De dood is big business

Eén keer in zijn leven mag de Ghanees baden in weelde. Alleen maakt hij dat zelf niet mee, want het is op zijn eigen begrafenis. De familie zorgt dat alles piekfijn en vooral duur in orde komt.

Een dure doodskist in de vorm van mobiele telefoon, bierfles of iets anders verhoogt in Ghana de status van overledene en familie. Foto Hollandse Hoogte

Hij begon op zijn zeventiende als freelance doodskistdrager. Meteen had hij door dat in de dood een goede toekomst zat. Statig liepen ze met de kist naar het graf, gestoken in saaie pakken. Nu heeft Benjamin Aidoo (23) zes jongens in dienst en is zijn informele bedrijfje genesteld in de avantgarde van de uitvaartzorg in Ghana.

Benjamins dragers schudden de heupen op het geschetter van een brassband. Ze gaan met kist en al door de knieën op gospelmuziek. Of ze schuifelen, op reggae, vingerknippend over de begraafplaats, de kist op hun schouder. „Mijn klanten zeggen: papa was gek op muziek, laat hem nog een allerlaatste keer swingen”, zegt Benjamin. Hij loopt voorop en geeft met hoed en wandelstok het tempo aan. „Maar onze show valt ook in de smaak omdat we gewoon goed gekleed gaan.”

Zijn bedrijfskapitaal hangt in een krappe slaapkamer achter een zandsteeg in de Ghanese hoofdstad Accra. De muren boven zijn bed gaan verborgen achter witte rokkostuums van de vlooienmarkt en een op maat gemaakt pak met roodgeel geruit vest. Van kerk of woning naar de begraafplaats kost zijn service omgerekend 300 euro. Een maandloon voor velen, maar de aanvragen groeien Benjamin bijna boven het hoofd.

In geen ander Afrikaans land worden begrafenissen met zoveel toewijding gevierd als hier. Een drukbezochte begrafenis verleent de familie van de overledene een prestige dat weinig andere statussymbolen kunnen evenaren. Vrijdag en zaterdag zijn begrafenisdag in Ghana. Minibusjes met begrafenistoeristen rijden ieder weekend naar het platteland. Rouwprocessies trekken zingend door de dorpsstraten. Hele buurten raken afgesloten omdat tientallen rouwenden zich onder de beschutting van een op straat opgetrokken tentzeil te goed doen aan een kipbuffet. Na de plechtigheid draaien dj’s het volume zo hoog dat de ramen trillen. Het gaat om eten, drinken, dansen, zien en gezien worden. Conversatie is bijzaak.

De sarcofagen van de Ga, een stam in het zuiden van Ghana die zijn rijkste doden begraaft in een kist als een bierfles, mobiele telefoon, sportschoen of cacaoboon, hebben geleid tot fotoboeken en tentoonstellingen in westerse galeries. Inmiddels is zo’n kist ook online te bestellen. 1500 dollar per stuk. Maar de meeste Ghanezen houden het op glanzende kisten met vergulde handvaten, eventueel apart te leasen voor de nabestaanden die krap bij kas zitten. Veel begrafenissen beginnen doordeweeks met kleurenadvertenties in de krant en op billboards langs de kant van de weg. Soms duren ze een week en ze worden grotendeels buiten gevierd, op de stoep, voor de poort, zonder de ingehouden emoties en de bedruktheid die het Westen als sociaal gewenst beschouwt. „Naast het tonen van respect is de begrafenis een moment om het succes van de dode en de status van de familie te evalueren”, zegt antropoloog Marleen de Witte van de Universiteit van Amsterdam. Zij deed jarenlang onderzoek in Ghana. Een beetje hoogwaardigheidsbekleder moet zich in het weekend op vier à vijf begrafenissen laten zien. En het is maar afwachten of zijn vrouw meegaat, want zij heeft haar eigen begrafenissen af te lopen. Kleermakers leveren de outfits. Zwartwit wanneer de dode heel oud is geworden, roodzwart bij een onverwachte dood of sterfgeval op middelbare leeftijd. Maar zwart mag altijd, en nuances van bruin.

Ghanezen zeggen spottend: we houden meer van onze doden dan van de levenden. Het is een veelgehoorde klacht dat familieleden niet thuis geven als opa een spoedoperatie nodig heeft, maar dat de donaties binnenstromen zodra opa te ruste wordt gelegd in een kist met kussentjes van chintz. De kleine middenstand vaart er wel bij.

Begrafenissen zijn big business. Op de binnenplaats van het grootste mortuarium van de stad slaapt een man naast een zwarte kist waartegen een bordje ‘Alleen te huur voor moslims’ leunt. Door het gaas van een open raam is te zien hoe een groep vrouwen zich verdringt rond een lijk dat aangekleed wordt. De lijkverzorgers en doodkistaankleders zijn zelfstandig ondernemers, net als de bezwete drumgroep die bij de deur staat te blèren. Buiten poetst John Mensah van Last Royal Journey Funeral Services een modderspat van zijn lijkwagen. „De mensen geven toch liever iets extra’s uit, voor een zwarte Mercedes”, zegt hij.

Toen de dictator van Gambia bepaalde dat in zijn strookje land het weekend voortaan op donderdagavond zou beginnen, zeiden sommige Ghanezen,dat de vrijdagbegrafenissen niet langer zouden botsen met de kantoorplicht, als Ghana ook een vierdaagse werkweek zou invoeren. Want een uurtje rouwbezoek is niet genoeg. Hoe meer Ghana’s groeiende middenklasse te besteden heeft, des te extravaganter de begrafenissen worden. Volgens een columniste van de Ghana’s grootste krant, de Daily Graphic, is de moderne begrafenis een belachelijke toestand geworden. „Familieleden halen er niet alleen hun spaarrekening voor leeg, ze gaan zelfs leningen aan om de buffetten, geïmporteerde bloemen en full-color brochures over de dode te kunnen betalen. En dat alles om te imponeren, want met onze cultuur heeft het niet veel meer te maken.”

Door richtlijnen op te stellen voor bijvoorbeeld het toegestane aantal drumgroepen en het maximum aantal dagen mortuarium, proberen kerkleiders en traditionele chiefs al sinds de jaren tachtig de uitgaven te beteugelen. Bijna al die pogingen zijn vergeefs, zegt Marleen de Witte. De Ghanezen zijn het erover eens dat het allemaal veel te veel kost. Maar zodra een naaste in de familie overlijdt, zie je hoe groot de sociale druk is om toch een goede begrafenis te organiseren. Er is een populaire song uit de jaren zestig met de tekst: „Tijdens mijn leven heb ik niet eens een mat om op te slapen, maar als ik doodga zetten ze een metalen bed voor me neer.” En zo is het nog altijd.