Is de gevangenis een hotel? Een blik achter de tralies in Dordrecht

De Penitentiaire Inrichting Dordrecht, voorheen ‘Dordtse Poorten’, bestaat sinds 1996.

Op water en brood. De vox populi is bikkelhard voor mensen die fors over de schreef gaan. Tegelijkertijd wil het cliché dat de beschaving van een samenleving is af te lezen aan de manier waarop ze met gedetineerden omgaat. Op bezoek bij de Penitentiaire Inrichting in Dordrecht vraag ik gevangenisdirecteur Jan Kees de Gier om zijn visie.

Allereerst krijg ik een rondleiding van woordvoerder Ralph Brühns, die vroeger zelf bewaarder was. Een rondleiding terwijl de gevangenis in bedrijf is, dus niet leeg zoals tijdens open dagen. Terwijl ik met hem in gesprek ben, kunnen we de gedetineerden door de glazen wanden zien. Als een aantal van hen plotseling onze ruimte binnenkomt en ons passeert, voel ik me even wat ongemakkelijk. “Doe maar een stapje opzij”, zegt Brühns.

Hij legt uit dat gedurende het dagprogramma een beperkt aantal gelegenheden, zoals bibliotheek en bezoekersruimte, bezocht mag worden. Zelfstandig, maar wel “onder visuele controle”. Die controle wordt niet alleen door personeel ter plaatse gedaan, maar ook vanuit de zogeheten Controlekamer. “Het hart van de inrichting”, aldus Brühns. Van daaruit worden de zware deuren van iedere ruimte geopend en gesloten.

Het idee is om hier een aantal vooroordelen te toetsen: dat de gevangenis ‘een hotel’ is, dat het personeel niet enkel uit ‘sleuteldraaiers’ bestaat en dat gedetineerden alleen maar ‘wasknijpers maken’. Maar ook het vooroordeel dat je in de gevangenis moet zien te overleven, dat je een woesteling moet worden om je de andere woestelingen van het lijf te houden. Ik kijk rond en ga in gesprek met de mensen die werken op een plek waar vrije burgers van alles over vinden. Wat vinden deze gevangeniswerkers van die vooroordelen?

De PI Dordrecht, voorheen ‘Dordtse Poorten’, biedt plaatst aan 372 gedetineerden in verschillende regimes. Een gevangenis voor gestraften, een Huis van Bewaring voor verdachten en een Extra Zorgvoorziening voor gedetineerden die extra geestelijke of lichamelijke zorg nodig hebben. Van buiten is de gevangenis een blokkendoos. Rechttoe, rechtaan. Geen imposante architectuur zoals ‘De Schie’ in Rotterdam. Het complex ligt tien minuten rijden buiten het centrum, langs een doorgaande weg in dunbevolkt gebied. Wie geluk heeft kan vanuit zijn cel over de buitenmuren kijken. Veel is daar overigens niet te zien: voorbijrazende auto’s, wat bomen en enige bedrijvigheid rondom de McDrive. Daarachter braakliggend terrein.

Binnen de muren bevindt zich een luchtplaats, waar ook gebasketbald kan worden. En een sportveld waar onder toezicht van een sportinstructeur gevoetbald kan worden. Ook is er een ruimte voor fitness. Gedetineerden mogen twee keer per week sporten, drie kwartier per keer. Vrienden en familie kunnen niet zomaar even langswaaien. Wie in het gevangenisgedeelte zit, heeft recht op twee uur in de week bezoek. De gedetineerden in het Huis van Bewaring één uur per week.

‘Elk moment ben je van ons afhankelijk’

Werken is verplicht in de gevangenis. Minstens vier uur per dag. Een doorgaande bezigheid is het repareren van fietsen. Daarvoor hebben de gedetineerden een grote, professionele werkplaats ter beschikking. Tientallen fietsen wachten op een opknapbeurt. Daarnaast beschikt de PI over een houtwerkzaal waar over het algemeen tuinschermen worden vervaardigd. Met het werk kan een gedetineerde 15,60 euro per week verdienen (78 cent per uur, 20 uur per week). Handel drijven binnen de gevangenis is verboden, maar kleine hand-en-spandiensten zijn toegestaan. Wie goed is in lezen en schrijven kan zijn medegevangenen van dienst zijn met brieven van instanties.

