‘Gestolen doek is verbrand’

In as uit het huis van de moeder van de hoofdverdachte in het onderzoek naar de Kunsthalroof, zijn sporen gevonden van oude verf. Voor het Openbaar Ministerie in Roemenië is dit bewijs dat de moeder ten minste één van de vier gestolen schilderijen heeft verbrand. Op voorwaarde van anonimiteit zeiden leden van de terrorismeopsporingsdienst die zich bezighoudt met de kunstroof dit gisteren tegen Roemeense journalisten.

Officieel ontkent de opsporingsdienst dat het onderzoek naar de as is afgerond en deze uitkomst heeft.

Het onderzoek gebeurt door het Nationale Museum van Roemenië in Boekarest. Behalve resten olieverf, hebben de onderzoekers resten van ijzeren nopjes gevonden, zo melden de anonieme opsporingsambtenaren. Volgens hen kunnen die nopjes iets met de schilderijen te maken hebben. De verf kan ook afkomstig zijn van de lijsten van de schilderijen.

Annelies van Loon, een scheikundige verbonden aan het Mauritshuis in Den Haag, kwalificeert dergelijk onderzoek als bijzonder zeldzaam. Conclusies moeten met grote voorzichtigheid worden getrokken. „Ik kan me voorstellen dat in de as specifieke metalen als lood of arseen gevonden kunnen worden die ook in de pigmenten van de verf werden verwerkt. Maar de verf zelf verkoolt geheel bij verbranding.”

De drie Roemeense verdachten van de Kunsthalroof, die afgelopen oktober plaatsvond, zijn in januari opgepakt nadat zij telefonisch spraken over de mogelijkheid de schilderijen te verbranden. Een advocaat van een van de verdachten liet gisteren weten dat zij er vanuit blijft gaan dat de kunstwerken nog bestaan.