Groen? Nee,we zijn zwart als kool

Het kabinet wil een groener Nederland. Maar zet tegelijk stevig in op het gebruik van kolen. Dat is onverstandig, vindt Paul van Gelder.

Door het aandeel duurzame energie in 2020 te verhogen naar zestien procent heeft het kabinet willen aangeven dat ons land zijn eigen duurzame ambitie serieus neemt. De green deals, duurzame afspraken en energieakkoorden tuimelen inmiddels over elkaar heen. Daaronder bevinden zich waardevolle initiatieven die al van start zijn gegaan. Hoe wrang is het dan te moeten constateren dat het duurzame energiebeleid in de praktijk precies het tegenovergestelde bewerkstelligt: Nederland heeft zich ontwikkeld tot kolenland.

Want wat is eigenlijk de stand van zaken van de energietransitie in ons land? De feiten zijn verontrustend. In 2012 groeide het aandeel ‘hernieuwbare energie’ met 2,2 procent, terwijl tegelijkertijd het gebruik van kolen met maar liefst tien procent is toegenomen. Door de stijging van het kolenverbruik in de elektriciteitsproductie is de CO2-uitstoot per geproduceerde kWh in 2012 met een stevige zes procent toegenomen. Dit werpt ons weer jaren terug in de tijd.

Je zou dit ook een energietransitie kunnen noemen. Maar dan wel een die ons de verkeerde kant op duwt, aangezien deze niet voldoet aan de Europese ambities op het gebied van milieu, klimaat en duurzaamheid.

De politiek staat erbij en kijkt ernaar. Het is de kolenlobby meer dan eens gelukt om politiek en samenleving een rad voor de ogen te draaien. Bijvoorbeeld door grote beloftes te doen op het gebied van CO2-opslag (CCS) en bijstook van biomassa. Zo mikte het Rotterdam Climate Initiative (het initiatief om de Rotterdamse haven te vergroenen) op maar liefst vijftig procent CO2-reductie in 2025. CCS was de kurk waarop deze ambitie dreef.

Inmiddels moet men erkennen dat dit niet gaat lukken. CCS bij kolencentrales komt niet van de grond, want ook in Noord-Nederland, waar een andere nieuwe kolencentrale staat, is CCS al geruisloos tot stilstand gekomen. De bouw van de centrale zelf gaat natuurlijk wel gewoon door.

Toezeggingen over het ‘afvangen’ van CO2 bij kolencentrales bleken vooral loze beloftes te zijn. En hoe trots mag je zijn op het duurzaam bijstoken van biomassa, terwijl je hiervoor eerst een vervuilende kolencentrale hebt neergezet?

De kolenlobby is niet geïnteresseerd in het vergroening van onze energievoorziening. Het gaat haar vooral om het op volle toeren laten draaien van kolencentrales. Daarbij zoekt zij de grens op van wat de politiek toestaat. Dat is ieders goed recht; de financiële belangen zijn groot. Maar dat de politiek, die verantwoordelijkheid draagt voor de toekomst van onze samenleving, deze ontwikkeling gedoogt en zelfs stimuleert zonder oog te hebben voor de schadelijke milieueffecten, is ernstig.

De politiek heeft de opmars van kolen in Nederland zelf over zich afgeroepen. Onder meer door het debat over onze toekomstige energievoorziening eenzijdig en zonder de noodzakelijke nuances te voeren. Zo scheert men alle fossiele brandstoffen over één kam, zonder te kijken naar de enorme verschillen tussen de conventionele energiedragers.

Zouden we bijvoorbeeld van kolengestookte centrales overschakelen op gascentrales dan produceren we onze stroom meteen 33 procent efficiënter en met 50 procent minder CO2-uitstoot.

Doordat politici weigeren onderscheid te maken tussen gas en kolen, helpen zij juist kolen nog steviger in het zadel. Want als de politiek niet stuurt, dan wordt de weg van de minste weerstand niet alleen gezocht, maar ook gevonden.

Inzetten op vergroening is alleen geloofwaardig als er ook harde noten gekraakt worden. Het terugbrengen van de CO2-uitstoot door een prijs te verbinden aan die uitstoot – te betalen door energiebedrijven, zoals in het Verenigd Koninkrijk gebeurt – is zo’n harde noot. Dat doet pijn, maar is wel noodzakelijk om te komen tot een echt duurzame energiemix.

Als de politiek haar ambities op het gebied van milieu, klimaat en duurzaamheid serieus neemt en deze op een haalbare en betaalbare wijze wil bereiken, dan is het belangrijk dat zij zich niet langer kolen voor citroenen laat verkopen.

Paul van Gelder is chief executive officer van de Gasunie.