Oltmans

Onlangs verscheen op de website van de Volkskrant een eenmalige, actuele uitgave van het in 1982 opgeheven opinieweekblad De Nieuwe Linie. Een aardig initiatief van oud-eigenaar-hoofdredacteur Gerard van den Boomen ter gelegenheid van het vijftigste geboortejaar van zijn blad.

Tal van oud-medewerkers schreven er stukken voor, die echter op zo’n drukbevolkte website nogal ondergesneeuwd raakten. Het gebeurde ook met een saillante, kleine onthulling door Rudie Kagie, redacteur van Vrij Nederland. Het betrof een interessant persoonlijk document dat hij in handen had gekregen. Hij drukte het in facsimile af in zijn bijdrage aan dit jubileumnummer.

De brief is gedateerd op 15 juni 1955, werd geschreven door de journalist Willem Oltmans (1925-2004) en gericht aan kapitein Raymond Westerling, commandant van de Nederlandse troepen die in 1946 en 1947 zuiveringsacties op Zuid-Celebes uitvoerden, waarbij duizenden burgers omkwamen. In 1950 ondernam Westerling een (mislukte) staatsgreep om de regering van president Soekarno te verdrijven.

Dit schrijft Oltmans aan Westerling: „Weledelgestrenge Heer, ons aller sympathie gaat uit naar de pogingen, welke U in het werk wilt stellen om de volkeren van Indonesië in hun vrijheidsstrijd te hulp te komen. Als er iets is, wat ik persoonlijk zou kunnen doen – als redacteur van ‘United Press’ hier in Amsterdam, dan verzoek ik U wel mij dit te willen mededelen. Ik zou niet nalaten op mijn achterste benen te staan U naar mijn vermogen behulpzaam te zijn. Met de meeste hoogachting, teken ik, Willem L. Oltmans.” Eronder staat nog opgewekt geschreven: „En good luck!”

Het is onduidelijk wat de jonge Oltmans bewoog om de oorlogsmisdadiger Westerling zijn diensten aan te bieden, schrijft Kagie. Hij vroeg het Edwin Oden, de biograaf van Oltmans, die antwoordde: „Er blijkt weer eens uit dat Willem geen journalist was maar een eenmansdiplomaat met een missie. Hij vond dat Indonesië Nieuw-Guinea terug moest krijgen en deed daar alles voor – dus ook dit soort brieven schrijven.”

Als ik ook iets mag opperen: de opportunistische kant van Oltmans mag niet onderschat worden. Misschien had Oltmans soms ook minder idealistische motieven en zon hij op manieren om zijn voortdurend vastlopende journalistieke carrière een opkontje te geven. Steeds weer zocht hij contact met dictatoriale leiders en regimes (Soeharto, Bouterse, Sovjet-Unie) die voor gewone journalisten onbenaderbaar waren. Het kon unieke kopij opleveren.

Hij schreef er ook veel over, maar hij had als publicist één reusachtige makke: hij schreef niet best. Daarom werd hij door vakgenoten nooit helemaal serieus genomen. Je zou dat zijn tragiek kunnen noemen. Hij voelde zich als journalist onvoldoende erkend en werd bovendien op ontoelaatbare wijze door de Nederlandse regering(en) gedwarsboomd in zijn carrière. Die acht miljoen schadevergoeding die hij na lang procederen daarvoor uit de staatskas mocht innen, waren hem van harte gegund.

Dat briefje aan Westerling lijkt me vooral afkomstig van de opportunist Oltmans. Misschien hoopte hij anderen met dit contact te imponeren. Westerling is er niet op ingegaan. Een jaar later viel Oltmans als een blok voor Soekarno, aartsvijand van Westerling, wat in 1995 resulteerde in zijn boek Mijn vriend Sukarno.

Westerling was toen al dood – anders had hij het briefje van Oltmans vast in dat boek opgeborgen.