Het rommelde er al langer

CAV Murcia, de volleybalclub van de vermoorde Ingrid Visser, was de hobby van marmerboer Vedasto Linfantes Hij betaalde de spelers topsalarissen Maar vanaf 2009 begonnen de problemen

Een lokale krant toont een teamfoto uit 2010 met Ingrid Visser en verdachte Juan Cuenca omcirkeld. Op de voorgrond geldschieter Evedasto Linfantes. Foto ANP

Het spierwitte Pabellón Príncipe de Asturias blaakt in de voorjaarszon. Een brede trap leidt de koele hal binnen. Het is stil, geen piepende gympen op de zaalvloer. Dit is het sportcomplex in Murcia, waar de vermoorde Ingrid Visser tussen 2009 en 2011 volleybalde. Ze speelde toen voor CAV Murcia 2005.

De club ging in 2011 failliet. Sindsdien wordt er geen volleybalnet meer gespannen in de hal, vertelt een baliemedewerker. Wel zijn er nu lessen aerobics. „Het was een heel goed team. Maar ze konden zelfs geen doorstart maken. Ze gingen failliet.”

Het lot van CAV Murcia trof de afgelopen jaren meer Spaanse sportclubs. Begin deze eeuw, toen het economisch goed ging, pompten vooral ondernemers uit de bouw en vastgoed miljoenen in kleine provincieclubs. Een lokale sportclub die nationaal of Europees kampioen wordt, levert een stad naamsbekendheid op. De geldschieters die dit mogelijk maakten, hoopten vervolgens de gemeente of regio gunsten te kunnen vragen. Zoals bij een grondtransactie of wijziging van een bestemmingsplan.

Betalingsachterstanden

Dit voetbalmodel werd ook geïntroduceerd in volleybal, handbal of basketbal. Nadat de Spaanse vastgoedzeepbel eind 2007 uiteenspatte, droogde de geldstroom snel weer op. Zonder suikeroom gingen veel clubs failliet, een spoor van openstaande rekeningen achterlatend. Leveranciers en spelers waren dan al maanden niet uitbetaald. Dure stadions en sporthallen kwamen in onbruik. Sterspelers vluchtten naar competities waar nog wel geld is.

CAV Murcia 2005 werd opgericht door de plaatselijke marmerboer Evedasto Linfantes. Hij financierde en bestuurde ook de mannenvoetbalclub Atlético Ciudad. Die ontbond hij in 2010 wegens uitblijvend succes.

Toen Ingrid Visser in 2009 bij CAV Murcia kwam, waren er al problemen. Vanwege betalingsachterstanden mochten Visser en twee andere buitenlandse spelers in december van dat jaar tijdelijk niet opgesteld worden, besloot de internationale volleybalfederatie. Het team speelde competitie met pupillen van vijftien, die van het veld gemept werden.

In 2010 klaagden spelers dat ze al maanden niet uitbetaald waren. Linfante was weken onvindbaar. Hij bleek, meldde de lokale krant La Verdad, met andere bestuursleden op vakantie te zijn geweest in de Caraïben. Onder zijn medereizigers ook manager en boekhouder Juan Cuenca, die nu verdacht wordt opdrachtgever te zijn van de moord op Visser en Severein.

Linfante betaalde 528.000 euro voor eenzelfde bus als die van FC Barcelona. Topspeelsters kregen topsalarissen van 4 tot 5 ton. Tussen 2005 en 2010 won de club drie titels, vier bekers, drie supercups. In topjaren met een budget van ruim 5 miljoen.

„Ik ben erin gestapt, omdat een volleybalvriend dit mij vroeg”, zegt Linfante over de telefoon. „Voordien had ik geen interesse. Maar gaandeweg raakte ik er aan verslingerd. Vandaar dat ik er al mijn geld in stak.”

Hij ontkent andere, economische of politieke, motieven. De zaken gaan slecht, zijn voorraad marmer probeert hij te verkopen. Hij is locoburgemeester van Barinas, een gehucht op het platteland van Murcia. Journalist César García: „Linfante speculeerde vooral met geleend geld. Dat pakte desastreus uit.” Na het faillissement konden speelsters en leveranciers fluiten naar hun geld.

Ook Visser zou nog salaris te goed hebben gehad; volgens sommige bronnen een ton. Spelersmakelaar Lex Thevissen kijkt er niet van op. Hij ervaart Spanje als land waar spelers vaak op geld moeten wachten of niet krijgen uitbetaald. „Hoe zuidelijker in Europa, hoe problematischer. In Spanje en Griekenland, en nu ook Italië, is sprake van een structureel probleem. Bij steeds meer clubs in die landen plaats ik geen spelers meer.”

Louche figuren

De overvloed aan geld trok ook louche figuren aan. Hoofdverdachte Juan Cuenca zou dinsdag voor de rechter hebben verklaard dat hij samen met Linfante handelde bij de dubbele moord. Die ontkent dat. „Ik heb hem al twee jaar niet in levende lijve ontmoet. Na het faillissement ging hij er met de boekhouding vandoor.”

Linfante gist nog naar de motieven van zijn voormalige rechterhand. Ruim een jaar geleden merkte hij dat Cuenca zich ontpopt had tot oplichter. „Hij deed het voorkomen alsof hij een grote voorraad marmer bezat. Daartoe schermde hij onder meer met documenten die hij uit mijn administratie stal.”

Dit marmerverhaal wordt bevestigd door Teresa Domínguez, een lokale verslaggeefster in Valencia, de stad waar Cuenca zaterdag werd opgepakt. Domínguez sprak met lokale agenten die de inhoud zouden kennen van het eerste verhoor dat Cuenca werd afgenomen. „Hij bekende ruim een jaar geleden geld te hebben geleend van Severein, zogenaamd voor een investering in marmer. Maar hij bezit helemaal geen marmer. Toen Severein zijn geld terugeiste, raakte Cuenca in paniek en koos de slechtste optie: hij huurde de twee Roemenen in.”

Met medewerking van Henk Stouwdam.