Perfect portret van twintigers in Berlijn

Oh Boy Regie: Jan Ole Gerster. Met: Tom Schilling, Friederike Kempter, Marc Hosemann In: 14 bioscopen.

Curieus toeval: ongeveer tegelijkertijd komen twee portretten van de huidige generatie twintigers in de bioscoop, beide gedraaid in zwart-wit en beide met een nostalgische soundtrack vol oude muziek. De ene film speelt zich af in New York, de andere in Berlijn, maar verder hebben Frances Ha van Noah Baumbach, die volgende maand in de Nederlandse bioscoop komt, en Oh Boy van de Duitse debutant Jan Ole Gerster opvallend veel gemeen. Beide films gaan over een stuurloze twintiger die zonder duidelijk toekomstperspectief door de stad dwaalt, een aantal vluchtige ontmoetingen heeft, maar nergens echt lang blijft hangen en niet weet hoe het nu verder moet met zaken als een baan vinden, geld verdienen en de liefde.

Toch is het verschil belangrijker. Waar Frances Ha net te navelstaarderig en narcistisch uitpakt – zo interessant zijn de problemen van de artistiekerige New Yorkers nu ook weer niet – daar is alles bij Oh Boy precies raak. Dat komt vooral doordat Gerster de nodige zelfspot en ook afstand heeft ten opzichte van zijn personage Niko (Tom Schilling, die al veel theaterervaring heeft), een jongen die overal tussenin hangt: de relatie met zijn vriendin is verpieterd, zijn rijbewijs is hij kwijt vanwege alcohol achter het stuur, hij is al twee jaar geleden gestopt met zijn studie en sindsdien doet hij ‘niets’.

Hij dreigt te eindigen zoals zijn oudere vriend Matze: een begaafd acteur, die al jaren niet werkt omdat hij alles wat hij aangeboden krijgt Scheisse vindt. Of zoals Julika die nog volop met de complexen van haar schooltijd rondloopt, toen ze te dik was en inmiddels aan uiterst fysiek avantgarde-theater doet met veel zuchten, steunen en grommen. Zo dwaalt Niko een dag en een nacht door Berlijn, waarbij hij ook nog een filmset bezoekt waar de acteurs die nazi’s spelen en acteurs die Joden spelen broederlijk met elkaar sigaretten roken in de pauze. Al die ontmoetingen zijn evenzoveel variaties op het afschrikwekkende perspectief als een volwassene te moeten gaan leven.

Veel grappen zijn behoorlijk eigentijds – zoals over de waanzin van de huidige koffieketens met hun tientallen soorten koffie („Heeft u ook koffie die naar gewone koffie smaakt?”) Maar tegelijk heeft Oh Boy ook een tijdloze sfeer met al die fraaie beelden van Berlijn en eeuwige thema’s. In de laatste scènes weet de regisseur de emotionele temperatuur onverhoeds flink te verhogen, waardoor Niko even wakker wordt geschud en er wellicht iets zal veranderen in zijn aarzelende levenshouding.

Oh Boy beslaat slechts 80 minuten en elke minuut daarvan is perfect. Maar op een manier die zich niet opdringt, maar de kijker haast ongemerkt bekruipt. Zo’n frisse, directe film over het Berlijnse stadsleven is sinds Lola Rennt niet meer in de bioscoop te zien geweest, ook al houdt Niko er dan meer een slenterend tempo op na.