Van vijf uur ‘s middags tot half acht ’s ochtends zit iedereen weer achter slot en grendel. “Elk moment ben je van ons afhankelijk”, zegt Brühns. “Wij sluiten en openen de deuren. Voordat we iemands deur opendoen tikken we eerst drie keer op de klink.” Buiten de verplichte arbeidsuren mogen gedetineerden vrij rondlopen op ‘de leefafdeling’, de ruimte tussen de celblokken. Dat is een soort gymlokaal met wat meubels, bordspelen, een biljarttafel en tafelvoetbal. Aansluitend een doucheruimte en een keuken. Tussen de middag moeten alle gedetineerden achter slot en grendel.

In het gevangeniswezen heb je bewaarders/complexbeveiligers en Penitentiaire Inrichtingswerkers, kortweg PIW’ers. De bewaarder/complexbeveiliger draagt zorg voor de veiligheid in en om het complex van de inrichting. Denk hierbij aan het voeren van toegangs- en uitgangscontroles, alsmede het controleren en registreren van identiteits- en legitimatiedocumenten van bezoekers. De bewaarder/complexbeveiliger spoort ook risicovolle goederen op met behulp van detectiepoorten en doorlichtingsapparatuur. Camera’s helpen hem bij het toezicht. In geval van conflicten treedt hij handelend op en bij calamiteiten assisteert hij. Ook begeleidt de bewaarder/complexbeveiliger de externe transporten van gedetineerden.

De PIW’er heeft een meer sociale functie. Hij is niet alleen belast met het bewaren en beveiligen van personen, maar ook met het begeleiden bij activiteiten en de algehele leefsituatie van gedetineerden. “Bejegenen en verlenen van zorg aan personen geplaatst binnen de inrichting”, zoals Brühns het uitdrukt. De visie van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), waaronder het gevangeniswezen valt, luidt: “De Penitentiair Inrichtingswerker draagt bij aan een humane uitvoering van de detentie, een beperking van de detentieschade en voorkoming van recidive. De Penitentiair Inrichtingswerker is verantwoording schuldig aan het hoofd van de afdeling.” Elke PIW’er is mentor van vijf of zes gedetineerden. Als mentor bespreekt hij of zij het gedrag met de gedetineerde en stelt verbeterplannen op. Dat het onder normale omstandigheden geen water en vuur is, blijkt uit het plakboek waar een PIW’er over vertelt. “Soms krijgen we weleens kaartjes van ex-gedetineerden, die plakken we daar in. Als mensen vertrekken krijgen we vaak een goede handdruk als dank.”

Gedetineerden mogen dan hun muren behangen met blootfoto’s, het gevangenispersoneel heeft ook zo haar eigenaardigheden. Brühns toont een vitrinekast met opmerkelijke dingen: een gestripte schoen met in de zool een mobiele telefoon en een tatoeageapparaat gemaakt van wasknijpers en een balpen. Maar ook messen en pijpjes om drugs te roken. Allemaal het resultaat van celinspecties én van de fouillering direct na binnenkomst. Dat is een soort wasstraat: met een busje worden verdachten en veroordeelden aangeleverd, vervolgens worden ze ontdaan van verboden voorwerpen en daarna gaan ze op de foto voor een ‘mugshot’.

‘Het onderkomen moet zo normaal mogelijk blijven’

Fouilleren draagt bij aan de veiligheid binnen de muren, maar het is geen garantie op geweldloosheid. In de keuken zijn weliswaar geen messen, maar de leefafdeling beschikt wel over biljartballen, losse stoelen, keuen en andere attributen. Zijn dat niet allemaal potentiële wapens? “Wij proberen een zo leefbaar mogelijke ruimte aan te bieden”, zegt Brühns daarover. “Dat behaal je niet door alles wat mogelijk als wapen gebruikt zou kunnen worden, weg te halen. Het onderkomen moet zo normaal mogelijk blijven.”

