Genen bepalen scholing

Succes op school is óók afhankelijk van iemands genen. Economen en genetici uit Rotterdam vonden de eerste drie scholingsgenen.

Een variant in de erfelijke code van de mens vergroot de kans op succes in de schoolopleiding. Mensen met alleen de ene DNA-variant hebben gemiddeld twee maanden meer opleiding gehad dan mensen met alleen de andere variant. Deze vondst publiceerden onderzoekers van de Erasmus School of Economics en het Erasmus MC in Rotterdam gisteren in Science.

De gevonden variant ligt op chromosoom 6. Alleen de globale locatie op het chromosoom is bekend, door de gebruikte onderzoektechniek. „Er liggen genen in de buurt die invloed hebben op gegevensverwerking in de hersenen. Maar welk gen het is weten we nog niet”, zegt Philipp Köllinger, een van de onderzoeksleiders. In het Science-artikel zijn nog twee plaatsen in de DNA-code beschreven die het bereikte opleidingsniveau beïnvloeden – op chromosoom 1 en 2. Ze hebben een kleinere invloed op de scholingskansen.

Het totale effect van de drie genvarianten is bescheiden. Ze verklaren minder dan één procent van de variatie in het behaalde opleidingsniveau. Uit eerder conventioneel onderzoek, bijvoorbeeld tweelingonderzoek, rolt dat het opleidingsniveau ongeveer 40 procent erfelijk is.

„Maar dit artikel is een proof of concept. Het laat voor het eerst zien hoe dit genetische onderzoek in de sociale wetenschappen succesvol aangepakt kan worden”, zegt epidemiologiehoogleraar Bert Hofman, een van de mede-auteurs van het onderzoek.

Het genetisch onderzoek in de psychologie en de sociale wetenschappen belandde de afgelopen jaren in crisis. Vrijwel alle eerdere vondsten van genen voor intelligentie en persoonlijkheidskenmerken zijn naar de prullenbak verwezen. Er was ernstige kritiek op de methodologie. Er verschenen artikelen in de wetenschappelijke tijdschriften met titels als: Most reported genetic associations with general intelligence are probably false positives. Köllinger: „Het probleem kwam aan het licht toen replicatie van de onderzoeken niet lukte.” De groepen proefpersonen waren te klein: op zijn hoogst een paar duizend mensen. En de kenmerken waren te vaag gedefinieerd. Dit nieuwe onderzoek is een genome wide association study onder ruim 100.000 mensen. En hij is meteen gerepliceerd in een cohort van 25.000 andere mensen – met hetzelfde resultaat.

Die grote cohorten bestaan uit de mensen die in verschillende landen meedoen aan grote, meestal langlopende bevolkingsonderzoeken, waarin wordt bijgehouden hoe ze leven en welke ziekten ze krijgen. Het zijn gegevensbestanden voor medisch onderzoek. De gegevens van de Rotterdam Study, van ongeveer 15.000 mensen in de Rotterdamse wijk Ommoord, zijn bijvoorbeeld onderdeel van het mede door Hofman geleide CHARGE-consortium. De afgelopen jaren zijn door onderzoek aan die supercohorten veel genen gevonden voor ziekten en lichaamskenmerken die door veel verschillende genen worden bepaald. Sociale kenmerken, zoals het bereikte opleidingsniveau, zijn in die cohorten vastgelegd omdat het opleidingsniveau de gezondheid beïnvloedt. Voor sociale wetenschappers die het genoomtijdperk willen betreden zijn die medische gegevensbestanden daardoor een goudmijn.

Het door Köllinger en economiehoogleraar Roy Thurik opgezette Social Science Genetic Association Consortium is aangehaakt bij het CHARGE-consortium. Thurik: „We zijn vijf jaar geleden – volkomen onervaren – begonnen met het zoeken naar genen voor ondernemerschap. We zijn naar Bert Hofman gestapt en die heeft de mensen van het CHARGE-consortium ervan overtuigd dat het zoeken naar genen voor sociale kenmerken een gamechanger zou zijn.”

De angst was dat in de toekomst mensen vooraf worden geselecteerd, voor een opleiding of beroep, op genetische kenmerken.

Köllinger: „Toen we hiermee begonnen waren mensen daarover wel ongerust. Nu kunnen we ze helemaal geruststellen: er zijn geen allesbepalende genen. Genetische selectie, bijvoorbeeld voor een schoolopleiding, kan dus in werkelijkheid niet.”

Thurik: „Gelukkig hebben we het gen dat alles bepaalt niet gevonden. En we kunnen ook uitsluiten dat het er is. We gaan nu door met het zoeken naar genvarianten voor sociale kenmerken. Onze droom is om een paar duizend Rotterdammers te bestuderen op ondernemerschap, op genetische, biologische en psychologische kenmerken. Voor zo’n onderzoek heb je zeker een miljoen euro nodig. Dat is een ongebruikelijk hoog bedrag in de sociale en economische wetenschap. Maar het geleverde proof of concept en deze publicatie zal helpen om dat te verwerven.”