Kamer wil onderzoek naar alternatief voor Fyra

De Tweede Kamer wil een alternatief voor de Fyra, hier op het station in Brussel. De trein rijdt sinds januari dit jaar niet meer wegens technische problemen. Foto EPA / Thierry Roge

De Tweede Kamer wil een blijvend alternatief naast of in plaats van voor de Fyra, meldt de NOS. Het alternatief moet een volledige dienstregeling met een frequentie van eens per uur bieden.

De vaste Kamercommissies Infrastructuur van het Nederlandse en Belgische parlement hebben dit vanmiddag laten weten. Na de problemen met de Fyra gingen de partijen om tafel.

De Kamer wil ook van staatssecretaris Wilma Mansveld (Spoor) weten waarom de intercityverbinding tussen Maastricht en Luik uit de dienstregeling is gehaald, schrijft Nu.nl.

Volgende maand houdt de Tweede Kamer een rondetafelgesprek en een debat over de Fyra.

‘Fyra niet voor einde jaar terug’

De NS haalde de Fyra, die Amsterdam met Brussel moest verbinden, in januari uit de dienstregeling vanwege aanhoudende technische problemen. Vorige maand meldden bronnen aan De Telegraaf dat de Fyra dit jaar vrijwel zeker niet meer zal rijden. De hogesnelheidstrein wordt mogelijk pas in april 2014 weer in gebruik genomen.

NS: voor de zomer duidelijkheid toekomst Fyra

Volgens NS-topman Bert Meerstadt moet er voor de zomer duidelijkheid zijn over de toekomst van de Fyra. De Fyra-treinen van Italiaanse makelij moeten nog volledig worden doorgelicht en “dit moet zorgvuldig gebeuren”, zei Meerstadt volgens persbureau Novum.

De NS heeft naast eigen onderzoekers ook een extern adviesbureau ingeschakeld voor een second opinion over de hogesnelheidstrein. Dat kijkt onder meer naar de betrouwbaarheid, bouwkwaliteit en ontwerpkwaliteit van de V250-trein van AnsaldoBreda. De eerste resultaten van dat onderzoek worden begin juni verwacht.

Oppositie wil onafhankelijk onderzoek Fyra

Eind februari riepen oppositiepartijen D66, CDA en GroenLinks op tot een onafhankelijk onderzoek naar een definitieve stop op het gebruik van de Fyra. De consequenties en de kosten van het openbreken van de concessie, het recht om op het spoor te rijden, moeten zo duidelijk worden.