Toch ziet het er wel degelijk uit als een gevangenis. De gangen zijn lang en steriel. Zwart geverfde radiators, minimale verlichting, spijlen voor ieder raam. De kunst aan de muur vrolijkt de boel nog enigszins op. Op dat ene schilderij na dan - een gedetineerde heeft daar al zijn wanhoop in grillige kwaststreken vervat.

Ongetwijfeld zullen mensen hier weleens aan ontsnappen gedacht hebben. De muren zijn hoog, maar niet zo hoog dat een klim op het eerste gezicht een kansloze onderneming lijkt. “Hoop doet leven”, zegt gevangenisdirecteur Jan Kees de Gier over dat soort gedachtes. “Het idee dat je zou kunnen ontsnappen zorgt er misschien wel voor dat mensen niet ontsnappen.” De Gier wijst erop dat een poging tot uitbraak, mits er in dat proces geen slachtoffers vallen, niet verboden is volgens het Wetboek van Strafrecht.

Als Brühns het over de gevangenis heeft, gebruikt hij vaak metaforen als ‘een kleine stad’, ‘een mini-samenleving’ of ‘een gemeenschap’. Het personeel bestaat namelijk niet alleen uit bewaarders/complexbeveiligers en PIW’ers, maar ook uit psychologen, verpleegkundigen, artsen, geestelijk verzorgers (dominees, imams), technici, facilitair medewerkers en administratief medewerkers. De gezondheid van de ingezetenen is een continue zorg. “Elke dag rijdt er een auto met medicijnen voor”, weet Brühns.

‘Regels geen excuus om verstand niet toe te passen’

Het gevangeniswezen was geen roeping voor De Gier. “Ik zou ook in een ziekenhuis of bejaardentehuis kunnen werken”, zegt hij in zijn kantoor met tralies voor de ramen. “Het mensenaspect”, vindt hij het belangrijkst. Tijdens zijn studie bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit specialiseerde hij zich in openbare orde en veiligheid. Vervolgens solliciteerde hij op een vacature in Intermediair.

De gevangenis een hotel? Mensen die dat roepen, bedoelen natuurlijk: straf die gevangenen maar eens wat harder. En juist met die uitleg heeft De Gier een probleem. “De straf is vrijheidsbeneming”, zegt hij. “Wij voegen geen leed toe. De straf is dat je niet zelf kunt bepalen waar je gaat en staat, dat je afhankelijk bent.” Om te ervaren hoe dat is, heeft hij weleens ‘proefgezeten’ in Ter Apel. De gevangenis moest toen nog in gebruik worden genomen, bij wijze van test liep hij mee in het normale regime. “Ik moest bellen voor WC-papier, dat was heel gênant.”

De Gier benadrukt meermaals dat hij er niet zit ‘om te straffen’. Toch moet er zo nu en dan opgetreden worden tegen gedetineerden die de regels schenden. Denk aan drugsbezit, het frauderen met urinecontroles en mishandelingen. Als directeur bepaalt hij de disciplinaire straf of maatregel: bijvoorbeeld drie dagen afzondering in een isoleercel en alleen naar buiten in een luchtkooi van enkele vierkante meters. Het bezoek kan eveneens een sanctie opgelegd krijgen. Wie verboden middelen meesmokkelt kan maximaal drie maanden de toegang ontzegd worden. Het regime is streng, maar regels mogen volgens De Gier “geen excuus zijn om het gezond verstand niet toe te passen”.

‘Sommigen geen besef van mijn en dijn’

De gevangenis een school voor criminaliteit? “In de gevangenis moet je werken. Als je niet kunt lezen en schrijven, kun je dat hier leren”, pareert De Gier. “We brengen mensen bij dat ze niet alleen moeten omgaan met foute vrienden, dat ze moeten investeren in hun sociale omgeving. Sommigen die hier binnenkomen hebben helemaal geen besef van mijn en dijn. Zij hebben nooit ouders gehad die hen dat bijbrachten.”

De Gier ziet ook de tragiek in de levens van de gedetineerden. Sommige delinquenten hebben bijvoorbeeld een zware psychische stoornis. “Die zijn afgegleden en hadden eigenlijk helemaal niet in het strafrecht gemoeten. Of denk eens aan verslaafden die stelen om hun drugs te kunnen betalen.” De gevangenisdirecteur kan echter niemand tot therapie dwingen. “Maar we proberen gedetineerden daar wel toe te verleiden.”

