Supermarktgoede kunst van Manders

Kunstenaar Mark Manders levert de beste Nederlandse inzending op de Biënnale van Venetië in jaren. „Als het in de supermarkt opvalt, is het werk geschikt.”

De Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië begint dit jaar in een naamloze supermarkt aan de Via Garibaldi, niet ver van het biënnaleterrein. Tussen de schappen met wasmiddel en pasta, pal naast het hondenvoer, ligt een sculptuur van een vos en een muis die met een riem aan elkaar vastgebonden zijn. De caissière spreekt nauwelijks Engels en weet alleen te vertellen dat het kunstwerk gemaakt is door een kunstenaar uit „Olanda”. Twee klanten discussiëren over de toevoeging aan hun buurtsuper. „Mooi”, zegt een gezette man die een biertje afrekent. „Ik vind het geen kunst”, meent daarentegen een jonge Italiaan met zonnebril.

Fox/ Mouse/ Belt (1992) is een van de bekendste beelden van de Nederlandse kunstenaar Mark Manders. Er bestaan drie versies van, waarvan er één is aangekocht door het MoMA in New York, waar het op dit moment tentoongesteld wordt. Een tweede beeld ligt op de vloer van het Nederlandse paviljoen in Venetië, dat dit jaar door Manders is ingericht. En de derde ligt dus bij de supermarkt om de hoek op de grond. Die vreemde context fungeert als een soort lakmoesproef, legt de kunstenaar uit. „Bij ieder kunstwerk dat ik maak, vraag ik mij af of het ook overeind zou blijven in een supermarkt of een IKEA. Als een beeld daar opvalt, dan is het wat mij betreft interessant genoeg om tentoon te stellen.”

Op het biënnaleterrein zelf, waar op dinsdag de eerste journalisten en verzamelaars een preview krijgen van de kunstmanifestatie die zaterdag officieel van start gaat, lijkt het of de voorbereidingen voor de Nederlandse inzending nog in volle gang zijn. De glazen entreedeuren van het Rietveldpaviljoen zijn afgeplakt met kranten. Binnen liggen in een hoek nog hompen natte klei – alsof Manders van plan is ter plekke nog wat te boetseren. Ramen zijn ook dicht geplakt en een deel van de ruimte is afgeschermd met plasticfolie. Daarachter schemeren de vage silhouetten van meubels en sculpturen. De opstelling oogt hier en daar onaf, als in een atelier waar nog hard gewerkt wordt.

Maar schijn bedriegt. Want Room with Broken Sentence, zoals de tentoonstelling heet, is een expositie die tot op de millimeter is uitgedacht. De plastic schermen zijn geen tijdelijke oplossing, maar bewust zo door Manders neergezet. „De ruimte was anders te breed”, zegt hij. „En dat raam op het zuiden is een fout van Rietveld, daar komt veel te veel licht doorheen. Dat heb ik afgeplakt. Ik heb de architectuur van Rietveld een klein beetje aangepast, met materiaal dat supergoedkoop is. Voor vijftien euro heb ik de inrichting van het paviljoen fundamenteel kunnen veranderen. Het is nu precies goed.”

Niets is op deze tentoonstelling wat het lijkt. De oude kranten zijn met zorg door de kunstenaar zelf uitgezocht. De robuuste stoelen die rond een tafel staan, blijken gemaakt van spaanplaat. De vos van klei is in werkelijkheid een vos van brons. En de natte hompen klei zijn stukken gehard keramiek die zo beschilderd zijn dat ze vochtig lijken. „Al mijn beelden zien eruit alsof ze net gemaakt zijn, al 25 jaar”, legt Manders uit. Sinds 1986 bouwt hij aan zijn levenswerk Zelfportret als gebouw, een imaginair ‘huis’ waarin hij zijn gedachten onderbrengt. Al zijn sculpturen zijn uitwerkingen van de beelden in zijn hoofd. „Er is geen verschil tussen een werk van 25 jaar oud of een dag oud. Ze zijn allemaal met elkaar verbonden. Dat is de kern van mijn werk.”

Vergeleken met de overbevolkte groepsexpositie die Guus Beumer twee jaar geleden in het paviljoen maakte, is de tentoonstelling die Manders samen met curator Lorenzo Benedetti heeft samengesteld sober en helder – de sterkste Nederlandse presentatie in jaren. Tussen de stralend witte wanden staan twee grote sculpturen en een tiental kleinere werken, allemaal in aardetinten, met hier en daar een blauw of geel accent – als een ode aan Rietveld. Met name Mind Study (2010-2011), een grote tafel waarop een figuur met één been balanceert in een wankel evenwicht, is indrukwekkend. Het beeld lijkt uit een andere tijd te stammen, alsof het decennia geleden al gemaakt is. Het is verstild, sereen, raadselachtig, en nergens mee te vergelijken. Een kunstwerk dat alleen aan het hoofd van Manders ontsproten kan zijn.

Is hij niet bang dat zijn kunst te enigmatisch, te subtiel is voor een grootschalig evenement als de biënnale? „Daarvoor ben ik nooit bang”, zegt Manders resoluut. „Ik maak me niet druk over wat anderen van mijn werk denken. Ik maak alles voor mezelf. Aan de andere kant: ik heb het voorrecht dat ik kunstenaar mag zijn, dus ben ik het mijn publiek ook wel verplicht om interessant werk te maken. Vandaar dat ik mijn beelden eerst test in de supermarkt.”

De Biënnale van Venetië vindt plaats van 1 juni t/m 24 nov. Inl: venicebiennale.nl