Ik weet waarom jullie komen, zegt de Parijse messensteker

De Franse politie heeft de man aangehouden die zaterdag in Parijs een soldaat zwaar verwondde. Hij past in het profiel van de ‘eenzame wolf’.

Acht minuten voordat Alexandre D. zaterdag met een klassiek Frans Laguiole-mes de halsslagader van een militair probeerde te raken, was hij in een stil hoekje van het winkelcentrum op de grond in gebed gegaan. Dat blijkt uit beelden van bewakingscamera’s in de Parijse voorstad La Défense, zei de Franse aanklager François Molins gisteren. De verdachte zou de laatste jaren zijn geradicaliseerd en was volgens het dagblad Le Monde bekend bij de Franse inlichtingendiensten.

De vandaag 22 jaar oud geworden Alexandre werd gisterochtend opgepakt na bestudering van de videobeelden en na een dna-test op een flesje sinaasappelsap waarvan hij had gedronken. Hij zou de patrouillerende militair Cédric Cordiez veelvuldig van achter in de nek hebben gestoken „met het doel hem te doden”, zei Molins tijdens een persconferentie. „Ik weet waarom jullie hier zijn”, zou D. hebben verklaard toen de politie aanklopte bij het huis van een vriendin waar hij verbleef.

Een direct verband met de vergelijkbare maar fatale aanslag op een militair in Londen vorige week is niet aangetoond, maar de Franse Justitie behandelt de zaak net als die in het Verenigd Koninkrijk als een terroristische daad. Zijn profiel lijkt volgens Franse experts te passen bij dat van een groeiende groep op eigen bodem geradicaliseerde islamitische jongeren die als „eenzame wolven” bij dergelijke geweldsdaden aanbelanden.

„Het karakter van de overtredingen, drie dagen na Londen, en het gebed net voordat de daden zich afspeelden, laat ons vermoeden dat hij heeft gehandeld uit naam van een religieuze ideologie en dat het zijn wens was om een representant van de Franse staat aan te vallen”, zei aanklager Molins.

Alexandre D., een geboren en getogen Fransman, uit een „nette familie” uit Trappes, nabij Versailles, zou de laatste jaren na een moeilijke jeugd zijn geradicaliseerd. Op 18-jarige leeftijd heeft hij zich volgens de onderzoekers bekeerd tot de islam en zijn naam veranderd in Abdelillah. Zijn dna zat in de databanken omdat hij als minderjarige enkele keren voor kleine vergrijpen, waaronder verboden wapenbezit en diefstal, met de politie in aanraking was geweest.

In 2009 kwam hij opnieuw in beeld toen hij nabij zijn woonplaats met enkele oudere mannen op straat in gebed was gegaan. Hij moest zijn identiteitsbewijs laten zien en belandde in de dossiers van de departementale opsporingsinstanties. Bij de departementale diensten was volgens Le Monde bekend dat hij thuis problemen had, werkloos was en de laatste jaren geen vaste woon- of verblijfplaats meer had. Hij kleedde zich steeds vaker in een djellaba en eiste bij een gesprek over een baan in Rambouillet dat hij „niet met vrouwen wilde werken”.

Hoe het kan dat de informatie niet bij de centrale terreurbestrijdingsdienst terecht is gekomen, blijft vooralsnog onduidelijk. Maar de kritiek op de in 2008 opgetuigde Direction centrale du renseignement intérieur (DCRI) zwelt aan. De dienst lag eerder zwaar onder vuur toen een jaar geleden de 24-jarige Mohammed Merah in Toulouse zeven mensen, onder wie drie militairen, doodde. Merah was bij de DCRI bekend.

Minister van Binnenlandse Zaken Manuel Valls zei dat in Frankrijk „tientallen, mogelijk honderden” figuren als Alexandre en Merah rondlopen.