Behandel mensen zoals je zelf behandeld wilt worden – dat beleid voert volgens De Gier de boventoon. “In dit systeem gaan we op een hele nette manier met gedetineerden om. Het is toch een soort gemeenschap.” De gedachte daarachter is volgens Brühns dat met een sociaal beleid de veiligheid zowel binnen als buiten wordt vergroot. “De laatste jaren is onder de noemer Modernisering Gevangeniswezen veel geïnvesteerd in personeel en progamma’s. Door onder andere vakmanschap, gedragsinterventies en nauwe samenwerking met reclassering, gemeenten en zorginstellingen wordt hard gewerkt aan het verminderen van recidive. Ons beleid draagt bij aan het voorkomen van nieuwe slachtoffers. ”

In de PI Dordrecht verblijven ook een aantal levenslang gestraften. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, betekent dat ook echt ‘tot de dood er op volgt’. Hoewel deze mensen niet meer terugkeren in de samenleving worden ze niet aan hun lot overgelaten. Integendeel, juist levenslang gestraften worden extra gemonitord. Enerzijds omdat ze niets te verliezen hebben, anderzijds omdat ook zij recht hebben op een menswaardige detentie. Echt uitzichtloos is hun situatie niet, aldus De Gier. In uitzonderlijke gevallen kan er gratie verleend worden. En de samenleving is na veertig jaar gevangenisstraf misschien milder gestemd, zodat zelfs een levenslang gestrafte kan vrijkomen. Maar dat is geen beleid. Hoe uitzichtloos een straf ook kan lijken, de veerkracht van gedetineerden is volgens De Gier enorm. “De mens voegt zich altijd naar de omstandigheden. Hij probeert er het beste van te maken.”

‘Woede ebt weg, tijd is onze beste vriend’

Hoe meer De Gier vertelt over zijn visie als gevangenisdirecteur, hoe vager het onderscheid lijkt te worden tussen gevangenis, ziekenhuis en bejaardentehuis. Het schrikbeeld dat we kennen van Amerikaanse films (opstanden, bendevorming, geweld) lijkt hier niet van toepassing.

Toch kan het er ook in Dordrecht hard aan toe gaan, beaamt De Gier. Het gevreesde IBT, voluit Intern Bijstandsteam, kan met schilden, knuppels en pepperspray de orde herstellen. Is er een ernstige verdenking van verboden middelenbezit “dan kijken we in alle holtes en gaten”, aldus De Gier. Gelukkig hoeft het IBT zelden ingezet te worden. “Misschien is het wel niet nodig omdat je het hebt”, filosofeert hij. Een afschrikmiddel dus.

Gaat een gedetineerde helemaal door het lint, dan wordt het IBT ingeschakeld. “Ook zij kiezen altijd eerst voor de persoonlijke benadering. De IBT’ers zetten hun helmen dan nog niet op en vragen eerst wat er allemaal aan de hand is. Door te praten proberen ze de gedetineerde mee te laten werken. In bijna alle gevallen ebt de woede dan weg. Tijd is onze beste vriend.”

Niet iedere gedetineerde kijkt reikhalzend uit naar de dag waarop hij vrijkomt. “Bij langgestraften kan er soms sprake zijn van hospitalisatie”, aldus Brühns. “De regelmaat en de structuur die ze binnen de inrichting hadden zijn ze dan kwijt. Terugkeren in de maatschappij kan dan enigszins beangstigend zijn. Daar moeten zij zelf weer de leiding nemen over hun leven. Sommigen hebben de invoering van de euro niet eens meegemaakt. Of de opkomst van de mobiele telefoon.”

Gedetineerden kunnen, indien de stafoplegging dat toelaat, in de laatste fase van hun detentie in aanmerking komen voor een programma waarin het gesloten regime geleidelijk afgebouwd wordt. “Hier wordt ook meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid verwacht”, aldus Brühns. “Soms belt een langgestrafte gedetineerde ons wel eens op met de vraag of hij terug mag komen als hij het ‘daarbuiten’ niet redt.”

Volg de auteur op Twitter