De kleine school wordt armer

Sander Dekker pakt het groeiende aantal kleine basisscholen aan. Hij stuurt met geld. Het christelijk onderwijs vreest voor de identiteit.

Nederland, Veenhuizen, 23-05-'13; Basisschool De Veenster is een kleine school met zo'n 40 kinderen. Foto: Kees van de Veen Kees van de Veen

Eerst was ze heel enthousiast. „Scholen met minder dan honderd leerlingen hoeven niet dicht, dat is geweldig nieuws”, zei Ellen Sonnemans gisteren. Ze is directeur van de Veenster, een basisschool met 45 leerlingen in Veenhuizen. Haar euforie sloeg al gauw om. „Maar wacht even, als de staatssecretaris de toeslag voor kleine scholen afschaft, komt het eigenlijk op hetzelfde neer. Namelijk: dat we niet als kleine school kunnen voortbestaan.”

Gisteren maakte staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) zijn plannen voor kleine scholen bekend. Het advies van de Onderwijsraad neemt hij niet over – die wilde scholen met minder dan honderd leerlingen sluiten, waar de opheffingsnorm nu 23 is. Maar Dekker wil wél iets doen aan het groeiende aantal kleine scholen. Dus gaat hij samenwerking stimuleren. Kleine scholen die samengaan, krijgen een bonus. Scholen die klein willen blijven, krijgen minder geld omdat de kleinescholentoeslag wordt afgeschaft. Door aanpassing van de wet wil Dekker samengaan verder vergemakkelijken.

De eerste reacties op zijn plannen waren net als die van directeur Sonnemans: positief. „De norm van honderd leerlingen is gelukkig van de baan”, zei voorzitter Wim Kuiper van de Besturenraad, de koepelorganisatie voor christelijke scholen. De PO-raad (vereniging van basisschoolbesturen) was blij dat „Dekker heeft geluisterd naar de wensen uit het onderwijsveld; de problemen moeten regionaal worden aangepakt”. En René Tromp, directeur-bestuurder van Gereformeerd Primair Onderwijs West-Nederland (25 scholen): „Er wordt ons niets van bovenaf opgelegd. Er is dus ruimte voor gesprek. Ik ben redelijk optimistisch.”

Maar er ontstond ook al gauw kritiek omdat kleine scholen hun toeslag verliezen. „Dekker dwingt de scholen dus keihard te kiezen: deuren sluiten of samengaan”, zegt Jan Sijtsema, bestuursvoorzitter van PCBO Tytsjerksteradiel, een vereniging met dertien christelijke basisscholen in Friesland.

Onduidelijkheid was er ook. Want hoe zit het precies met die bonus die scholen krijgen als ze samengaan? Hoeveel is dat en over hoeveel jaar krijgt een school geld uitgekeerd? En die kleinescholentoeslag blijft volgens Dekker beschikbaar voor onderwijs in de regio. Maar wie is de regio, wil Kuiper van de Besturenraad weten. Zijn dat gemeenten en provincies of samenwerkingsverbanden van scholen? Niemand weet het.

Het baart Kuiper zorgen. Zijn Besturenraad vreest dat christelijke scholen aan identiteit zullen inboeten. Want als gemeenten het geld mogen besteden, wordt het dan wel goed verdeeld? Of gaan bepaalde politieke partijen zich ermee bemoeien en gaat er dan meer geld naar openbare scholen? En als het de samenwerkingsverbanden zijn, hebben kleine scholen dan wel genoeg inbreng?

Sijtsema van PCBO Tytsjerksteradiel deelt die zorg. Hij ziet het zó gebeuren, vooral bij de samenwerkingscholen waarvoor Dekker de wetgeving wil versoepelen. Bij een samenwerkingsschool gaan een openbare basisschool en een bijzondere school, bijvoorbeeld een christelijke, samen. Krijg je dan een openbaar bestuur en valt dat dan volledig onder de gemeente? En blijft het christelijke karakter dan wel bewaakt? Want ouders hebben toch het recht om iets te kiezen? Of hebben we straks overal dezelfde soort scholen staan?

Veel hangt af van de uitwerking, concluderen de beide christelijke bestuurders. Dus wie weet, valt het allemaal wel mee.

En dan is er nog de fusietoets, een procedure die scholen doorlopen om te kijken of ze aan alle criteria voor samengaan voldoen. Die toets is rigide en duurt lang. Daarom wil staatssecretaris Dekker een soepeler regeling voor de krimpgebieden.

De PO-raad vindt dat niet ver genoeg gaan. „Schaf de toets helemaal af voor het basisonderwijs”, zegt voorzitter Rinda den Besten. Scholen die op het punt van omvallen staan, hebben hulp nodig. En snel. Ze zijn niet geholpen bij een hoop bureaucratie. „Laten we daar een eind aanmaken, want uiteindelijk zijn alleen de kinderen de dupe.”