Je wilt toch je eigen, unieke schooltje

Basisschool De Veenster heeft maar 45 leerlingen. Voordeel: veel aandacht voor de kinderen. Nadeel: gecombineerde lessen, en alle taken van een grote school.

Nederland, Veenhuizen, 23-05-'13; Basisschool De Veenster is een kleine school met zo'n 40 kinderen. Alle negen leerlingen van groep 1 en 2. Foto: Kees van de Veen Kees van de Veen

Ze rijdt elke dag drie keer 12 kilometer heen en 12 kilometer terug, van haar woonplaats Assen naar Veenhuizen, waar haar kinderen op school zitten.

Dat is een bewuste keuze. Op de grote school in Assen hadden de leerkrachten geen aandacht voor haar dyslectische zoon, vertelt de moeder die vanwege de „privacy van de kinderen” niet met haar naam in de krant wil. Daarom gaan haar kinderen nu naar een kleine school in Veenhuizen. „Waar de leerkrachten wel oog hebben voor de kinderen. En waar de directeur ’s ochtends even aan je vraagt hoe het thuis gaat.”

De moeder brengt haar kinderen naar De Veenster, een christelijke Daltonschool. Met slechts 45 leerlingen. Die zijn verdeeld over drie klassen: de peuters samen, groep 3, 4 en 5 samen en groep 6, 7 en 8 samen.

De voordelen die de moeder ervaart van een kleine school, zouden wel eens kunnen verdwijnen nu staatsecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) wil dat meer kleine scholen samengaan.

Door het dalende aantal leerlingen groeit het aantal kleine scholen sterk. Als het zo doorgaat, zegt Dekker, vallen veel scholen straks om. Zodat er in bepaalde krimpregio’s helemaal geen school meer is. Hij wil dat tegengaan door fusie te stimuleren. Onder meer door het samengaan makkelijker te maken met soepeler wet- en regelgeving. En de samenwerking stimuleren met een bonus. Scholen die klein blijven, zullen hun speciale toeslag langzaam zien verdampen.

Wat betekenen de plannen van Dekker voor De Veenster? Dat we moeten kijken of we misschien toch niet met De Vlinderhof samen moeten gaan, zegt directeur Ellen Sonnemans. De Vlinderhof is een openbare basisschool om de hoek, met circa 80 leerlingen. De afgelopen jaren organiseerden de scholen gezamenlijk de sportdagen en de palmpasenoptochten. Maar op onderwijsgebied was er geen samenwerking. „Omdat je het liefst je eigen unieke schooltje wilt behouden.”

Maar met minder geld is dat minder aantrekkelijk. En het kan; de 1.000 inwoners van Veenhuizen staan open voor samenwerking tussen de scholen. Tijdens gemeentelijke bijeenkomsten over krimp, infrastructuur en scholen lieten zij weten het belangrijk te vinden dat er onderwijs in het dorp blijft bestaan. Ook als dat betekent dat De Veenster misschien iets van de christelijke identiteit moet inleveren.

Dat is opvallend, want de meeste omliggende dorpen, waar veelal ook een christelijke en een openbare school staan, willen geen fusies, weet Sonnemans. „Daar is men toch wat strenger gelovig en hechten ze nóg meer waarde aan enkel en alleen christelijk onderwijs.”

De uitgestrekte omgeving speelt een rol bij de beslissing van het dorp om kosten wat kost onderwijs in het dorp te behouden. Het volgende dorp ligt 8 kilometer verderop. Basisschoolkinderen zijn nog te jong om lange afstanden te fietsen. En die provinciale wegen zijn niet altijd even veilig.

Het zou wel spijtig zijn als de kleine school zou verdwijnen, zegt Sonnemans. Ze vertelt dat de ouders erg betrokken zijn. De meesten werken in een van de drie penitentiaire inrichtingen in de buurt. Andere ouders zijn boer, of werken bij de brandweer; de enige brandweerkazerne in de omgeving staat in Veenhuizen. De directeur wijst naar de zandbak waar „boerenouders” met een tractor zand stortten. Ze wijst naar een kazerne met auto van hout, gebouwd door de „brandweerouders”. Iedereen kent iedereen, zegt ze. „Dus als er iets is, trekken mensen meteen aan de bel.”

De Veenster werkt met combinatieklassen. Dat moet wel, met zo weinig kinderen. Groep 3 telt bijvoorbeeld maar drie leerlingen, groep 8 vijf. Het vergt goede organisatie, zegt Sonnemans. Leraren moeten 3 lessen voorbereiden en hun aandacht goed verdelen. „Dat is pittig.” Een voordeel: als een leerkracht iets uitlegt aan groep 4, luistert groep drie mee, zodat de kinderen „zich aan elkaar optrekken”. Ook is op een kleine school veel aandacht voor de kinderen en hun prestaties, zegt Sonnemans. Het stoort haar als wordt gezegd dat kleine scholen geen kwaliteit leveren. „De snel lerende kinderen krijgen hier Spaanse les.” De zes leerlingen die dit jaar de Citotoets deden, scoorden ver boven het landelijke gemiddelde.

De andere kant: het is hard werken met de paar leerkrachten die er zijn. „Ook al heb je maar 45 leerlingen, er moet wel een schoolgids komen en een jaarplan, Pasen en Kerst worden gevierd, de kinderen van groep 8 doen een afscheidmusical en ga zo maar door.”