'Meesten willen muziek in Radio 1 Journaal'

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Wie vaak naar Radio 1 luistert heeft het misschien gehoord. In het Radio 1 Journaal, het nieuwsprogramma van de NOS tussen zes en half tien ’s ochtends en half vijf en half zeven ’s avonds, worden tegenwoordig plaatjes gedraaid. Vroeger gebeurde dat heel af en toe, tegenwoordig standaard twee keer per uur.

In een interview dat afgelopen zaterdag verscheen in NRC Weekend gaat het daarover. Volgens zendermanager van Radio 1 Laurens Borst is op de toename van de muziek slechts kritiek van „een kleine groep luisteraars”.

Ook op een andere plek komt Borst aan het woord. Columnist Margriet Oostveen schrijft op 17 mei in deze krant ook over de muziek in het Radio 1 Journaal. Ze vroeg hem waarom die keuze is gemaakt. „Dit is wat mensen willen”, aldus Borst. Dat zou blijken uit een onderzoek dat gedaan is onder luisteraars van Radio 1.

Douwe van der Werf, ontevreden luisteraar van het Radio 1 Journaal, vraagt aan nrc.next om uit te zoeken of inderdaad uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de luisteraars van het Radio 1 Journaal frequent muziek wil horen op de radio.

En, klopt het?

„Voor sommigen is het nogal wennen”, zegt plaatsvervangend hoofdredacteur van de NOS Giselle van Cann in een blog van 14 maart. Dat is het inderdaad, want alleen op dit bericht volgen 369 reacties van luisteraars. De overgrote meerderheid die daar reageert is niet blij met de regelmatige muzikale onderbrekingen.

De keuze om standaard twee platen per uur te draaien tijdens het Radio 1 Journaal maakt nogal wat los. Toch is dat niet zomaar besloten. In opdracht van de publieke omroep (NPO) hebben onderzoeksbureaus DVJ Insights en RadioCall gekeken naar de tevredenheid van luisteraars over de zomerprogrammering van Radio 1 vorig jaar, door de zender zelf de ‘Sportzomer’ gedoopt. Tijdens die Sportzomer, waarin alle omroepen vanaf tien uur ‘s ochtends samenwerkten om de zender te vullen, was er meer muziek dan normaal te horen op Radio 1.

De NPO stuurt de cijfers over de muziekvoorkeur. Die resultaten komen uit een onderzoek dat onderzoeksbureau RadioCall tussen 13 en 16 augustus uitvoerde onder 1.001 Nederlands ouder dan 13 jaar. Van de 1.001 benaderde mensen zijn er 371 ondervraagd over de programmering: dat deel van de ondervraagden dat luisterde naar de Radio 1 Sportzomer.

Het onderzoek maakt op Lex Olivier, ombudsman bij MOA, de branchevereniging voor marktonderzoekers, een „gedegen indruk”. Hij noemt bijvoorbeeld het feit dat respondenten niet alleen per computer benaderd zijn, maar een klein deel ook telefonisch werd ondervraagd. Dit om het aantal mensen te vertegenwoordigen dat nog niet ‘online’ is. RadioCall, onderdeel van Intomart GfK, is volgens Olivier een betrouwbare partij. „Het is aannemelijk dat het onderzoek representatief is.” Maar een specificatie wordt niet gegeven. „Kwestie van vertrouwen dus.”

De volgende vraag werd gesteld: „Tijdens de Radio 1 Sportzomer werd wat meer muziek op Radio 1 gedraaid dan normaal gesproken het geval is. Wat zou u ervan vinden als dit tijdens de reguliere uitzendingen op Radio 1 ook zou gebeuren?” In het onderzoek worden reguliere Radio 1-luisteraars, let wel: dit zijn niet per se allemaal ook luisteraars naar het Radio 1-Journaal, en mensen die speciaal inschakelden voor de Sportzomer van elkaar gescheiden. 9 procent van de vaste Radio1-luisteraars zei geen muziek op Radio 1 te willen horen, 4 procent koos één plaat per uur, 14 procent koos voor twee, 39 procent drie en 24 procent wilde zelfs meer dan drie keer per uur muziek horen.

(Overigens is dit niet het percentage dat genoemd werd in de column van Margriet Oostveen. Volgens een onderzoek „waardeert” 80 procent van de luisteraars „drie platen of meer per uur”, noteert Oostveen uit Borsts mond. Borst ontkent dat hij dit zo heeft gezegd. Hij wil verder niet ingaan op het gesprek met Oostveen dat vooraf ging aan de column en de inhoud hiervan.)

De cijfers van het onderzoek dat de NPO liet uitvoeren lijken vrij overtuigend, maar er is een groot bezwaar. De onderzochte programmering van de Sportzomer, waarin alle omroepen samenwerkten, begon om tien uur ’s ochtends. De ochtendeditie van het Radio 1 Journaal van de NOS duurt van zes tot half tien. Zijn de onderzoeksresultaten van een zomersportprogramma dat pas om tien uur begint wel van toepassing op een nieuwsprogramma dat vroeg in de ochtend begint?

Nee, dat kan je niet zomaar zeggen, vindt Lex Olivier van de branchevereniging van marktonderzoekers. „Dan zou je moeten weten hoe die luistergroep er precies uit ziet.” Er zouden verschillen kunnen zijn. „Zelfs als het demografisch gezien wel klopt, dan kan de attitude waarmee je luistert verschillen.” Met andere woorden: ‘s ochtends in de file heeft een luisteraar wellicht andere verwachtingen van radio, dan ‘s avonds tijdens het afwassen. Ook is in de zomervakantie luisteren naar de Olympische Spelen weer anders dan luisteren terwijl je opstaat om naar je werk te gaan.

Er is nog geen onderzoek gedaan naar de tevredenheid van luisteraars, nu er ook daadwerkelijk meer muziek wordt gedraaid tijdens het Radio 1 Journaal. Overigens denkt Olivier wel dat ‘tegenstanders’ van muziek „fel” zouden kunnen reageren. Dat zou ze bovengemiddeld zichtbaar maken. Dat is ook de stelling van zendermanager Laurens Borst. Hij denkt dat luisteraars ‘stemmen met de voeten’ en het marktaandeel van Radio 1 is in de periode maart-april (7,1 procent) nauwelijks veranderd ten opzichte van de periode januari-februari (7,2 procent). Cijfers per programma maakt de NPO niet bekend.

Conclusie

Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de vaste Radio 1-luisteraars in de Sportzomer tijdens reguliere uitzendingen ook graag een of meerdere platen per uur zou willen horen (80 procent). Het is niet met zekerheid te zeggen of dit ook één op één geldt voor de luisteraar van het Radio 1 Journaal. Die vergelijking is niet zomaar te maken. Om het zeker te weten zou er onderzoek onder de luisteraars van het Radio 1 Journaal gedaan moeten worden. Wij beoordelen de bewering daarom als ongefundeerd.