Toneelsensatie van Australiër Stone

Zijn manier van werken in Australië is gevormd door de eisen van het publiek, vertelde regisseur Simon Stone me. „Het probleem met de Europese manier van werken is dat het vaak geheel conceptueel is, zonder hart of ziel. Dat sluit het publiek uit. Daarom werk ik conceptueel, maar staan de acteurs centraal. Ik moet het publiek meenemen. Als het publiek het verhaal begrijpt en er emotioneel bij betrokken is, accepteren ze alles wat ik verder doe.”

Zijn karikatuur van Europees theater leidt direct naar het imago van het Holland Festival als jaarlijks vreugdevuur van de hogere kunsten. Want: met vaak uren durend, ondoordringbaar, conceptueel theater.

Dus: een Ibsen op het programma? Deprimerende levens in koud-donkere toonzetting? Niet in Stone’s sensationeel goede versie van De wilde eend. Hij neemt je mee, laat je lachen, en dan huilen. Voor wie kan relateren aan eigen verlies – en welke volwassen mens kan dat niet – is deze Wilde eend een verpletterende ervaring. In vijf kwartier.

Er komt meer theater van buiten Europa: Chilenen met een talent voor titels: Liever dat Goya me uit de slaap houdt dan één of andere klootzak. En Een poging een stuk te maken dat de wereld zal veranderen: blijkens een YouTube-filmpje knotsgekke slapstick. En van Argentijn Pensotti komt Cineastas (Filmmakers), elders reeds bejubeld als ‘dynamisch en temporijk’ theater.

En dan de mogelijkheid theater uit Congo te zien! In Shéda, een wereldpremière, krijgen de Congolese poëzie en verteltraditie een kans, is de prettige belofte. Maar wordt het oog ook bediend? De regisseur zegt dat zijn „mensen in de ruimte” zelf moeten bepalen of ze acteurs zijn. Wat daarvan te denken? Het festival biedt de service om de duur van de voorstelling te vermelden en die is drie uur, zonder pauze. Bazinga!