Ik stop ermee

Oud-minister Jan Pronk, prominent lid van de PvdA en sociaal-democraat in hart en nieren, heeft het lidmaatschap van zijn partij opgezegd. Uit woede over verloochening van kernbeginselen.

Illustratie Siegfried Woldhek

Wie bijna een halve eeuw lid is van de Partij van de Arbeid neemt niet luchthartig afscheid. Ik heb er geruime tijd over gedacht en lang geaarzeld, maar ik heb besloten mijn lidmaatschap van de partij op te zeggen. Ik ben en blijf sociaal-democraat. Juist daarom voel ik mij niet langer thuis in de PvdA. De partij heeft zich steeds verder van de beginselen van de sociaal democratie verwijderd.

Ik had vorig jaar aanzienlijke bedenkingen tegen het regeerakkoord dat werd gesloten tussen de PvdA en de VVD. Die bedenkingen vloeiden niet voort uit een aversie tegen een paarse coalitie. Integendeel, ik heb zelf met volle overtuiging deel uitgemaakt van twee paarse kabinetten. Maar het huidige regeringsakkoord ademt een andere geest. Het is niet tot stand gekomen via gedegen onderhandelingen over alle paragrafen, leidend tot een akkoord dat het gemeenschappelijk eigendom is van beide partijen, maar via een uitruil van onderwerpen, voor ‘elck wat wils’. Dat moge gezien worden als een eigentijdse vorm van politiek management, maar het hield voor de PvdA in dat onderwerpen die tijdens de verkiezingscampagne als essentieel waren gepresenteerd in een oogwenk werden weggegeven. De gevolgen voor zwakkere en kwetsbare groepen, voor wie een sociaal-democratische beweging zich bij uitstek hoort in te zetten, zijn groot.

Het akkoord is gepresenteerd als de enige mogelijkheid die zich voordeed, zowel in politiek opzicht als beleidsmatig: „We kunnen het niet mooier maken dan het is. We moeten door de zure appel heen bijten. Daarmee wordt de basis gelegd voor economisch herstel dat aan iedereen ten goede zal komen.” Ik heb daar nooit in geloofd. Politiek deden zich meer mogelijkheden voor. Ze zijn niet onderzocht. Beleidsmatig waren en zijn er alternatieven. Ze komen niet aan bod. De onderhandelaars over het regeringsakkoord waren overmoedig en kortzichtig. De uitvoering van dat akkoord ademt een geest van zelfgenoegzaamheid en hoogmoed.

Die kritiek is op zich geen reden om afscheid te nemen van de PvdA. Fouten kunnen hersteld worden, als resultaat van hernieuwd inzicht en politieke strijd. Maar het gaat niet alleen om fouten. De basiswaarden van de sociaal-democratie zijn in het geding. De kern wordt gevormd door het beginsel van solidariteit. Dat beginsel is terzijde geschoven.

Meer nog dan op het terrein van de sociaal-economische politiek in eigen land, blijkt dat uit de houding ten aanzien van de ontwikkelingssamenwerking en het vreemdelingenbeleid. De PvdA was de partij die de internationale norm voor welvaartsoverdrachten aan arme landen en kwetsbare bevolkingsgroepen heeft weten te verankeren in het beleid. Dat gebeurde in 1975, door het kabinet Den Uyl. Daarna ging de politieke discussie in ons land alleen over de vraag hoeveel meer dan de minimum norm van 0,7 procent van ons nationaal inkomen ter beschikking zou worden gesteld. Iedere regering, ongeacht haar politieke samenstelling, heeft de vloer van 0,7 procent gehandhaafd. Het was een morele en politieke verplichting.

Dat juist de PvdA ervoor verantwoordelijk is dat ons land de norm van 0,7 procent eenzijdig opgeeft, is beschamend. Hiermee is de bodem onder de internationale solidariteit weggeslagen. Ik voorzie dat dit onherstelbaar zal blijken. Dit is geen foutief beleid, maar een verloochening van een kernbeginsel.

Een dergelijk afscheid van sociaal-democratische beginselen doet zich ook voor in het vreemdelingenbeleid. Dat is in ons land gedurende de laatste tien jaar steeds harder en inhumaner geworden. Het recente regeerakkoord zet die lijn voort. Het desbetreffende hoofdstuk rept niet over solidariteit met mensen die vluchten voor onderdrukking, discriminatie, geweld en een onleefbare situatie in hun thuisland. Het gaat vooral over eisen stellen, doorwerking van eenmaal opgelegde inreisverboden, ontzegging van verblijfsvergunning, bemoeilijking van rechtsgang, uitsluiting en uitzetting van vreemdelingen. Juist de PvdA had zich bij het sluiten van een regeerakkoord – dat nota bene de omineuze titel draagt Bruggen slaan – moeten inzetten voor humaniteit en recht, een menswaardig bestaan en toegang tot basisvoorzieningen voor mensen die tot de wereldwijde onderklasse zijn gaan behoren. In plaats van meer solidariteit ademt het akkoord een geest van discriminatie.

Het sluitstuk daarvan wordt gevormd door de beslissing om illegaal verblijf in ons land te beschouwen als crimineel gedrag en als zodanig strafbaar te stellen. Dit is een brug te ver. Weliswaar geldt deze strafbaarstelling reeds in een aantal andere Europese landen, vooral die landen waar sociaal-democraten niet in de regering zitten, maar een dergelijk precedent is voor de PvdA nooit een argument geweest bij het formuleren van eigen nationaal beleid.

