Wie gaan onze huizen bouwen?

Nederland heeft jarenlang het werken met de handen verwaarloosd. Onze ambachtscultuur loopt hopeloos achter op andere landen, onderzocht .

De werkloosheid loopt op. Nederland telt nu 650.000 werklozen, ruim 8 procent van het werkende deel van de bevolking. En toch is er een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten. Onder meer voor technisch en ambachtelijk werk worden nu grote groepen buitenlanders aangetrokken. Dat klopt dus niet.

De ministers van onderwijs en economische zaken trokken recentelijk gezamenlijk op om het tekort van technische vaklui te adresseren. Grote bedrijven werken nu mee aan de opleiding van deze mensen. Dat is een goede zaak. Maar of dit zogenaamde ‘Techniekpact’ meer jongeren gaat stimuleren de technische kant op te gaan mag betwijfeld worden. Herinnert u zich nog de actie ‘Kies Exact’? En het gebrek aan technische mensen is nog maar een deel van het probleem. Het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) schat dat in de komende tijd het tekort aan loodgieters, dakdekkers, installateurs, schilders en andere ambachtslui oploopt tot 250.000. Wie gaan straks onze huizen bouwen en repareren?

Nederland gaat dus de prijs betalen voor een schromelijke verwaarlozing van het werken met de handen. De afgelopen decennia lag de nadruk volledig op kennis, of het werken met het hoofd. Nog steeds zijn de zogenaamd slimste en beste jongetjes en meisjes goed in rekenen en taal en zijn kinderen die creatief en handig zijn met hun handen probleemgevallen, bestemd voor de afvalputjes van het vmbo. De technische of ambachtsscholen zijn vrijwel allemaal opgeheven, want wij Nederlanders moesten mee in de vaart der volkeren. We moesten met ons allen achter de computer. Het moest om innovatie gaan. De financiële wereld werd de toekomst. Dus konden we net zo goed de infrastructuur van de wereld van de ambachten ontmantelen. Want het werken met de handen was iets van het verleden. Wat een rampzalige misvatting.

Das Handwerk

Met een team internationale wetenschappers heb ik, in opdracht van het HBA, de ambachtsculturen in verschillende landen vergeleken met de Nederlandse situatie. En we kunnen niet anders concluderen dan dat Nederland op dit gebied hopeloos achterloopt. In Japan bijvoorbeeld staat vooral het creatieve ambacht hoog aangeschreven. De wereld van de creatieve ambachten daar is goed georganiseerd en de beste ambachtslieden worden nationale schatten genoemd. Ook Italië eert en koestert haar ambachtslieden. Loop je door de straten van haar historische steden dan zie je ze aan het werk. En let eens op wat een vakwerk de Italianen tonen in de restauratie van oude gebouwen. Dat vakwerk is het resultaat van gedegen opleidingen, sterke organisaties en een breed gedeelde waardering van kwaliteit.

Ook in China en India leven de ambachten duidelijk meer dan hier in Nederland, al staan ze onder druk vanwege de snelle industrialisering aldaar. Maar de autoriteiten beseffen dat ze niet dezelfde fouten moeten maken als die we hier in Nederland gemaakt hebben. Er wordt nu veel gedaan om de wereld van de ambachten goed te organiseren. In China hebben ze de meestertitel ingevoerd. (Onze onderzoekster ontdekte wel dat het prestige en het economisch voordeel dat de meestertitel brengt, de titel corruptiegevoelig maakt.)

Maar het grootse en pijnlijkste verschil constateerden we vooral wanneer we de Nederlandse situatie vergelijken met de Duitse. Das Handwerk wordt daar uiterst serieus genomen en als een belangrijke sector (de ruggegraat) van de economie gezien. En er wordt naar gehandeld. Stelt u eens voor: een mooie zondagmiddag en een grote congreshal in Düsseldorf met een bijeenkomst van de Handwerkkammer van de regio. In de grote zaal zijn 2.500 mensen bijeengekomen om de uitreiking van 1.000 meestertitels aan ambachtslieden bij te wonen. Ze worden toegesproken door Peer Steinbrück, de mogelijk toekomstige kanselier van Duitsland. Deze politieke leider spreekt over de grote betekenis van de ambachten voor de Duitse economie en over het belang van het duale leerstelsel (waarin aspirant ambachtslieden naast school een leertraject volgen met een meester). Een dergelijke situatie in Nederland is ondenkbaar. Misschien lukt het Jetta Klijnsma naar zo’n bijeenkomst te krijgen (want zij heeft ambachtslui in haar familie), maar de zaaltjes zullen bescheiden zijn. Nederland heeft nauwelijks een ambachtscultuur en de ambachtswereld is slecht georganiseerd.

Op een gegeven moment stond een dertigtal trotse jonge Duitsers op het podium, ieder met een groot meesterdiploma in handen. Zij waren dit jaar de beste in vakken als dakwerker, kapper, stukadoor en tandtechnicus. Als meester kunnen ze nu een eigen bedrijf beginnen en mensen opleiden. Ze moeten aangesloten zijn bij de vakorganisatie die fungeert als een gilde. Het gilde ondersteunt de leden en ziet toe op de leertrajecten en de toekenning van de meestertitel. De gildes zijn verenigd in de regionale Handwerkkammer, die op haar beurt is aangesloten bij een landelijke organisatie.

Mandenvlechters

Op de vraag aan Steinbrück wat Nederland van Duitsland kan leren, wees hij erop dat de ontwikkeling van de ambachtscultuur in Duitsland lange tijd heeft gekost. Een ambachtscultuur krijgen we in Nederland niet zo maar terug met een paar politieke ingrepen. Maar het zou een urgent punt op de politieke agenda moeten worden wil Nederland niet nog verder achterop raken. En dat het HBA wordt opgeheven is een verontrustend signaal.

Het werken met de handen moet weer een gerespecteerd leertraject worden van de kleuterklas tot het einde van het middelbaar onderwijs. De ambachtsscholen moeten in moderne vorm weer in ere hersteld worden, en we hebben organisaties nodig (gilden?) die kwaliteit van ambachtelijk werk bevorderen en meestertitels toekennen. En voor degenen die nog steeds bij ambachten denken aan mandenvlechters is het wellicht goed te realiseren dat chirurgen en tandartsen ook met de handen werken, en dus ambachtslui zijn, en dat in de ict spannende nieuwe ambachten ontstaan. De ambachten hebben de toekomst. De Duitsers weten dat al lang. Het is hoog tijd dat dit besef ook in Nederland doorbreekt.