Japanse bokkesprongen

Wie dacht dat Europa en de VS bezig waren met grote experimenten in de monetaire politiek moet zijn blik verleggen naar Japan. Daar is, sinds het aantreden van de liberale premier Shinzo Abe eind vorig jaar, een experiment begonnen dat alle andere tot nu toe doet verbleken. Onder leiding van een nieuw aangestelde topman van de centrale bank, Haruhiko Kuroda, moet radicaal een einde worden gemaakt aan de twintig jaar van economische stagnatie en het dalen van de prijzen (deflatie).

Japan was al lang voor de financiële crisis in het Westen bezig met een politiek van ultralage rentes. Die wordt nu extra aangezet: de hoeveelheid geld in circulatie moet in twee jaar tijd worden verdubbeld en de inflatie die op dit moment licht negatief is, moet duurzaam naar 2 procent. Dat is revolutionair. Geld wordt zo ongeveer met een helikopter over het land uitgestrooid.

De eerste effecten zijn er al, ook al zijn de maatregelen formeel nog niet van kracht. Vrijwel puur op basis van optimisme groeide de Japanse economie in het afgelopen kwartaal met 3,5 procent. Sinds Abe aantrad, is de koers van de Japanse yen gekelderd met ruim 30 procent en is de aandelenbeurs ruim eenderde in waarde gestegen.

Sinds een week slaat echter de twijfel toe. En dat is een reden voor Europa om extra te gaan opletten. De Japanse centrale bank wil zowel de langetermijnrente laag houden als de inflatie opjagen. De vraag is of dit wel allebei tegelijk kan, of de bank hiermee niet ‘op twee konijnen tegelijk jaagt’. Met name China verzet zich inmiddels hevig tegen de daling van de koers van de yen, die het ziet als valutamanipulatie.

De Japanse aandelenbeurs is, na een koersval van 7,3 procent vorige week, nerveus. En de langetermijnrente is met de helft opgelopen. Dat is potentieel gevaarlijk: Japan heeft een staatsschuld die, met 240 procent van het bruto binnenlands product, torenhoog is. De begroting is daarmee zeer gevoelig voor een rentestijging. Tenzij de centrale bank voluit gaat en de tekorten met nieuw gedrukt geld financiert.

Voor Europa is het Japanse experiment dus van groot belang. Allereerst omdat het niet zonder risico is voor de rest van de wereld. Maar ook omdat Japan in zekere zin het voorland van de eurozone is. Als de eurozone geen ernst maakt met structurele hervormingen en het schoonmaken van de banksector, loopt zij het risico de weg van Japan te gaan en een lange, verloren periode door te maken.

De gevaarlijke bokkesprongen die nu in Tokio moeten worden gemaakt om de economie eindelijk vlot te trekken, mogen voor Europa fungeren als een passende waarschuwing.