Zonder maatregelen zullen er lukraak scholen omvallen

Fusie is nodig om in elk geval nog één school te behouden in kleine dorpen. Het samengaan moet voor kleine scholen aantrekkelijk worden, zegt de staatssecretaris.

Nederland, Den Haag, 18 april 2012 Sander Dekker. Op dit moment is hij wethouder onderwijs, jeugd en sport in Den Haag. Daarnaast was hij bij de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen in 2006 en 2010 lijsttrekker voor de VVD. Foto: Thomas Bokeloh

De Onderwijsraad zorgde begin dit jaar voor veel commotie: scholen met minder dan 100 leerlingen moeten dicht, luidde zijn advies aan de regering. Schoolbesturen spraken over kaalslag, ouders waren in paniek: waar moest hun kind dan naar toe?

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) maakte vandaag bekend wat híj wil. Het advies van de Onderwijsraad om scholen te sluiten als ze minder dan 100 leerlingen hebben – de opheffingsnorm was 23 leerlingen – neemt hij niet over. „Die maatregel is te rigoureus. In een uithoek is het behoud van een kleine school misschien cruciaal, omdat er anders helemaal geen onderwijs meer is. We hebben maatwerk nodig.”

Om het groeiende aantal kleine scholen terug te dringen, pleit Dekker voor meer samenwerking. Scholen die samengaan worden dan ook beloond met een bonus. Scholen die klein blijven, ondervinden daar hinder van: die zien hun subsidie juist teruglopen.

Door het advies van de Onderwijsraad naast u neer te leggen, loopt u het risico dat scholen denken: we houden het lekker zoals het is, ook al kost dat geld.

„Er zijn inderdaad scholen die zeggen: wij zien wel hoe het loopt. Maar dat is niet slim. We kunnen de demografische ontwikkelingen heel goed in kaart brengen. We weten hoeveel kinderen er nu geboren worden en over vier jaar naar school zullen gaan. We weten hoeveel kinderen in groep zes zitten en over een paar jaar uitstromen. Dus we weten wat ons te wachten staat, namelijk een forse daling van het aantal leerlingen.

„In sommige gebieden krimpt het aantal basisschoolleerlingen de komende jaren met 20 tot 30 procent. De gevolgen zijn voor iedereen merkbaar. Het is dus niet verstandig om af te wachten. Soms zitten in één dorp twee kleine scholen waarvan beide besturen hopen dat de ander eerder omvalt, zodat leerlingen hun kant opkomen. Maar zo werkt het niet. Op deze manier gaan beide scholen ten onder en is er helemaal geen school meer in het dorp. Dat heeft weer tot gevolg dat jonge mensen met kinderen zich er niet willen vestigen en de krimp alleen nog maar verder toeneemt.”

U wilt af van de kleine-scholentoeslag, waarom?

„Scholen met minder dan 145 leerlingen krijgen meer geld per leerling dan grote scholen. Hoe minder leerlingen, des te hoger het bedrag per leerling. Als scholen samengaan, en dus groter worden, verliezen zij deze extra bekostiging. Dat is geen stimulans om samen te gaan, terwijl dat soms wel verstandig is.

„Het idee is om de toeslag stapsgewijs af te bouwen en samenwerking tussen basisscholen te belonen. Hoe de bonus er precies uit komt te zien, gaan we nog uitwerken.”

Maar er zijn voor scholen nog meer belemmeringen voor fusie.

„Klopt, er zijn wettelijke belemmeringen zoals de fusietoets, de procedure die scholen doorlopen om te kijken of ze aan alle criteria voldoen om samen te kunnen gaan. De toets is rigide en duurt lang, de uitkomst is vaak onzeker. Met als resultaat dat scholen niet fuseren terwijl dat wel wenselijk is. De fusietoets is destijds ingesteld om te voorkomen dat er onderwijsmolochs zouden ontstaan. Maar in krimpgebieden is juist het tegenovergestelde aan de hand. Daarom wordt de fusietoets in die gebieden sterk versoepeld.”

Een andere belemmering zijn de strakke regels omtrent samenwerkingsscholen.

„Een samenwerkingsschool ontstaat uit een fusie tussen een openbare en een bijzondere school, bijvoorbeeld een katholieke. Maar dat gaat niet heel makkelijk. Zo mag een samenwerkingsschool alleen worden gevormd als één van de betrokken partijen op omvallen staat. Maar dat is niet altijd het geval, terwijl er wél weinig leerlingen zijn. Dat kan ertoe leiden dat in een dorp twee scholen in stand worden gehouden, terwijl ze graag samen zouden willen gaan. Zoals in Wehe-den Hoorn in Groningen. Daar staan twee schooltjes, de één heeft 40, de ander 30 leerlingen. Iedereen wil fuseren maar de wet laat dat niet toe. Dat is de wereld op zijn kop.”

Als meer scholen samengaan, is er minder diversiteit en valt er voor ouders minder te kiezen.

„Ik zou het om willen draaien: als we de boel op zijn beloop laten, bestaat het risico dat scholen lukraak omvallen en er op bepaalde plekken geen onderwijs meer is. Dan is er helemaal niets meer te kiezen. Ik begrijp dat samenwerken niet zonder slag of stoot zal gaan. Maar het is een goede investering. Het zal het onderwijs ten goede komen.

„Mensen hebben vaak een romantisch beeld bij een kleine school. Maar ze realiseren zich niet dat die kwetsbaar is. Het is ingewikkeld om onderwijs goed te organiseren. Denk aan een leraar die op een combinatiegroep staat en aan het ene kind de Citotoets moet uitleggen en aan het andere kind de tafel van vijf. Een kleine school heeft maar een klein team dat alle taken op zich moet nemen. De werkdruk is hoog. Er is bovendien maar weinig ruimte voor remedial teaching en innovatie in het onderwijs. En kinderen hebben er maar weinig vriendjes. Samenwerking is dus geen optie maar pure noodzaak.”