Wie zegt er nou nog 'courriel'?

Is mijn Frans dan zo beroerd? Weer een ober die me in het Engels welkom heet. En eigenlijk had ik nog nauwelijks iets gezegd. ‘Bonjour’ misschien, maar daar kun je je geen buil aan vallen. Of ik een tafel „inside or outside” wil, glimlacht de hippe stoppelbaard met modernistisch brilmontuur. Misschien zie ik er gewoon niet erg Frans uit. De buitenlander verraadt zich snel hier. Maar waarom toch dat beledigende Engels in Parijs?

Vriend Arthur, een Franse journalist met wie ik af en toe mijn moeizame inburgeringspogingen doorneem, moet lachen als ik de kwestie aan hem voorleg. „Wat is er beledigend aan een ober die er plezier in heeft Engels te spreken? Hij probeert zich verstaanbaar te maken. Dat is toch goede dienstverlening?” En kijk naar jezelf, voegt Arthur toe. „In Nederland word ik ook altijd meteen in het Engels aangesproken.”

Natuurlijk, hij heeft gelijk. Maar ik zie mijn Franse inspanningen graag beloond. Geen land ter wereld is zo obsessief bezig met taal. Radiostations moeten een vast percentage Franse muziek draaien, tv-series en films zijn altijd nagesynchroniseerd. Voor ieder anglicisme uit het digitale universum verzinnen overheidsinstanties officiële Franse woorden. Zo heet een e-mail officieel ‘un courriel’, chatten is ‘clavardage’ (letterlijk: kletsen via een toetsenbord) en een ‘hashtag’ voor Twitter heet sinds een paar maanden een ‘mot-dièse’.

Ondanks de oekazes van de taalinstanties in Parijs rukt het Engels op. Als ik het woord ‘courriel’ gebruik, kunnen leeftijdgenoten een meewarige glimlach niet onderdrukken. Zoiets heet een ‘e-mail’, of desnoods een iets Franser klinkende ‘mél’. Op televisie zijn woorden als ‘challenge’ of ‘leadership’ heel gewoon. En wie het over zwarte Fransen heeft, spreekt bij voorkeur over het politiek-correcte ‘black’ en niet (meer) over ‘noir’.

In dit licht discussieerde het Franse parlement de afgelopen weken over een wetsvoorstel van de minister van Hoger Onderwijs om bij sommige vakken op universiteiten en de befaamde ‘Grandes Écoles’ colleges in het Engels toe te staan. Dit is nodig, vindt de minister, om het Franse onderwijs aantrekkelijk te houden voor vooral Aziatische studenten en te voorkomen dat de Franse wetenschap zich straks beperkt tot „vijf Proust-specialisten rond een tafel”, zei ze tot woede van haar tegenstanders.

Zelfs in het parlement rukte het Engels deze week op. „Mister President”, begon de rechtse afgevaardigde en universitair docent Daniel Fasquelle zijn betoog tegen de wet. „It’s a total lack of confidence in our culture and our country.” Fasquelle had de tongval van caféhouder René Artois uit de serie Âllo, âllo. Hij wilde Engels spreken, zei hij, om de aandacht van de minister te trekken.

De linkse krant Libération kopte afgelopen week ‘Let’s do it’ op de voorpagina – een steunbetuiging aan het voorstel. De tekst is inmiddels aangenomen en spoedig zal bij meer vakken op Franse universiteiten Engels gesproken worden.

De hoogoplopende discussie van de laatste weken toonde volgens vriend Arthur „opnieuw dat Frankrijk zich met zijn unieke positie in de globaliserende wereld geen raad weet”. Natuurlijk gaat het Frans niet verloren als op een paar universiteiten Engels gesproken wordt.

Probleem is wel dat Fransen vaak niet erg soepel Engels spreken. „En daarom moet je het toejuichen als een ober of een winkelbediende zijn Engels met jou wil oefenen”, zegt Arthur.

Zo had ik het nog niet bekeken.

„Zelfs Leonardo DiCaprio spreekt Frans als je hier de televisie aanzet. We willen graag leren, maar veel voorbeelden hebben we niet.”

Pas nu dringt het tot me door: ik spreek stoïcijns Frans met Arthur. Terwijl hij al de hele avond Engels terugpraat.