Gratis hulp voor de Rijksakademie

De Rijksakademie hoeft niet te verhuizen. Het ministerie van OCW, de Rijksgebouwendienst, de gemeente Amsterdam en de Stichting Rijksakademie werken achter de schermen een plan uit waardoor deze internationaal vermaarde postdoctorale opleiding voor beeldende kunst kan blijven in de kavaleriekazerne in de Sarphatistraat in Amsterdam, ondanks de drastische korting van de subsidie.

Kern van de afspraak, waarvan de details nog moeten worden uitgewerkt, is dat de gemeente Amsterdam het pand koopt van het Rijk, voor zo’n 3,4 miljoen euro. Daarna verstrekt de gemeente de grond (1,7 miljoen euro) in erfpacht aan de Stichting Rijksakademie. Dat betekent dat de Akademie 1,7 miljoen euro betaalt uitgesmeerd over 50 jaar, wat een aanzienlijke besparing oplevert. De bedoeling is dat de stichting wel in één keer de opstal betaalt, het resterende bedrag. En daarnaast nog ongeveer 1,5 miljoen euro uittrekt voor onderhoud.

Carolien Gehrels, cultuurwethouder van Amsterdam, is intens blij met de constructie: „Ik heb twee jaar geleden gezegd dat het ongelofelijk is dat de bezuinigingen van de rijksoverheid ertoe leiden dat we het Harvard van de beeldende kunst in de Amstel kieperen. Nu is het ons gelukt om dat te voorkomen: we behouden het instituut voor de stad op een budgetneutrale wijze.” Gratis dus.

Momenteel is de Rijksgebouwendienst jaarlijks 4 ton kwijt aan beheer van het gebouw, dat in 1992 nog grondig werd gerenoveerd. Het bedrag dat het Rijk aan de akademie per jaar kwijt is: 1,9 miljoen euro, de zogenaamde ‘verbruikersvergoeding’. In het plan zal dat bedrag veel lager liggen. Hoe laag, is nu nog niet precies te zeggen, want onderdeel van de besprekingen.

Directeur van de Rijksakademie Els van Odijk spreekt van „een geweldige stap”. Maar ze waarschuwt ook voor te snelle conclusies. „We zijn er nog niet. Zo moeten we nog veel werk verzetten met het vinden van partners in de private sector om ons te helpen de financiën op orde te krijgen. Maar gelukkig kunnen we nu wel vooruit.”

Het instituut, dat ieder jaar toptalenten aflevert die moeiteloos hun weg naar het internationale circuit vinden, ging van 3,4 miljoen euro subsidie jaarlijks naar 1,5 miljoen euro, een bedrag dat het instituut ook nog eens moet delen met De Ateliers, de andere postdoctorale opleiding voor beeldende kunst in Amsterdam.