Lof voor duister werk Cunningham

The PyreFoto Gisèle Vienne

Het dansaanbod doet de harten op voorhand niet sneller kloppen. Echte smaakmakers, belangrijke grote gezelschappen of artistiek belangwekkende ontwikkelingen ontbreken. Erg avontuurlijk ogen de geselecteerde producties evenmin: voornamelijk rechttoe-rechtaanvoorstellingen in een traditionele theatersetting. Maar er zijn zeker lichtpuntjes. L.A. Dance Project (2, 3/6, Stadsschouwburg): Forsythes Quintett is een fascinerend en ontroerend ballet uit 1993, een monument voor zijn destijds terminaal zieke vrouw. Het zingt nog lang in de herinnering na, al was het maar om Gavin Bryars’ compositie Jesus’ blood never failed me yet.

Het bijna een halve eeuw oude Winterbranch van Merce Cunningham (1919-2009) was in Nederland nog niet eerder te bewonderen. Diens gezelschap werd, zoals door Cunningham in zijn testament bepaald, begin vorig jaar opgeheven en Benjamin Millepied verdient als artistiek leider van L.A. Dance Project lof voor het herintroduceren van dit duistere, weerbarstige werk over de Cunninghamiaanse ‘dansfeiten’ vallen en opstaan. Winterbranche werd vormgegeven door kunstenaar Robert Rauschenberg en gezet op een schurende compositie van La Monte Young, beiden evenals Cunningham prominente postmodernisten.

Gisèle Vienne (14, 15/6, Frascati) is een voor Nederland nieuwe naam. De Frans-Oostenrijkse Vienne is de laatste jaren opgevallen door haar opmerkelijke benadering van dans in combinatie met tekst, spel en muziek. In The Pyre wordt een danseres in een vervreemdende omgeving geplaatst waar niets is wat het lijkt en ook zij zelf tot een abstractie wordt. De voorstelling vloeit over in een verhaal over twee mensen die het verhaal dat voor hen is geschreven, trachten te ontsnappen. Vienne is met een groter werk gast tijdens Julidans.