Column

De jeugd steekt er weer weinig van op

Niet-rokers zal het een zorg zijn, maar gisteren kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met een bevinding waar het rokend deel der natie veel klachten gegrond ziet: de prijs van een pakje sigaretten is in de afgelopen tien jaar verdubbeld. Als er geen belastingverhoging op sigaretten zou zijn geweest, dan was de prijs slechts gestegen met 28 procent.

Dat is nauwelijks meer dan de 20 procent waarmee het algemene prijspeil omhoog ging. Het zijn de belastingverhogingen die de kosten van het roken overweldigend hebben opgejaagd. Zonder belastingen zou een pakje van negentien sigaretten nu 1,58 euro kosten. Maar in de winkel rekent de roker zes euro af. Onder deze klanten bevindt deze auteur zich overigens met enige regelmaat.

Over het doel van deze belastingen wordt al sinds mensenheugenis geklaagd. Veel rokers houden het grommend op een heffing met als geen ander doel het vergroten van de overheidsinkomsten onder het mom van het stimuleren van de volksgezondheid. En inderdaad: het verhogen van de tabaksaccijns is voor bezuinigende kabinetten een eenvoudige manier om de inkomsten te vergroten – recent nog door het kabinet Rutte-2.

Toch verenigt de staat hier slechts het aangename met het nuttige. De volksgezondheid verbetert door accijnzen op tabak. Hoeveel, dat is meer de vraag, en dat hangt af van de prijselasticiteit van sigaretten: vermindert een prijsverhoging de consumptie? Een overweldigende hoeveelheid onderzoek stelt van wel. De elasticiteit varieert per onderzoek, methodiek en land, maar zo uit de losse pols mag uit al die stukken een gemiddelde prijselasticiteit van rond de -0,4 worden verondersteld. Een prijsverhoging van 10 procent leidt tot een afname van de vraag met 4 procent. Dat is winst, maar die wordt niet evenredig verdeeld over alle bevolkingslagen. Hoe lager inkomen of opleiding, hoe gevoeliger, zo lijkt het. Hoewel juist deze groepen beter toegang lijken te hebben tot smokkel, die toeneemt als de prijzen te snel naar een hoog niveau stijgen.

De verstokte roker is een doelgroep, maar studies over het prijseffect zijn redelijk eenduidig over een veel belangrijker groep: jongeren. Een Amerikaanse metastudie van 67 afzonderlijke onderzoeken wijst vrij overtuigend uit dat het prijseffect vooral voor hen goed werkt.

Opvallend genoeg geldt dat bij pubers en adolescenten niet zozeer voor het beginnen met roken. Kennelijk is die stap te spannend, rebels of anderszins gemotiveerd om te luisteren naar een prijsprikkel. Waar de prijs wel een duidelijke rol speelt is bij het weer stoppen, het al dan niet mee blijven doen en de hoeveelheid sigaretten. Dat geldt voor pubers én voor adolescenten.

Stel je maar voor: het minimumjeugdloon bedraagt dit jaar 2,92 euro voor zestienjarigen en 3,35 euro voor zeventienjarigen. Een zestienjarige moet nu twee uur vakkenvullen voor een pakje peuken. Dat hakt er behoorlijk in. In de jaren zeventig kocht deze tiener drie pakjes voor één uur werk.

En het argument dat een roker door zijn vroege sterfte goedkoop is voor de samenleving? Daar kan je lang aan rekenen, maar uiteindelijk is er maar één uitkomst: het doet niet ter zake.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.