Diabetes laat sporen na in poep

Suikerziekte verandert de samenstelling van darmbacteriën. Dat biedt kansen voor een nieuwe test, aldus Scandinavische onderzoekers.

De verstoorde stofwisseling die gepaard gaat met suikerziekte weerspiegelt zich in de samenstelling van iemands darmflora. Dat blijkt uit een studie waarin Zweedse en Deense onderzoekers ontdekten dat vrouwen met ouderdomsdiabetes in vergelijking tot gezonde leeftijdsgenoten minder Roseburia en Feacalibacterium prausnitzii in hun poep hadden. Deze bacteriën produceren boterzuur, en zijn eerder in verband gebracht met diabetes. De resultaten verschijnen vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

De onderzoekers hopen dat hun bevinding zal leiden tot een voorspellende test, waarin aan de hand van iemands poep bepaald kan worden of iemand een verhoogd risico heeft op het krijgen van suikerziekte. Bij veel patiënten wordt diabetes nog steeds laat ontdekt, als ze bijvoorbeeld met de eerste verschijnselen van hart- en vaatziekten bij de dokter komen. Die kunnen het gevolg zijn van jarenlang onbehandelde suikerziekte. De veranderingen in de stofwisseling die uitmonden in suikerziekte treden echter al veel eerder op. Er is een eenvoudige bloedtest op het glucosegehalte in het bloed om diabetes vast te stellen, maar het is niet makkelijk een eenduidige merker te vinden die wijst op een afglijden richting suikerziekte. De Scandinaviërs hebben het geprobeerd met grootschalig DNA-onderzoek van de complete darmflora. De menselijke darmflora bestaat uit duizenden soorten bacteriën en micro-organismen, die nog lang niet allemaal bekend zijn. Maar door al hun DNA in één keer te analyseren, kun je er toch patronen in ontdekken.

Gezamenlijk hebben deze darmbewoners meer dan 5 miljoen genen (ter vergelijking: de mens heeft er zo’n 20.000). Al die genen kunnen invloed hebben op de afbraak en vorming van voedingsstoffen en vitamines in de darm en steeds duidelijker blijkt dat ze medebepalend zijn voor de gezondheid van de gastheer.

De onderzoekers vergeleken het ‘poep-DNA’ van 145 Europese vrouwen van 70 jaar. Ongeveer eenderde van hen had suikerziekte, eenderde had problemen met de regulatie van het bloedsuikergehalte (een voorstadium) en eenderde was gezond. In de diabetesgroep vonden zij veel minder boterzuurproducerende bacteriën dan in de andere groepen. De melkzuurbacterie Lactobacillus gasseri kwam bij hen juist veel meer voor. Doordat de onderzoekers in de groep mensen met bloedsuikerregulatieproblemen op grond van de poeptest de mensen konden aanwijzen met de slechtere bloedwaarden, hopen ze dat verdere verfijning tot een voorspellende poeptest kan leiden. Complicatie is dat in een eerdere Chinese studie de diabetespatiënten een andere darmflora hadden, overigens ook kenmerkend voor de ziekte.