Column

De kleur van optimisme

Het is een vorm van beeldspraak die synesthesie wordt genoemd en die is gebaseerd op het vermengen van indrukken van verschillende zintuigen. Ik ben er dol op, net als veel van mijn collega-dichters. Het is een stijlfiguur waardoor alles wat je zegt vanzelf heel poëtisch gaat klinken. De blauwe klanken van de band. Een kakofonie van kleurenpracht. De felgroene geur van vrijheid. De zoetzure melodie van de gitaarsolo. Dat soort heerlijke metaforen. En het is niet eens moeilijk om ze te bedenken.

Wat is de kleur van optimisme? Het antwoord op die vraag vernamen we op de avond van 14 april uit de mond van onze premier. Om de euforie over het zojuist gesloten sociaal akkoord onder woorden te brengen, sprak hij van ‘een groene waas van optimisme’.

Maar politici zijn geen dichters en wanneer ze beeldspraak gebruiken, houd je altijd je hart vast. Want wat moeten we ons voorstellen bij een groene waas? Dan denk je toch vooral aan gifwolken die opstijgen uit een vervaarlijk borrelend slootje naast een chemische fabriek of aan een scène uit een sciencefictionfilm als Alien waarin de groene mist in de verlaten gangen van het ruimteschip de aanwezigheid van de indringer verraadt. Dat woord ‘waas’ is sowieso ongelukkig, want als een metaforische waas een kleur heeft, is dat vrijwel altijd de rode waas voor de ogen die iemand het zicht op de werkelijkheid volledig ontneemt. In dat opzicht was de metafoor toepasselijker dan Rutte had kunnen bedoelen.

Ook op een andere manier zijn politici geen dichters. Dichters schrijven voor de eeuwigheid. Politici zeilen voor de wind van de waan van de dag over de woelige zee van almaar veranderende omstandigheden. Dat is funest voor beeldspraak, want als er te veel verandert, klopt het niet meer. Dan wordt het met terugwerkende kracht belachelijk. Nu, nog geen anderhalve maand later, stapelen zich de tegenvallende cijfers op. Rutte ziet zich in de verdediging gedrongen. Maar hij geeft zich nog niet gewonnen. Afgelopen dinsdagavond sprak hij van „een heel voorzichtig groen waasje”.

Dat is natuurlijk subliem. Dat is bijna experimentele poëzie. Behalve een synesthesie is het ook nog een personificatie, want alleen met rede begiftigde wezens kunnen voorzichtig zijn. Voor gasvormige verschijnselen is dat althans geen gebruikelijke eigenschap. En wat moeten we er ons bij voorstellen? Een verlegen pufje uit de parfumverstuiver van een blozend meisje dat zich voor het eerst in haar leven opmaakt en daarom per ongeluk van de zenuwen voor de kleur groen heeft gekozen. Of een schilder die met de uiterste precisie van zijn fijnste penseel een paar groene accenten aanstipt in zijn ogenschijnlijk volslagen blauwe zeezicht. „Ik heb er een heel voorzichtig groen waasje overheen gelegd”, zegt hij tegen zijn vrouw. „Je ziet het nauwelijks.”

Eigenlijk wel zo toepasselijk voor de effectiviteit van de maatregelen van deze regering.

Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next. Elke vrijdag schrijft hij op deze plek over politiek en actualiteit.