Criminalisering van illegaal verblijf is een oude wens van partijen aan de rechterzijde van het politieke spectrum in ons land. Vanuit de PvdA is daartegen gedurende de afgelopen jaren stelling genomen.

Dat juist PvdA-leidslieden zich er toe hebben verplicht deze wens toch in de wet vast te leggen, is onverteerbaar. Ook dit is een verloochening van beginselen van de sociaal-democratie.

Strafbaarstelling van illegaal verblijf legitimeert achteraf de verharding die door andere partijen in praktijk is gebracht, een praktijk waartegen de PvdA stelselmatig bezwaar had gemaakt. Die bezwaren zijn met een enkele pennenstreek ongedaan gemaakt en blijken een loos gebaar te zijn geweest: de opstelling van een oppositiepartij, die omdraait als een blad aan de boom, wanneer regeermacht lonkt.

De strafbaarstelling legt een hypotheek op mensen: wie eenmaal een strafblad heeft, heeft minder kansen, ook wanneer dat strafblad is ontstaan buiten schuld. Bovendien vormt een eenmaal wettelijk vastgelegde strafbaarstelling een opstapje voor verdere ontmenselijking van beleid, door een regering waarvan de PvdA geen deel uitmaakt. Zulk een regering komt er vroeger of later.

Strafbaarstelling van illegaal verblijf discrimineert, ontmantelt beschermingsmechanismen en resulteert in schending van mensenrechten. Doordat hun verblijf op zichzelf, dus louter door ergens te zijn, bestempeld wordt als crimineel, worden mensen bang voor Nederlanders. Feitelijke constateringen – documentlozen – werden bureaucratische omschrijvingen: uitgeprocedeerden. Daarna werden de betrokkenen bestempeld als een aparte mensensoort: illegalen. Thans zijn zij gedoemd tot een bestaan als criminelen. Dat is het tegenovergestelde van bruggen slaan.

PvdA-politici hebben beloofd zich in te zetten voor verbeteringen, maar de praktijk laat alleen verharding zien. De praktijk wordt mooier voorgesteld dan zij is. Illegaal verblijf is wettelijk nog niet strafbaar, maar het lijkt alsof het kabinet daarop doelbewust vooruit loopt.

Steeds meer mensen worden gevangen gezet, zonder iets te hebben misdaan. Plaatsing in isoleercellen neemt toe. Verzet wordt hardhandig afgestraft. Medische zorg wordt ontnomen. Hongerstaking wordt gebroken. Met alleenstaande minderjarige asielzoekers wordt gesold. Het is een rechtsstaat onwaardig.

Het regeerakkoord is alweer meer dan een half jaar oud. Ik had op dat moment kunnen beslissen mijn lidmaatschap op te zeggen, maar ik heb daarmee een poosje gewacht, in de hoop dat de keuzes die door de leiding van de partij waren gemaakt zouden worden gecorrigeerd door de fractie, het congres en de leden. Dat is niet het geval geweest. De fractie heeft zich gevoegd en het congres heeft ingestemd. Binnen de partij had de discussie over de ontwikkelingsparagrafen weinig om het lijf. Men legde zich gemakkelijk neer bij het argument dat dit nu eenmaal een onderhandelingsresultaat was.

Dat geldt ook het vreemdelingenbeleid. De discussie daarover laaide pas in tweede instantie op, maar is gesmoord. Het verzet dat oplaaide aan de basis van de partij is weggemasseerd met halve waarheden omtrent de draagwijdte van het in te voeren wetsartikel, loze beloften omtrent alsnog tot stand te brengen verbeteringen, waarschuwingen dat regeringsdeelname op het spel zou staan wanneer de PvdA op de eenmaal ingenomen positie zou terugkomen en een beroep op de moraliteit: ‘een eenmaal gegeven woord dient niet te worden gebroken’.

Echter, iedereen kon met de klompen aanvoelen dat het voortbestaan van het kabinet niet op het spel stond. Bovendien, het ging niet om een eenzijdige woordbreuk, maar om een verzoek aan de coalitiepartner van het gegeven woord te worden ontslagen. En ten slotte: er was een hogere moraliteit in het geding dan die van een gegeven woord in een onderhandeling met een gelijkwaardige partner: de plicht recht te doen aan rechtelozen.

Sedert 1 januari 1965, de dag waarop ik mij aanmeldde als lid, is de partij veranderd. Maar verandering hoort niet te worden nagestreefd uit angst de aansluiting te verliezen bij een maatschappelijk proces dat als een gegeven wordt ervaren. Verandering van de partij dient gedragen te worden door de wens het maatschappelijk proces bij te sturen en de maatschappelijke instituties te hervormen, uitgaande van blijvende beginselen, staande in de traditie van de sociaal-democratie, met het doel iedereen er bij te trekken en niemand, maar dan ook niemand, los te laten.

Dat doel is losgelaten. In plaats van traditie te koesteren, wordt afstand genomen. Beginselen worden verloochend. Daarom voel ik mij in de Partij van de Arbeid niet meer thuis. Ik ben niet voornemens activistisch te gaan ageren tegen mijn oude partij en ik zal ook niet toetreden tot een andere politieke partij.

Mocht er ooit een vereniging van sociaal-democraten worden opgericht, niet als een alternatief, niet om politieke macht na te streven, maar om het debat te voeren over de betekenis van het gedachtengoed van de sociaal-democratie in de huidige tijd, dan meld ik mij als eerste aan.

De tekst is een ingekorte versie. De hele brief is te lezen op janpronk.nl/weblog