leuk. Ik hou van concerten, hoewel daar voor mij een maximum aan zit.

Het was warm. De organisatie gaf ‘hittewaarschuwingen’ en raadde aan veel water te drinken en de consumptie van alcohol en koffie te matigen. Tips waar je wat mee kon.

Nog nooit zag ik zo veel blote lijven. Jongens trokken hun T-shirt uit, meisjes hielden alleen de BH aan.

In de tenten rook het naar zweet, de condens druppelde naar beneden. De massa stoomde dat het een lieve lust was, maar de gitarist van Dio droeg een muts. Dat vonden veel mensen cool, een neger met een muts. Wat verder opviel was dat mensen oordopjes droegen, wat ze niet hinderde om nummers woord voor woord mee te schreeuwen, waar anderen zich weer aan ergerden. Ik was getuige van het ‘spontane’ watergevecht. Er vormde zich een keurige rij voor de waterpunten. Ik zag mensen door de blubber rollen, ik zag iemand vijf pizzapunten in tien minuten eten en in de tent van de kappers lieten meisjes zich de haren afscheren. Er waren er ook met ballonnen met helium, die zaten de hele dag met rare stemmen tegen elkaar te praten.

Iedereen vond het er cool, relaxt en te gek, maar ik had geen seconde de aanvechting om in Biddinghuizen te blijven slapen. „Maar dan mis je het festivalgevoel”, zei een bekende.

Dat klopte, en dat was precies de bedoeling.