Asperge is biologische ‘pronkgroente’

Door de manier van verbouwen is de asperge bijna ‘automatisch’ een biologisch verbouwde groente. Over ruim drie weken is het groeiseizoen van het ‘witte goud’ alweer voorbij. Ondertussen bij de aspergekweker.

Zwarte stroken plasticfolie liggen strak over de lijnrechte aspergebedden. Auto’s rijden af en aan op het erf van aspergebedrijf De Weerd in Raalte, tussen Deventer en Zwolle. De boerderijwinkel staat vol met klanten. Een kok deelt speciale aspergehapjes uit. De familie De Weerd is vol in productie: Jeroen (29) en zijn moeder Florentina (54) staan in de schuur bij de sorteermachine, vader Henk (53) bij de aspergeschilmachine en Jeroens vriendin Annemarie (27) helpt de klanten bij de kassa.

Het is topdrukte op de boerderij. Om acht uur ’s ochtends stonden klanten al te wachten tot de winkel openging. Door het koude voorjaar is het seizoen voor witte asperges laat op gang gekomen. Normaal worden de eerste asperges tegen eind maart gestoken, maar dit jaar werd pas eind april begonnen. Over ruim drie weken is het groeiseizoen voor het ‘witte goud’ alweer voorbij. Nu moet het gebeuren voor de familie De Weerd – in een kleine twee maanden moet de omzet voor het hele jaar worden binnengehaald.

De aspergeboerderij zit vier generaties in de familie. Mensen uit het hele land komen speciaal naar dit bedrijf voor witte asperges – een exclusief seizoensproduct dat het smaakvolst is als het vers wordt opgediend.

In 2004 stond het voortbestaan van het familiebedrijf op het spel toen Henk zijn rug brak bij het skeeleren. Hele dagen werken lukt hem niet meer – hij is afgekeurd. Het bedrijf afbouwen, of doorpakken, dat was de vraag waar de familie voor stond. Zoon Jeroen wilde het op termijn overnemen. „Toen hebben we met zijn allen besloten door te gaan: we zetten de botten eronder en we gaan er stevig tegenaan”, zegt Jeroen in de koffieruimte in de schuur.

Jeroen is partner en wordt klaargestoomd om de boerderij later over te nemen van zijn ouders. Het bedrijf bestaat uit zeven hectare asperges, en er is 27 hectare voor de teelt van leliebloembollen. De asperges worden volledig in eigen beheer verkocht: zestig procent via de boerderijwinkel, en veertig procent gaat naar de horeca (zo’n vijftig restaurants en hotels). De totale bruto opbrengst ligt jaarlijks rond de 45.000 kilo asperges. Verkoopprijs bij De Weerd dit jaar: vanaf 5 euro per kilo.

De asperge is van oudsher een gewas dat biologisch kan worden geteeld. Het is een ‘pronkgroente’: doordat asperges onder de grond groeien, krijgt onkruid geen kans, waardoor er amper bestrijdingsmiddelen gebruikt hoeven te worden. Zo ook op de boerderij van Jeroen de Weerd, die naar eigen zeggen nagenoeg biologisch teelt. Slechts één keer per jaar spuit hij tegen onkruid. En hij bemest zijn akkers niet. „Bij veel dierlijke mest krijg je een bittere smaak in de asperges.”

Maar, nuanceert Linda Nijenhuis projectmanager voeding bij voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, zo duurzaam is de aspergeteelt nou ook weer niet. De Nederlandse asperges zijn in de ‘groente- en fruitkalender’ van de organisatie ingedeeld in klasse C, pas ná de meest milieuvriendelijke klassen A en B. De indeling gaat tot E.

Dat de asperge gemiddeld scoort in duurzaamheid komt door de lage kilo-opbrengst per hectare grond, zegt Nijenhuis. Er is veel oppervlakte nodig voor relatief weinig asperges. „En dat is niet duurzaam, omdat landbouwgrond een schaars goed is. Bij producten zoals andijvie, sla, paksoi en prei ligt de opbrengst per hectare in Nederland veel hoger. Wel is de uitstoot van broeikasgassen door de teelt en transport van asperges uit Nederland laag.”

