Plots waren zijn spullen zoek

Een staking heeft grote gevolgen op de werkvloer Stakers en niet-stakers drinken niet langer samen koffie

Langdurig verstoorde arbeidsverhoudingen. Ruzies tijdens de lunchpauzes. En hoog ziekteverzuim. Stakingen en acties halen vaak de publiciteit tot de eisen al dan niet zijn binnengehaald, maar de nasleep ervan kan op de werkvloer nog maanden of jaren door woekeren.

Dat concluderen politicologen van de Radboud Universiteit Nijmegen in het vorige week gepubliceerde onderzoek De nasleep van staken. Stakers verwijten hun collega’s gebrek aan loyaliteit. Na stakingen is het vaak moeilijk om elkaar weer te vertrouwen. En beide kampen ‘bestraffen’ elkaar vaak langdurig voor hun keuzes. Stakingen of acties op de werkvloer zijn voor directie en werknemers ingrijpende gebeurtenissen. Vaak is bij leidinggevenden en het personeel zelf de angst voor die nasleep groter dan de angst voor stakingen zelf.

Recente praktijkervaringen onderstrepen de bevindingen uit dat onderzoek. In de distributiecentra van Albert Heijn zijn de consequenties van de stakingen nog steeds voelbaar, zegt CNV-bestuurder Michiel Wallaard. De FNV voerde daar actie tegen cao-afspraken waar de andere bonden hun handtekening wel onder hadden gezet. „De actievoerders waren mannen met een vast contract en een jarenlang dienstverband. De onderlinge solidariteit bij die groep is groot. Dat was veel minder het geval bij het overige personeel, met vaak tijdelijke contracten. Niet-stakers zijn behoorlijk uitgescholden omdat ze niet meededen aan de staking.” De onderlinge verhoudingen zijn nog steeds niet goed. „Het was soms moeilijk om de bedrijfsvoering na die stakingen weer op te starten. Omdat personeel weigerde met elkaar te overleggen of te praten.”

Juist vanwege die nasleep moeten bonden volgens Wallaard bedachtzaam omgaan met de inzet van stakingen. „Zeker als het draagvlak ervoor klein is, zoals bij Albert Heijn, moet je de inzet afwegen tegen de consequenties daarna. Je mag stakingen pas inzetten als laatste middel.”

Ook de Radboudonderzoekers komen tot die bevinding. Zij onderzochten de nasleep van de stakingen van het schoonmaakpersoneel vorig jaar. Een succesvolle staking, volgens de bonden. Maar de vier maanden durende staking had daarna grote consequenties op de arbeidsvloer van in ieder geval één van de bedrijven die meededen. Stakers en niet-stakers bleven elkaar nog lang met verwijten bestoken, zo blijkt uit het onderzoek. Wie doorwerkte, verweet de andere collega’s niet echt gestáákt te hebben. „Ze komen eens per week samen achter het bedrijfsgebouw. En dat was het. Ze doen helemaal niets”, aldus een ondervraagde ‘doorwerker’. Stakers, op hun beurt, verweten hun collega’s te weinig gedaan te hebben. „Ik had een beetje meer solidariteit verwacht.”

Maar het bleef niet bij verwijten over en weer. Boosheid werd ook omgezet in pestgedrag. Schoonmaakmiddelen verdwenen uit schoonmaaktrolleys. „Ik weet wie dat heeft gedaan. Ze is jaloers omdat zij niet durfde te staken en ik wel dapper genoeg was.” Op sommige plekken in het bedrijf werd vijf maanden na afloop van de staking nog steeds niet samen gepauzeerd. „Strafnormen blijken in de praktijk te bestaan en op grotere schaal dan oorspronkelijk gedacht”, is een van de conclusies in het onderzoek.