Het was chaotisch en het ging heel snel

Acht verdachten van doodslag op grensrechter Nieuwenhuizen stonden gisteren voor de rechter. Het waren vaak ‘de anderen’ die schopten.

De vrouw en de zoon van Richard Nieuwenhuizen, gisteren bij de rechtbank in Lelystad. Foto ANP

Op een korrelig scherm in de naastgelegen zaal vol journalisten zijn de ruggen van vijf magere verdachten te zien. Een paar keer wordt de camera naar links of rechts gedraaid, dan blijken er acht verdachten te zijn: zeven minderjarige jongens en één man.

De acht staan voor de rechtbank in Lelystad terecht voor doodslag op de 41-jarige grensrechter Richard Nieuwenhuizen in december vorig jaar. Voor de behandeling van de zaak zijn vijf dagen uitgetrokken. De zitting is achter gesloten deuren wegens de jeugdige leeftijd van de meeste verdachten. „Vanwege de maatschappelijke impact van de zaak” mogen journalisten van de rechtbank meekijken.

Wat gebeurde er precies op 2 december 2013, de dag van de vechtpartij op het veld van Buitenboys in Almere, wil rechter A. van Holten weten. Want: „Er zijn heel veel getuigen, maar het is niet allemaal hetzelfde wat die mensen vertellen.”

De sfeer was niet anders dan anders bij de spelers van het Amsterdamse Nieuw Sloten, zegt verdachte Soufyan (17). „Als er iets misgaat, wordt er tegen elkaar geschreeuwd. Zo gaat dat bij ons.” Ook de vader van verdachte Yassine (16) zegt dat het geschreeuw van de spelers tijdens de wedstrijd weinig voorstelde. „De jongens coachen elkaar op die manier, maar anderen denken dan dat ze ruzie maken.” Een aantal verdachten vond dat de grensrechter partijdig vlagde.

Soufyan geeft toe dat hij „een etter” was tijdens de wedstrijd. „Ik was vervelend. Ik speelde ruw, wat sterker, zeg maar. Duwen, shirtjes trekken, en zo.” Vlak voor het einde scoorde hij de 2-2. Soufyan liep daarna langs de grensrechter, die net gestruikeld was. „Toen zei ik: je moet me wel bijhouden, hè. Toen moest ik lachen. Dat was het.” Na de wedstrijd escaleerde de situatie op het veld.

Tegen alle verdachten liggen belastende verklaringen, houdt de rechter hun voor. Ibrahim (16) en Fayd (16), op wiens schoenveter een DNA-spoor van de grensrechter werd gevonden, beroepen zich op hun zwijgrecht. De anderen ontkennen de grensrechter te hebben geschopt of geslagen. Wel zeggen ze dat ze teamgenoten hebben zien schoppen en slaan. Sommigen noemen namen, anderen doen dat „liever niet”.

Alleen Yassine bekent de grensrechter één keer te hebben geschopt, tegen zijn schouder. „Weet je zeker dat het maar één keer was?”, vraagt de rechter. „Sommige getuigen verklaren anders.” Yassine blijft erbij: „Dat kan zo zijn, maar ik ben zeker van mijn zaak.” Zijn 51-jarige vader, ook verdachte, zegt dat hij alleen heeft geprobeerd vechtende mensen uit elkaar te halen.

Over elk punt ontstaat discussie of weten de verdachten het niet meer precies. Waarover ze het wél eens zijn: het was chaotisch, en het ging allemaal heel snel.