Opera als peepshow

Het machtsspel van twee ex-geliefden in Liaisons Dangereuses heeft Luca Francesconi in zijn opera Quartett teruggebracht tot de kale essentie. De toeschouwer is voyeur bij een tragisch spel in een claustrofobische kubus.

De loges op de zevende rang van het Teatro alla Scala in Milaan behoren toe aan de fameuze loggionisti, de onbemiddelde en dikwijls luidruchtige liefhebbers die volgens componist Luca Francesconi de echte connaisseurs zijn. „Als een operaregie hun niet bevalt, maken ze haar kapot. Om voor dat publiek een nieuwe multimediamachine op te voeren, met een revolutionair decor en een betoog dat het midden houdt tussen pornografie, blasfemie en catastrofe, dat is als zelfmoord plegen in La Scala.”

Luca Francesconi (1956) was er bepaald niet gerust op toen Quartett in april 2011 in première ging in het Milanese operahuis. Tot zijn verrassing werd het een triomf. Bezoekers kwamen avond na avond terug. Een van de loggionisti gaf hem zijn grootste compliment: „Het spijt me, maestro, na een paar minuten heb ik niet meer op de muziek gelet, zo ondergedompeld was ik in de ervaring.”

Hoewel Francesconi al in 2004 voor het Holland Festival de goed ontvangen opera Gesualdo considered as a murderer maakte, is hij hier niet erg bekend. Hij studeerde bij Karlheinz Stockhausen en Luciano Berio, twee titanen van het naoorlogse modernisme, maar zijn eigen palet is breed en eclectisch, dienend aan het verhaal dat moet worden verteld. Hij wil weg van „het elitisme en intellectualisme van de paleo-avant-garde” die moderne muziek de reputatie van hermetisch en nodeloos ingewikkeld heeft bezorgd. „Kunst mag complex zijn, want het leven is complex, maar het is de kunst om complexe zaken transparant te maken. Je wordt niet dom van communiceren.”

Aan de telefoon vanuit Milaan vertelt Francesconi dat het succes van Quartett kwam als een bevestiging van „utopische ideeën” die hij al sinds de jaren 80 probeert te realiseren. „De krachtigste multimediamachine ter wereld is ons brein en we zoeken nog steeds naar een manier om dat apparaat buiten onszelf opnieuw uit te vinden.” Met Quartett heeft hij een ambitieuze poging gedaan. Komend weekend is Quartett in de Gashouder van de Westergasfabriek te zien als openingsvoorstelling van het Holland Festival.

Pervers rollenspel

Quartett is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Heiner Müller uit 1981, dat op zijn beurt vertrekt vanuit de achttiende-eeuwse briefroman Les liaisons dangereuses van Choderlos de Laclos. Müller behield in zijn bewerking slechts twee personages, de ex-geliefden de markiezin van Meurteuil en de graaf van Valmont, die elkaar in een pervers rollenspel uitdagen en vernederen. Tegelijkertijd is het stuk een metafoor voor het verval van de westerse beschaving – Müller situeerde de handeling ironisch in een „salon van voor de Franse Revolutie/ bunker na de derde wereldoorlog”. Het toneelstuk was in het Holland Festival 2008 te zien in productie met Barbara Sukowa en wijlen Jeroen Willems.

Francesconi liep al jaren rond met het idee een muzikale adaptatie te maken van de tekst van Heiner Müller, die hij een van de grote auteurs van onze tijd noemt, „vergelijkbaar met Shakespeare”. Het moest een kleinschalige compositie worden, voor slechts één zanger; maar toen Scala-directeur en Müller-bewonderaar Stéphane Lissner daar lucht van kreeg, ontving Francesconi prompt het verzoek er een avondvullende opera van te maken. „En zo’n verzoek leg je niet zomaar naast je neer.”

Het betekende wel dat er flink wat lucht bij moest, al is Quartett met krap anderhalf uur bepaald geen Parsifal geworden. Francesconi schreef zelf het libretto in wat hij airport-English noemt, de wereldtaal van pop en reclame. „Daarin voel ik me veel vrijer dan in het Duits of Italiaans. Het is een taal zonder identiteit, met een vocabulaire van vijftig woorden, een taal die iedereen spreekt.” Voor het decor schakelde hij Àlex Ollé van het Catalaanse theatercollectief La Fura dels Baus in.

Claustrofobische kubus

Francesconi omschrijft het ingenieuze toneelbeeld van Ollé als een „dramaturgie van drie ruimtes”. Boven het podium zweeft een reusachtige zwarte kubus, open aan de voor- en achterkant. Dit is de kamer (of salon, of bunker) waarin Meurteuil en Valmont hun nihilistische spelletjes spelen. Ze kunnen geen kant op, wat de voyeuristische positie van het publiek benadrukt. Of in de woorden van Francesconi: „Het is een peepshow.”

Rondom die claustrofobische kamer bevindt zich de ruimte van de dromen. Deze beslaat het hele podium en wordt gedomineerd door reusachtig projectieschermen. Af en toe stokt opeens het wrede en gewelddadige spel in de kamer, het licht verandert, en het gigantische gezicht van een dromende zanger verschijnt op de schermen. Zijn mond is gesloten, zijn stem vult het hele theater. Momenten van waarheid, noemt Francesconi deze droomflarden, een residu van menselijkheid.

Maar een echte uitweg biedt de droom niet, het is een fout in het systeem van Meurteuil en Valmont, een herinnering aan iets dat ze volledig hebben verwijderd. Emoties zijn verboden, dat is de regel. Ze mogen iedereen verleiden, maar ze mogen niet verliefd worden. Hun normaliteit is het gebruiken van de ander. De droom eindigt abrupt en ze worden teruggezogen in het zwarte gat van hun machtsspel.

Tegelijkertijd zet de droom de veiligheid van het publiek op losse schroeven: de vierde wand verbrokkelt, de peepshow waarvan je getuige bent, gaat wel degelijk over jezelf. Dat ongemakkelijke gevoel wordt geïntensiveerd door de derde ruimte, Out, de ruimte van orkest en koor. Hun geluid lijkt van buiten te komen, dwars door de muren van het theater heen. Francesconi: „Out is de tijd- en ruimteloze levenskracht die volkomen onverschillig staat tegenover ons, armzalige insecten. Terwijl jij die twee bespiedt in hun kamer, zit je zelf misschien wel in een peepshow.”

Quartett: 1 en 2 juni, Gashouder Westergasfabriek, Amsterdam. Ensemble da camera dell’Accademia Teatro alla Scala. Inl: www.hollandfestival.nl