Afscheid van de asociale taxichauffeur

De klachten over de Amsterdamse taxiwereld zijn legendarisch, in binnen- en buitenland. Vanaf morgen moet dat allemaal over zijn.

Een taxichauffeur laadt bagage in op Amsterdam CS. Niet elke chauffeur is daartoe bereid. ‘Vermijd taxi’s’, adviseert een reisgids buitenlandse bezoekers. Foto Olivier Middendorp

Nog één vette vrijdagnacht en dan is het voorgoed voorbij. Nog één keer kunnen taxichauffeurs uit alle hoeken en gaten van Noord-Holland naar Amsterdam komen om vrachtjes op te pikken rond de uitgaanspleinen. Vanaf morgen mogen in Amsterdam alleen nog taxi’s die bij een zogeheten Toegelaten Taxi Organisatie (TTO) horen, klanten in de stad oppikken of bij de standplaatsen staan.

Daarmee komt, zoals betrokken ambtenaren en bestuurders voorzichtig zeggen, het begin van een einde aan een dossier waarmee Amsterdam jarenlang negatief in het landelijke nieuws kwam. De onbeschoftheid, roekeloosheid en criminaliteit onder chauffeurs die in Amsterdam reden, was legendarisch – misschien ook wel in de zin van: overdreven.

Morgenochtend om acht uur luiden burgemeester Van der Laan en wethouder Wiebes op de taxistandplaats bij het Centraal Station een nieuw tijdperk in van een bedrijfstak die in Amsterdam groter is dan die in de andere drie grote steden samen. Hier rijden ruim 3.000 taxichauffeurs, van wie er vanaf morgen zo’n 2.500 horen bij een van de elf TTO’s (met drie nog in behandeling). Die mogen rijden op wat de ‘opstapmarkt’ wordt genoemd: het oppikken van klanten op straat, in plaats van na een telefonische oproep. Op die markt wordt hier meer dan de helft van de omzet van heel Nederland verdiend. Amsterdam is de eerste stad waar dit stelsel wordt ingevoerd. Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Enschede zullen volgen.

De gemeenteraad stemde op 8 november in met de plannen. Sindsdien hebben medewerkers van de dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer „een militaire operatie” uitgevoerd, zeggen Arjan Spit en Wiard Kuné van de dienst, om iedere chauffeur een raamkaart en een pas te bezorgen. Bij de procedure hoorde ook een screening. Had de aanvrager zijn examen voor de tram- en busbaanontheffing gehaald? En stond hij bij de politie niet bekend als een roekeloze rijder? Het resultaat de dato 31 mei: 2.388 taxxxivergunningen (officieel met drie x’en geschreven) verstrekt, 204 nog in behandeling, 10 geweigerd of zelf teruggetrokken.

Het doel: van de taxibranche een werkelijk vrije markt maken. Tot nu toe, zegt wethouder Eric Wiebes (Verkeer, VVD), was de taxichauffeur „een sequentiële monopolist”: de klant moest telkens instappen bij de chauffeur die vóór in de rij stond en had te slikken wat die besloot. In een onderzoek van taxiklanten uit 2012 van bureau Onderzoek & Statistiek staan bijna hilarische klachten die het punt van Wiebes onderstrepen. „De taxichauffeur weigerde de koffers in te laden. Dat hebben we toen zelf gedaan. Ik gaf hier commentaar op en toen heeft de taxichauffeur de koffers weer uit de taxi geladen en is weggereden.” Of: „Zij maken de dienst uit, dus radio aan, met hun soort muziek.”

Het oordeel van de klanten was vernietigend, volgens het rapport. Amsterdammers die in 2012 eens of vaker de taxi hadden genomen, gaven gemiddeld een 5,5. Amsterdammers die géén taxi hadden genomen waren nog negatiever. Van de taxiklanten had 44 procent een negatief oordeel. En, ook niet onbelangrijk, de Amsterdamse taxibranche heeft een slechte naam bij toeristen, bondig samengevat in het oordeel van reissite world66.com: „Avoid taking taxi’s.”

De taxibranche laat dus nu nog een groot deel van het marktpotentieel liggen. Dat is de reden dat de ondernemers volgens Wiebes deze week „stonden te steigeren” van blijde verwachting. „Van de taxibranche deugt 92 procent, dat zijn goede ondernemers”, zegt Wiebes. „Die zijn blij dat wij de slechte 8 procent eruit gaan halen.”

Oude vetes uit de tijd dat TCA-chauffeurs hun concurrenten letterlijk van de weg reden, werden begraven en nu kan de branche in de woorden van Wiebes „eindelijk volwassen worden”. De afdeling van Spit en Kuné houdt op de achtergrond een oogje in het zeil, maar de echte vernieuwing moet van de ondernemers zelf komen. Zij moeten streng optreden tegen chauffeurs die de regels overtreden.

Van haar kant zal de gemeente met tientallen handhavers „zeer streng moeten toezien op straat”, zegt Wiebes, dat de taxi-organisaties die niet zijn toegelaten, niet stiekem op de Amsterdamse opstapmarkt blijven opereren. Voor overtreders liggen, volgens Wiebes, „ijzingwekkende instrumenten” klaar. Dwangsommen tot 28.000 euro – „ver de waarde van hun auto’s overstijgend”.

In het Amsterdam dat Wiebes en zijn ambtenaren voor zich zien, zijn de standplaatsen geen lange rijen meer, maar een soort parkeervakken, waar de klant kan kiezen in welke taxi hij wil rijden. Daartoe heeft Wiard Kuné eigenhandig alle daklichten van de nieuwe TTO’s getest op herkenbaarheid. „Ik heb collega’s meegenomen naar het parkeerterrein hier en ze laten beoordelen of ze de letters op het daklicht goed konden lezen.”

Het kan alleen misgaan, zegt Arjan Spit, als de niet-toegelaten chauffeurs morgenavond en masse de stad in trekken.