Eerste opwinding over Japan ebt weg

De Japanse Nikkei-index is in een week 12 procent verloren. Is dit een logische correctie of echte twijfel aan ‘Abenomics’?

Het gaat nu wel heel hard. Toen de Japanse Nikkei-index vorige week donderdag ruim 7 procent verloor, zagen beleggers dat als een noodzakelijke correctie op de rally van de afgelopen maanden. Maar toen de Nikkei gisteren 5 procent kwijtraakte, ontstonden er voorzichtige twijfels aan het veelgeprezen nieuwe monetaire beleid van de pas aangetreden premier Abe.

Vandaag was er een licht herstel van 1,4 procent. De beursindex staat nog altijd zo’n 30 procent hoger dan aan het begin van het jaar. Beleggers reageerden dolenthousiast toen Abe in april ongekende stimuleringsmaatregelen aankondigde: zoveel geld bijdrukken en staatsschuld opkopen dat de geldhoeveelheid in twee jaar tijd verdubbeld is en extra overheidsuitgaven van omgerekend 90 miljard euro. Doel is de deflatie die de economie de afgelopen twintig jaar verlamd heeft, om te buigen in een inflatie van 2 procent.

De correctie van vorige week werd voorafgegaan door tegenvallende cijfers over de Chinese industrie en vrees dat de VS hun monetaire stimuleringsprogramma gaan inperken. Gisteren was er echter niet zo’n concrete, externe aanleiding voor het koersverlies. Dat voedt het vermoeden dat beleggers zichzelf achteraf te gretig vonden met hun aankopen van Japanse aandelen.

De val van de Nikkei ging gisteren samen met een iets duurdere yen. Abe en zijn kabinet benadrukken telkens dat het geen officieel beleid is, maar feit is dat de yen de afgelopen maanden zo’n 30 procent in waarde is gedaald ten opzichte van de dollar. Dat was goed nieuws voor exporteurs van Japanse auto’s en elektronica, die opeens beter kunnen concurreren met andere landen.

Nu lijkt het er dus op dat de eerste opwinding over Abes nieuwe koers wegebt. De aandelen van typische exportgerichte bedrijven verloren gisteren flink. Honda sloot 3,4 procent lager, Toyota 2,3 procent en Panasonic 4,1 procent.

Dat is welkom nieuws in buurlanden China en Zuid-Korea. Die twee landen vinden dat zij rechtstreeks schade ondervinden van het Japanse beleid. De Zuid-Koreaanse minister van Financiën Hyun zei vorige maand dat de zwakke yen een groter economisch risico is dan de Noord-Koreaanse oorlogsdreiging. Terwijl de yen in het afgelopen half jaar ongeveer 20 procent goedkoper is geworden tegenover de dollar, is de Zuid-Koreaanse won 20 procent gestegen tegenover de yen.

China, de grootste handelspartner van Japan, heeft zich deze week beklaagd bij het Internationaal Monetair Fonds. Maar dat vindt de onrust overdreven. „We zien nog geen bewijs dat het Japanse beleid heeft geleid tot grote neveneffecten of kapitaalvlucht uit Japan”, zei onderdirecteur David Lipton tijdens een bezoek aan Beijing.

Volgens een vandaag verschenen onderzoek van het IMF heeft het nieuwe beleid „een veelbelovend begin” gemaakt. „We staan er volledig achter”, aldus het IMF. Wel benadrukt het fonds dat de maatregelen gepaard moeten gaan met hervormingen van de reële economie. Naar verwachting zal Abe volgende week zijn plannen hieromtrent bekendmaken.