Kunnen we niet eens buiten-de-lijntjes emanciperen?

vraagt consultant Fred van Leeuwen zich af

In alle overkokende vrouwelijke reacties op Jet Bussemakers emancipatiepleidooi valt één ding op: ze demonstreren onbedoeld Jets gelijk. Vrijwel zonder uitzondering zijn ze van het type ‘eerst moet de overheid / het bedrijfsleven / de ... het maar eens goed regelen’. Daarmee bevestigen ze dat er weinig aandacht is voor het zèlf doelgericht aan de slag gaan, zonder op verbeterde omstandigheden te gaan zitten wachten.

Bij al dit herhalen van zetten, zou het mooi zijn als we eens buiten de lijntjes durven kleuren. Die lijntjes worden in dit geval gevormd door het dogma van de vijfdaagse werkweek. Inmiddels zo’n verworven recht dat we ons niets anders meer kunnen voorstellen.

Maar denk je eens in wat er mogelijk wordt als er zes werkdagen in een week zouden zitten. Dan kunnen man en vrouw elk drie dagen werken en er de andere drie dagen voor hun kinderen zijn. Geen enkele kinderopvang nodig. Of ze kunnen elk vier dagen per week betaald werk doen en volstaan met slechts één dag kinderopvang.

Als één van beiden werkt in de zorg, in de horeca of in het winkelbedrijf, valt die zaterdag sowieso al binnen de werkweek en is de oplossing al heel makkelijk. In veel andere beroepen doen mensen vaak al deels thuiswerk en dat kun je net zo goed op een zaterdag doen als op een doordeweekse dag. En anders ga je toch gewoon op zaterdag naar je bedrijf, net zoals veel van onze vaders vroeger ook deden!

Voor onze veelbeklaagde concurrentiepositie zou het vast ook helpen als bedrijven zes dagen per week konden draaien. En het –inderdaad lastige – dilemma: er voor de baas of voor de kinderen te willen zijn, is van tafel. Bovendien hoeft niet iedereen aan die zes dagen te geloven; mensen die uit de (jonge) kinderen zijn kunnen hun eigen keuzes maken.

Wie pakt deze handschoen op?