‘Rebellen niet uit op democratie’

Een meerderheid van de Syrische rebellen wil geen democratie; de oorlog in Syrië, met zijn „niet te geloven zo gruwelijke” misdrijven, zorgt voor een toenemende radicalisering. Dat zei gisteren de chef van de onderzoeksmissie van de Verenigde Naties naar de oorlog in Syrië, de Braziliaanse deskundige Paulo Pinheiro, in Parijs op een persconferentie.

Volgende week komt het nieuwe rapport van zijn missie uit. Pinheiro zei dat „alles is verslechterd” sinds het vorige rapport, van drie maanden geleden.

„Er werd gezegd dat de rebellen engelen waren”, zo zei Pinheiro. „Maar er is slechts een minderheid van strijders met een democratische geschiedenis die gelooft in het Syrische mozaïek en die een staat voor allemaal wil. De meerderheid van de rebellen staat heel ver van democratische gedachten en zij hebben andere aspiraties.”

Het moslimfundamentalistische en -extremistische element van de Syrische opstand vormt een groot probleem voor westerse machten. Zij streven de val van president Bashar al-Assad na maar zijn bezorgd over de groeiende macht van militante sunnitische strijders.

Frankrijk en Groot-Brittannië overwegen wapenleveranties aan „gematigde” rebellen, maar willen waarborgen dat die wapens dan niet in handen komen van jihadistische groepen. Pinheiro weigerde te reageren op het Europese besluit het wapenembargo niet te verlengen. Maar hij liet doorschemeren dat onderscheid tussen de verschillende groepen moeilijk te maken is. „Het onderscheid tussen de slechte en de goede rebellen ligt zeer gecompliceerd.”

De VN-Veiligheidsraad staat op het punt het met Al-Qaeda verbonden Nusra-front op zijn zwarte lijst te plaatsen, zoals de Amerikaanse regering al eerder deed. Nusra is beter bewapend en meer gedisciplineerd dan niet-jihadistische groepen, en wint daarom gestaag terrein.

Intussen blijkt Jordanië de grens te hebben gesloten voor vluchtelingen uit Syrië. Duizenden zijn in het Syrische grensgebied gestrand en getuigen meldden dat er een humanitaire crisis ontstaat. De Jordaanse autoriteiten hebben geen verklaring gegeven voor de maatregel.

Het land heeft sinds de opstand begin in maart 2011 ongeveer een half miljoen vluchtelingen toegelaten. Een Jordaanse functionaris zei dat van hen er inmiddels bijna 60.000 weer naar Syrië zijn teruggekeerd. Sommigen van hen gingen vechten tegen president Assads regime maar anderen vertrokken omdat het leven in Jordanië, in een kamp dan wel bij mensen thuis of in een huurappartement, te duur en te moeilijk is geworden.