De bezuinigingen bij de diplomatieke dienst

Vanaf vandaag heeft Nederland geen ambassade meer in Ouagadougou, de hoofdstad van het 16 miljoen inwoners tellende West-Afrikaanse land Burkina Faso. Wegbezuinigd. Er zullen nog meer ambassades volgen, want er wordt de komende jaren fors gesnoeid op de Nederlandse diplomatieke dienst. Tegelijk verscheen gisteren in Den Haag een rapport over modernisering van de diplomatie. Daarvoor is eigenlijk méér geld nodig, staat in het rapport.

Is in het internettijdperk de diplomatieke dienst niet achterhaald?

Dat zou je denken. Maar de tijd dat de ambassadeur één keer per week via de telex verslag deed over de ontwikkelingen in het land van zijn standplaats ligt al ver achter ons. Globalisering heeft de wereld kleiner gemaakt. Tegelijk is het buitenland voor ons belangrijker geworden.

Voor de contacten met dat buitenland is een diplomatieke dienst onontbeerlijk. Als ogen en oren voor het thuisfront, als serviceverlener voor de miljoenen landgenoten in het buitenland en als uithangbord voor de bv Nederland, om maar eens een paar zaken te noemen.

Waarom liggen de diplomaten dan zo onder vuur?

Alle overheidsinstellingen liggen onder vuur. De overheid bezuinigt namelijk fors. Maar verhoudingsgewijs moet Buitenlandse Zaken extra inleveren. Alle mogelijkheden om te besparen worden bekeken. En dan blijkt dat als het om populariteit gaat de buitenlandse dienst niet bovenaan staat.

Diplomaten moeten nog altijd vechten tegen het clichébeeld van in riante huizen vertoevende, cocktailparty’s aflopende nietsnutten. Daar komt bij dat Nederland de afgelopen jaren veel met zichzelf bezig was en weinig van het buitenland moest hebben. Dan zijn de diplomaten een makkelijke prooi. Er worden ook terechte kritische vragen gesteld. Bijvoorbeeld of het soms niet wat doelmatiger en goedkoper kan.

En valt er dan nog wel wat te halen?

Het kabinet denkt van wel. In het regeerakkoord van VVD en PvdA is afgesproken dat het ministerie van Buitenlandse Zaken 100 miljoen euro per jaar moet inleveren. Een groot deel van dat bedrag komt op tafel door te korten op het zogeheten ‘postennetwerk’. Er worden bijvoorbeeld ambassades gesloten, maar het kan ook door met minder personeel te werken. Een andere mogelijkheid is het verkopen van vastgoed. Zo staat het ambassadegebouw in Londen nu te koop.

Maar nu zegt een rapport van een commissie van wijzen dat er eigenlijk niet kan worden bezuinigd.

Klopt. Als je meer in het buitenland wil verdienen, staat in hun rapport, moet je niet tegelijkertijd jouw vertegenwoordigingen in het buitenland afbreken. Dat neemt niet weg dat ook deze commissie zegt dat doelmatiger gewerkt kan worden. Bijvoorbeeld door in bepaalde regio’s ambassades samen te voegen. Maar wat de commissie vooral bepleit, is een ander soort diplomaten: met meer specialistische kennis en die niet meer in hiërarchische lijnen denken, maar werken in een ‘netwerkomgeving’.

Er komt toch nu ook een Europese buitenlandse dienst? Dan kunnen lidstaten toch posten sluiten?

Veel Europese landen hebben zich al rijk gerekend met die gedachte. De dienst moet nog grotendeels worden opgezet. Maar nu al blijkt dat lidstaten maar weinig eigen taken aan een Europese ambassade willen overdragen. Denk eens aan handelsbevordering. Daar zijn de Europese landen gewoon elkaars concurrenten.