Zacht en schrijnend opgroeien in jaren 60

Ginger & Rosa. Regie: Sally Potter. Met: Elle Fanning, Alice Englert, Alessandro Nivola. In: 12 bioscopen.**

Voor Ginger & Rosa ging regisseur Sally Potter terug naar haar eigen jeugd en het Londen van de jaren zestig. Hartsvriendinnen Ginger (met net zo’n ontembare bos rood haar als Potter zelf) en Rosa worden volwassen en groeien uit elkaar tegen een achtergrond van seksuele revolutie en Koude Oorlog. Waar Rosa de vruchten van de seksuele bevrijding proeft (inclusief een relatie met de zelfzuchtige vader van Ginger) kiest Ginger voor een meer maatschappelijk bewogen engagement.

Net als ieder coming-of-age-verhaal ontsnapt ook Ginger & Rosa niet aan een bepaalde mate van melancholie en sentiment. Door het genre is het bovendien een van Potters meer conventionele films, zeker als je bedenkt dat ze actrice Tilda Swinton in de Virginia Woolf-verfilming Orlando (1992) moeiteloos van geslacht liet veranderen of de film Yes (2004) geheel in verzen liet spreken. Maar ook in Ginger & Rosa schakelt ze moeiteloos heen en weer tussen grote geopolitieke gebeurtenissen (de Cuba-crisis, de wapenwedloop) en de minstens even belangrijke innerlijke woelingen van de beide opgroeiende meisjes (een eerste kus, gevoelens van camaraderie en eenzaamheid). Volwassen worden brengt altijd de winst van de ervaring en het verlies van de onschuld met zich mee. In Ginger & Rosa is dat zachte schrijnen voelbaar gemaakt.

Potter neemt ook haar eigen idealistische verleden de maat als ze de verlamming schetst van het links-angehauchte milieu waarin Ginger opgroeit. Het maakt de film kritisch en scherp, maar je zou die venijnige prikjes niet voelen als er niet ook zoveel intimiteit en liefde in de film zat. Hoe twee meisjes rennen, in identieke slobbertruien, op de hielen gezeten door de camera, die zich tussen hun wapperharen weeft en zachtjes over hun wangen streelt. Hoe twee meisjes op het filmdoek, dat als een geheugen werkt, zo nabij kunnen zijn en elkaar dan toch zo verliezen.