Begroting moet naar evenwicht en dus blijft bezuinigen nodig

Volgend jaar eindigt de tekortprocedure tegen Nederland. Toch blijven bezuinigingen nodig.

Nog een jaar stevig bezuinigen en dan zijn we van die vervelende regel af dat het overheidstekort maximaal 3 procent mag zijn. Dat is het goede nieuws uit Brussel voor mensen die weinig met bezuinigen hebben. Want het einde van de Brusselse ‘buitensporige tekortprocedure’ nadert. Het slechte nieuws? Na het loslaten van de feitelijke tekortnorm – die 3 procent – komt er voor Nederland een nieuwe norm, het ‘structurele saldo’. En dat betekent ook bezuinigen. Al lijkt er dan wat meer speelruimte te komen.

Dat cijfer is het begrotingstekort waar conjuncturele invloeden uit zijn gehaald. De gedachte erachter is dat je een economie die krimpt niet extra moet belasten met bezuinigingen vanwege die krimp. Het gevolg: als het tijdelijk minder goed gaat met een land, mag het iets meer schulden maken dan als het goed gaat.

Maar om zich vanaf 2015 aan die nieuwe norm houden moet Nederland fiks blijven bezuinigen. Dat werd gisteren weer eens duidelijk.

In de aanbevelingen die Commissaris Olli Rehn gisteren deed, besteedde hij weinig aandacht aan het structurele tekort van Nederland. Hij liet wel zien dat ook na 2014 bezuinigingen nodig zijn. In 2016 bijvoorbeeld verwacht de Fin een verslechtering van dat structurele saldo met 0,4 procent. Dat lijkt niet veel, maar Nederland moet het tekort na 2014 jaarlijks al met 0,5 procentpunt terugbrengen. Tel daar 0,4 procentpunt bij op en je zit in 2016 al aan extra bezuinigingen of lastenverzwaringen van bijna 6 miljard (0,9 procent van de Nederlandse economie).

Uiteindelijk doel van het Brusselse begrotingsbeleid? Op termijn evenwicht, waarbij in slechte tijden maximaal een tekort van 0,5 procent mag bestaan. Krijgen we de komende jaren dan nooit rust? Dat kan best, zegt hoogleraar monetaire economie Lex Hoogduin (Universiteit van Amsterdam). „Maar laten we dan al die bezuinigingen in één keer afspreken. Anders hebben wij er ieder jaar discussie over. Neem elk jaar voor 3 miljard aan extra bezuinigingen, dan komt het begrotingsevenwicht vanzelf in beeld.” Niet gemakkelijk. Nu al staat tot 2017 voor zo’n 45 miljard euro lastenverzwaringen en bezuinigingen op het programma.

Anders dan bij het feitelijke tekort is het structurele saldo voor discussie vatbaar. Om het tekort te bepalen moet je het eerst eens zijn over de economische situatie in een land. Hiervoor bestaan Europese afspraken. Maar als de nood hoog is, zouden politici in de verleiding kunnen komen naar andere gezaghebbende economische instellingen te wijzen. Neem 2014. Voor dat jaar verwacht het IMF een oplopend structureel tekort, terwijl de OESO een aanzienlijke verbetering van dat saldo voorspelt. Het saldo is niet alleen ingewikkelder te bepalen, maar het is ook beweeglijker. Daarom houden veel betrokkenen zich in Den Haag nog liever even vast aan het feitelijke cijfers, het ‘pure’ begrotingstekort.

Maar het structurele saldo oogt wel beter nu Nederland in een recessie verkeert. Momenteel ligt het onder de 2 procent. Maar in de praktijk blijft Nederland elk jaar 20 miljard euro meer uitgeven dan het binnenkrijgt. Dus stijgt de staatsschuld, zoals Rehn nog eens liet zien. Volgend jaar komt die op 75 procent van het bruto binnenlands product. Ook dat mag niet: op de Europese top van 1992 in Maastricht is een maximum van 60 procent afgesproken. Pas na 2015 daalt de schuld weer, maar te traag naar de zin van de Commissie: „De afname is onvoldoende geschraagd door beleidsmaatregelen.”