Aspergekweker Jeroen de Weerd ziet toekomst in dit vak. „Mensen zijn bereid te betalen voor een vers en eerlijk product, dat merk ik aan alles. De consument wordt steeds kritischer op datgene wat hij eet, men wil weten waar het vandaan komt.” Bij asperges is dat vaak duidelijk, doordat ze regionaal geproduceerd en geconsumeerd worden.

Ruim 700 aspergeboeren zijn er in Nederland, die in totaal op bijna 3.000 hectare grond telen. Van de crisis hebben zij geen last, zegt directeur Richard Wilms van Aceera, een specialistisch adviesbureau voor de aspergesector. „Het vak blijft bestaansrecht houden doordat het zo’n exclusief product is. Er zijn weinig groentes die zoveel beleving met zich meebrengen als de asperge.”

Dat ‘aspergegevoel’ leeft ook bij de klanten van De Weerd. Voor veel mensen is het met de auto halen van asperges al een plezier op zich, zegt hij. Van de bijna 400 klanten deze zaterdag, heeft zeker 25 procent er een dagje uit van gemaakt, schat De Weerd. Mensen staan rustig tien minuten in de winkel te wachten voor een kilo asperges. „Terwijl ze eigenlijk ook naar de supermarkt hadden kunnen gaan voor een goedkopere prijs. Niet zo lekker, maar toch.”

De koningin van de groente, noemt De Weerd de asperge. Wat maakt het gewas zo bijzonder? „Het is de enige groente die nog in het oogstseizoen wordt gegeten. En we oogsten nog met de hand.” Iedere asperge gaat zo’n vijf keer door hun handen: op het land bij het steken, bij het sorteren, bij het schillen tweemaal en bij het verpakken.

Het Overijsselse landbouwbedrijf teelde vroeger diverse soorten groenten: naast asperges ook prei, witlof, wortelen en bonen. Maar ze specialiseerden zich op de bloembollen en asperges doordat supermarkten hun aanbod versgroenten uitbreidden.

De Weerd ziet de supermarkten niet als concurrentie. „Asperges liggen vaak vier dagen na de oogst in de supermarkt, terwijl de houdbaarheid dan is bereikt. De smaak is dan niks meer. Wij proberen de nadruk te leggen op die versheid. Als wij hier een asperge van twee dagen oud hebben, gooien we die weg.”

Het imago van de aspergewereld liep een deuk op toen in 2009 de zaak van aspergeteler José J. uit Someren in het nieuws kwam. Zij werd veroordeeld voor uitbuiting van Roemeense en Poolse werknemers. „Het is erg negatief geweest voor het product. De controles op arbeidskrachten zijn aangescherpt”, zegt De Weerd.

In het hoogseizoen heeft hij zes Poolse werknemers die asperges steken. De vooroordelen hoort hij regelmatig. „Mensen komen hier de schuur binnen en vragen: jullie hebben zeker ook Polen? Dan denk ik: daar is toch niets mis mee? Die jongens doen goed hun werk en wij betalen ze goed. Het is een Poolse familie, ze komen ieder jaar, ze weten van aanpakken.” Hij heeft ook Nederlandse jongens van uitzendbureaus gehad. „Dat gaat gewoon niet. Die bellen ’s ochtends op: ik ben ziek, ik kom niet.”

De Weerd begint te glunderen als hem naar het mooiste moment van het aspergeseizoen wordt gevraagd. „Dat is als de zonnestralen op de aspergeheuveltjes schijnen, en de eerste kopjes er bovenuit komen: dat is zo’n gevoel van ja, ze komen er weer aan”, zegt hij. „De eerste asperges belanden bij ons altijd in de soep, die mijn moeder maakt. Dan wordt de hele familie bij elkaar getrommeld om aspergesoep te eten. Dat is het voorteken dat het seizoen begint.”