Baltische zielen op locatie

Ik reis graag boeken en schrijvers achterna. Zo ben ik, als u dit leest, in het Balticum op zoek naar drie van mijn favoriete schrijvers. Ik wil met eigen ogen zien in wat voor wereld zij leefden – de Est Jaan Kross in een sovjetflat in Tallinn, de Poolse Litouwer Czeslaw Milosz in de Litouwse bossen en Thomas Mann in zijn zomerhuis op de Kurische Schoorwal. Hun geest moet in dit gebied van uitgestrekte wouden, moerassen en duinen nog aanwezig zijn.

Maar eerst stap ik de boekhandel Janis Roze in het centrum van Riga binnen. En daarmee stap ik zelf in een boek, althans in de wereld die Jan Brokken in Baltische zielen over die boekhandel heeft beschreven.

Het hoofdstuk dat hij aan de Rozes wijdt is geen gewone geschiedenis, maar een aangrijpend verhaal over onderdrukking en vervolging van een volk aan de hand van de lotgevallen van een enkele familie, die op grond van haar bourgeoisafkomst door de Russen naar de Goelag werd gedeporteerd. Ook laat Brokken zien hoe onder de Sovjetbezetting, die tot 1991 duurde, boeken en makers van boeken (Janis Roze was ook uitgever) werden vervolgd, want bourgeoisschrijvers waren sinds 1940 verboden.

Als je Brokken niet gelezen hebt ben je je in de winkel van niets bewust. In mooie kasten staat literatuur uit de hele wereld uitgestald, vertaald in het Lets, een taal die door zo’n 2,3 miljoen mensen gesproken wordt. Heel wat vertalers moeten dag en nacht bezig zijn om de buitenwereld in hun taal te vatten.

De mooiste boeken staan in het kastje van uitgeverij Roze. Umberto Eco, Sandro Veronesi en Jaan Kross zijn in prachtbanden uitgegeven, aan paperbacks lijkt uitgeverij Roze niet te doen. Ineens valt mijn oog op een naam, ‘Jans Brokens’, van wie een boek ligt uitgestald met de titel Nelegalie pasazieri. Jan Brokken dus, met zijn roman De illegale passagiers in het Lets, verschenen in 2011. Ik speur verder naar andere Nederlandse auteurs, maar ze zijn er niet. Ik vraag in het Russisch, de tweede taal van Letland, of ze Baltische zielen al hebben. De boekverkoopster haalt haar schouders op.

Het is zo’n moment dat ik het liefst naar de plaatselijke variant van het Letterenfonds zou gaan om te pleiten voor een vertaling van dat boek, waarin de geschiedenis van een streek en zijn bewoners wordt verteld. Alleen al daaruit blijkt dat de werkelijkheid vaak absurder is dan een schrijver kan bedenken.