Pronks principes

Van partijcoryfee, via partijmastodont naar ex-partijlid. Jan Pronk, die gisteren aankondigde de PvdA na ruim 48 jaar lidmaatschap te verlaten, is niet de eerste prominente politicus met een dergelijk carrièreverloop. Elke partij kent zijn teleurgestelden.

De stap om de partij vaarwel te zeggen wordt door de achterblijvers vaak afgedaan als persoonlijke tragiek. Een daad van iemand die stil is blijven staan in zijn eigen tijd, luidt dan al gauw de conclusie. Of er gaat een zucht van verlichting op. Hiervan gaf voorzitter Toon Geenen van de PvdA-jongerenorganisatie blijk met zijn denigrerende commentaar op het vertrek van Pronk op twitter onder de hashtag ‘opgeruimd netjes’.

Hoe er ook over de inhoudelijke denkbeelden van Jan Pronk gedacht mag worden, over zijn functioneren als politicus kan geen misverstand bestaan. Hij wist door de jaren heen beginselvastheid en haarscherp analytisch vermogen aan elkaar te koppelen; twee eigenschappen die veel politici van de huidige generatie politici nu juist ontberen. Dat Pronk op momenten bewezen heeft eveneens over een dosis pragmatisme te beschikken, ontkracht de stelling dat hij een politicus is die de tijdgeest niet heeft verstaan.

Pronk is een lastig mens: voor zijn partijgenoten van de PvdA die hij consequent aan de sociaaldemocratische principes herinnert, maar ook, als minister van verschillende departementen, voor zijn ambtenaren die hij dwong mee te werken aan zijn geprofileerde beleidsopvattingen.

De uitvoerige afscheidsbrief van Pronk getuigt van dezelfde houding. Dat hij het niet eens is met de door de PvdA onder leiding van partijleider Diederik Samsom gemaakte keuzes op bijvoorbeeld het terrein van ontwikkelingssamenwerking en vreemdelingenbeleid, hoeft niet verrassend te zijn. Maar te denken voor de politiek als geheel geeft wel zijn oordeel over de wijze waarop in de PvdA deze standpunten zijn „weggemasseerd”.

Het is een verwijt dat niet alleen de PvdA aangaat, maar evenzeer de VVD waarmee deze partij nu een coalitie vormt. Coalitievorming is in het Nederlandse bestel een gegeven. Maar Pronks klacht over het „politiek management” waarmee de samenwerking tussen PvdA en VVD is gebracht, is ook door diverse anderen geuit. De cruciale vraag blijft of het ‘Voor elck wat wils’- principe voldoende basis kan zijn voor een coalitie.

Voor Pronk is het antwoord duidelijk. Hij voelt zich niet langer thuis in de PvdA en heeft na een lange afweging besloten de partij te verlaten. Het is de ultieme consequentie. Maar geheel passend bij de persoon Pronk. Want het is ook de principiële consequentie.