'Ineens wist ik wat ik echt mooi vind'

Primal Fear veranderde het leven van de Friese zangeres Nynke Laverman. Maar dat kwam niet echt door de film.

Nynke Laverman rene koster

„Vijftien was ik en met een nieuw vriendje ging ik naar Primal Fear in de bioscoop. Ik geloof dat het een thriller was met Richard Gere, maar verder kan ik me van de film zelf weinig herinneren; ik had enkel oog voor de jongen naast me. Tot er op een gegeven moment iemand in de film begon te zingen. Zoiets had ik nog nooit gehoord. De muziek kwam meteen binnen en raakte me diep. Ik vergat het vriendje – het is ook nooit meer wat geworden – en ontdekte wat ik écht mooi vond.

„Op de aftiteling zag ik de naam van het liedje staan: Canção do Mar van de Portugese zangeres Dulce Pontes. In de plaatselijke platenzaak kocht ik de cd en er ging een wereld voor me open. Die melancholische akkoorden waar tegelijkertijd een enorme urgentie in klinkt, dat maakt fado zo ongelooflijk bijzonder. Het is volksmuziek met een drive.”

„In mijn klas luisterde iedereen naar popmuziek uit de hitparade, maar vanaf toen had ik een eigen universum. Als mijn ouders weg waren en ook de buren me niet konden horen, zong ik fado’s op mijn kamer. Die liefde heb ik nog een tijdje voor mezelf gehouden. Pas toen ik op de kleinkunstacademie de opdracht kreeg om een liedje in het Fries te zingen, koos ik ervoor een fado te vertalen. Op de een of andere manier legitimeerde ik zo dat een Fries meisje fado’s zong. Ik maakte het eigen.

„Daarna ben ik veel naar Portugal gegaan om me op de fado te storten. Daar zag ik ook een optreden van Dulce Pontes en werd ik aan haar voorgesteld. Inmiddels zing ik geen fado’s meer. De stijl is gebonden aan strenge muzikale regels en dat vond ik op een gegeven moment te beperkt. Maar de melancholie en urgentie is nog steeds in mijn liedjes terug te horen. En toen mijn nieuwe cd onlangs uitkwam in het buitenland, associeerde de Spaanse pers mijn muziek toch weer met fado.”