100 jaar nieuwe lente

Als ik een gebeurtenis zou mogen uitkiezen om een reportage per tijdmachine over te maken, dan zou het de première van Le sacre du printemps zijn. Gisteren precies honderd jaar geleden werd onder luid gekrakeel van de Parijse bourgeoisie de belle époque weggeblazen, door een compositie van Igor Stravinksy en een choreografie van Vaclav Nijinski, uitgevoerd door de Ballets Russes.

NTR Podium vierde het eeuwfeest van de moderniteit al dit weekeinde met een uitvoering door het Rotterdams Philharmonisch Orkest en gesprekjes met musici over de moeilijkheidsgraad van het stuk. Maar gisteren konden we dankzij ARTE rechtstreeks meemaken hoe op dezelfde locatie als toen, in het Théâtre des Champs-Elysées, het baanbrekende stuk twee keer werd uitgevoerd, onder leiding van Valery Gergjev . Voor de pauze gedanst door het Mariinski-gezelschap uit St. Petersburg in een reconstructie uit 1987 van de originele choreografie, kostuums en decors. Daarna in een nieuw ballet van de Duitse Sasha Waltz.

Bovendien belichtte ARTE eerst in de uitputtende documentaire 1913 – Der Tanz auf dem Vulkan de betekenis van de breuk: kubisme, dada, psychoanalyse, klassenstrijd en technische vooruitgang, Kafka en Proust, alles bewoog in de richting van een nieuwe tijd. De eeuw zou ook twee wereldoorlogen, Stalin en Hitler voortbrengen – in 1913 woonden ze allebei in die andere culturele metropool: Wenen.

Na afloop zond ARTE de speelfilm Coco Chanel et Igor Stravinsky (Jan Kounen, 2009) uit, die begint met een gedetailleerde reconstructie van de tumultueuze voorstelling. Als je die springende Russische heidenen ziet, ritmisch bewegend met de rug naar de zaal, dan begrijp je meteen dat er nog een revolutie aan zat te komen: tegen de dominante West-Europese cultuur van gematigdheid en discipline, van harmonie en naïef etnocentrisme.

Dit keer mochten de mannen met Phrygische mutsen en de op squaws lijkende vrouwen wel stormachtig applaus in ontvangst nemen. Daarentegen kon het nieuwe ballet van Sasha Waltz rekenen op een mengeling van bijval en boegeroep. Zeker na een confrontatie met de genialiteit van het origineel deed het een beetje aan als een verwaterde versie, een soort West Side Story in kleurige soepjurken. Pina Bausch en Maurice Béjart, zo konden we in de documentaire zien, deden het eerder beter. De dank gaat naar ARTE, onze collectieve tijdmachine.