Hij gaf korreltjes tegen de kanker

Twee jaar cel was gisteren de eis tegen twee genezers die een vrouw ontraadden naar het ziekenhuis te gaan. Of wilde ze zélf geen medische zorg?

Op het laatst lag Trudy te creperen van de pijn, thuis in haar bed. Ze had al een jaar een etterende, zwarte wond op haar borst – een verwaarloosde tumor. De kamer stonk ernaar. Ze was mager en kon amper ademen. Maar dokter J., die haar elke dag opzocht, gaf haar meestal geen pijnstillers. Wel voelde hij of ze ‘weerstand’ had in haar arm en gaf hij haar suikerkorreltjes die werden voorgeschreven door haar andere hulpverlener: genezeres B.

Trudy H., overleed op haar 52ste, in 2011, aan borstkanker. Ze kon niet meer ademen door de uitzaaiingen in haar longen. Gisteren stonden genezeres B. en dr J. – een geregistreerde arts die zich bezighoudt met alternatieve geneeskunde – terecht bij de strafrechter in Haarlem. De officier van justitie eiste twee jaar gevangenisstraf voor B. en drie jaar voor arts J. (allebei één jaar voorwaardelijk) wegens zware mishandeling ‘met de dood tot gevolg’. Ze zouden vele professionele gedragsregels hebben geschonden, waardoor Trudy veel pijn leed en stierf aan een ziekte die goed te behandelen is.

Trudy leerde dr J. kennen in 2003, toen ze last had van haar rug. Ze was teleurgesteld in de gewone geneeskunde omdat niemand haar rugpijn kon verhelpen. Later kreeg ze ook de ziekte van Lyme. Dr J. deed aan acupunctuur en bracht haar ook in contact met ‘elektro-acupuncturist’ B., een oudere vrouw (nu 72) die praktijk houdt in Amsterdam. Gaandeweg werd J. een goede vriend, hij kwam steeds vaker bij het gezin van Trudy over de vloer. Zij en haar man hadden twee kinderen, ze was onderwijzeres. In de rechtbank zei J.’s advocaat dat dr. J. veel van haar was gaan houden.

Eind 2006 ontdekte ze een knobbel in haar borst. J. keek ernaar en zei dat ze naar de huisarts moest. Toen uit tests in het ziekenhuis bleek dat de knobbel verdacht was, raakte Trudy in paniek. Niets wilde ze met de gewone geneeskunst te maken hebben. Haar man, de huisarts, vrienden en ziekenhuisdokters probeerden haar over te halen een ziekenhuisbehandeling te ondergaan, maar ze weigerde. Iedereen beschrijft haar als een leuke, maar koppige vrouw. Als Trudy eenmaal iets vond, dan was ze er niet vanaf te brengen. Wie haar tegensprak, wees ze de deur. Haar man zou haar later op zijn knieën hebben gesmeekt naar het ziekenhuis te gaan.

De advocaten van J. en B. zien daarin het bewijs dat zíj Trudy niet bij de gewone geneeskunde weghielden. Dat wilde Trudy zelf, zeggen zij. Genezeres B. wíst niet eens dat Trudy borstkanker had, zegt haar advocaat. „Zij behandelde haar op afstand, per telefoon, voor iets kleins. Aan borstkanker zou ze niets hebben gedaan.” Dr. J. wist het wel. Volgens zijn advocaat probeerde hij Trudy diverse keren te overtuigen naar het ziekenhuis te gaan. Onzin, zegt de officier van justitie: allebei vertelden ze Trudy dat ze dood zou gaan als ze in het ziekenhuis werd behandeld. Op een goed moment werd haar bloed getest en daaruit bleek weer: kanker. Nee, die bloeduitslag is het gevolg van de pijnpleisters die je gebruikt, zou B. tegen Trudy hebben gezegd.

Trudy bleef thuis en werd allengs zieker. Een paar keer per dag belde ze met B. voor advies over voeding. Trudy mocht niets eten dat in aanraking was geweest met ‘straling’. Mobiele telefoons van man en kinderen moesten de deur uit, wegens straling. Het ziekenhuis was helemaal een gevaarlijke plek, leerde Trudy, omdat er zo veel straling was. Ze gebruikte stralingsvrije placemats. Dr J., die boodschappen deed, gaf haar elke dag de ‘korreltjes’ (suiker) die B. voorschreef. Elke keer dat ze iets nieuws wilde eten of drinken, moest Trudy met B. overleggen of dat wel mocht. Paardenmelk bleek te mogen; ei niet, want dat was giftig.

De spanning in huis werd steeds groter; in 2009 gingen man en kinderen verderop in de straat wonen. Ze konden er niet meer tegen. Ze bleven Trudy wel bezoeken, haar dochter woonde om de week bij haar. Dr J. ging tijdelijk bij Trudy wonen.

Op het verwijt van justitie dat J. de regels van beroepsorganisatie KNMG overtrad door Trudy niet naar het ziekenhuis te brengen terwijl hij vier jaar lang haar aftakeling meemaakte, zegt zijn advocaat dat hij haar dokter helemaal niet was. Hij was een vriend. Een behandelovereenkomst was er niet, hij stuurde niet eens een rekening voor de vele uren die hij met haar doorbracht. Maar, stelt justitie: tegen bezorgde vrienden en familie zei Trudy wel steeds: „Maak je geen zorgen, Peter J. is dokter, hij weet wat hij doet.”

Uitspraak over twee weken.