Mijn generatie kan niet kiezen Interview

Medewerker film

Een kleine, tragikomische zwart-witfilm over een twintiger op zoek naar een kop koffie in Berlijn groeide de afgelopen maanden uit tot een sensatie op filmfestivals en sleepte de meeste prijzen in de wacht bij de Lola’s, de belangrijkste Duitse filmonderscheidingen. Oh Boy, het speelfilmdebuut van Jan Ole Gerster (1978) roept herinneringen op aan de films van Jean-Luc Godard en zijn jongensbende van de Nouvelle Vague en alles wat er sindsdien in zwart-wit gedraaid is over jonge mensen die door de stad dwalen en nadenken over het leven.

Elke generatie moet zijn eigen À bout de souffle maken, de legendarische debuutfilm van Jean-Luc Godard, lijkt het wel. Was dat ook wat u wilde maken?

Oh Boy is al met veel films en stromingen vergeleken, van de Nouvelle Vague tot Woody Allen. Dat is onvermijdelijk. Het komt door het gebruik van zwart-wit, door de openingsscène met de actrice met het korte haar en het streepjesshirt, precies als Jean Seberg in de film van Godard. Maar geloof me, dat was toeval. ”

De keuze voor zwart-wit maakt de belevenissen van uw hoofdpersoon Niko Fischer ook meteen heel erg retro.

„Gek is dat eigenlijk. Die opmerking horen fotografen die met zwart-wit werken volgens mij nooit. Voor mij creëert zwart-wit een bepaalde afstand en abstractie. Die keuze is ook een beetje een reactie op al dat felgekleurde 3D, dat nu de maat der dingen lijkt te zijn. In zwart-wit wordt alles een beetje uitvergroot. Dat wilde ik ook. Ik wilde een verhaal vertellen over niets. Dus dan moet je je op kleine dingen kunnen focussen.”

Niko lijkt zoals Antoine Doinel of Holden Caulfield exemplarisch voor een bepaalde generatie. Lijkt hij op u of uw vrienden?

„Ik heb ook wel zo’n onbestemde fase meegemaakt. Ik twijfelde aan alles wat ik deed. Ik wilde films maken, maar al die scenariohandboeken die er zijn, helpen je daar niet erg bij. Op de filmacademie zeiden we altijd voor de grap dat degenen met een vervelende jeugd eigenlijk de geluksvogels waren. Want die hadden tenminste een verhaal te vertellen. Maar mijn generatie is over het algemeen in relatieve welvaart en veiligheid opgegroeid. We stellen nog steeds dezelfde existentiële vragen: wie ben ik? Wat is mijn doel? Maar ik ben blij dat ik deze film pas zeven jaar later heb gemaakt en niet in mijn eigen tijd als tobber, tijdens mijn diepste, donkerste depressie. De film is nu een stuk grappiger geworden.”

In zijn zoektocht naar een gewone kop koffie steekt u ook de draak met het verschijnsel ‘keuzestress’.

„Ik ben van de ‘Generation Option’, de generatie die keuzes heeft en die zijn opties liefst open houdt. Veel mensen verliezen zich daarin. Die raken onzeker van alle mogelijkheden die ze hebben en de druk die ze voelen om een perfect leven te leiden. Tegelijkertijd zijn ze op hun 33ste nog steeds gevangen in een of ander tijdelijk baantje of veredelde stage omdat er helemaal geen werk is.”

Inmiddels is uw film bij de uitreiking van de Duitse filmprijzen met zes Lola’s onderscheiden. Had u dat verwacht?

„Geen moment. Gaandeweg kwam ik er wel achter dat heel veel mensen zich in de film herkennen. Generatiegenoten, maar ook andere mensen. Ik denk dat dat komt doordat de film zowel van deze tijd is, als helemaal niet van deze tijd. Ik zou het ook jammer vinden als hij alleen maar gezien zou worden als een film over kids in Berlijn in 2013 die niet weten wat ze moeten doen. Want er ligt wel iets fundamentelers aan ten grondslag.”

Als iemand in de voetsporen van Niko door Berlijn wil slenteren, waar moet die persoon dan beginnen?

„We beginnen in mijn appartement aan de Schönhauser Allee, het shot van de metro in de film heb ik uit mijn raam gedraaid. Dan naar de Eberswalder Straße, waar je de beroemdste currywurst in Berlijn kunt eten. En dan over de Rosa Luxemburg Platz naar Kreuzberg. Berlijn is in recordtempo aan het veranderen. Toen ik er kwam wonen, had je nog kleine stukjes niemandsland in de stad. Die heb ik zo goed en zo kwaad als het ging in deze film willen vastleggen. Want nu zijn al die leuke, hippe buurtjes een façade voor een yuppenwereld. Krakersbolwerk Tacheles, dat zo’n belangrijke rol speelde na de val van de Muur, is nu gekocht door een bank. Ze willen de East Side Gallery, het laatste stukje beschilderde Muur, neerhalen. Maar hoeveel winkelcentra heeft een mens nodig ?’’